VVD wil meisjes controleren op besnijdenis

Tweede-Kamerlid A. Hirsi Ali (VVD) wil dat meisjes uit risicolanden jaarlijks worden gecontroleerd op vrouwenbesnijdenis. Hirsi Ali doet dit voorstel naar aanleiding van een gisteren gepubliceerd onderzoek van de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Dat onderzoek had plaats in opdracht van de ministeries van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Justitie. De onderzoekers schatten dat het in Nederland ,,jaarlijks om enkele tientallen vrouwen gaat.''

De onderzoekers constateren ook dat vrouwenbesnijdenis weliswaar verboden is in Nederland, maar dat ouders uit met name Somalië, Soedan en Egypte hun dochters in die landen ongestraft wel kunnen laten besnijden. Meisjes zouden tijdens schoolvakantie in hun thuisland besneden worden.

Ook dat moet verboden worden, stelt S. Meuwese van Defence for Children, die de juridische kant van het onderzoek voor zijn rekening nam. Hij stelt voor de wet hierop aan te passen, zoals dit ook is gebeurd voor kindersekstoerisme. Het gaat daarbij om uitbreiding van de wet tegen mishandeling. Enerzijds om het daadwerkelijk te kunnen bestraffen, ,,al is vervolging moeilijk''. Ook zou hiermee een signaal worden afgegeven aan de betrokkenen.

Hirsi Ali vindt de voorstellen niet ver genoeg gaan. De regering zou er volgens haar voor moeten zorgen dat ouders uit risicolanden jaarlijks een oproep krijgen van de GGD om hun dochters (tot 18 jaar) langs te brengen voor een wettelijk verplichte controle. Als een meisje niet besneden is en het jaar daarop wel, dan dient de GGD volgens Hirsi Ali direct aangifte te doen van verminking. ,,Elk geval van verminking moet leiden tot vervolging van de ouders'', aldus het Kamerlid. Ouders die geen gehoor geven aan de oproep krijgen een nog door de regering te bedenken sanctie.

Meuwese van Defense for Children noemt het voorstel van Hirsi Ali onhaalbaar. ,,Zo'n controlesysteem kost miljoenen. Wij hebben, vanwege alle bezuinigingen, al moeite 100.000 euro los te krijgen voor goede voorlichting over vrouwenbesnijdenis. Effectiever zou het zijn als de huidige artsen op het consultatiebureau een betere training krijgen.'' '