Veerman: wilde dieren toestaan

Minister Veerman (LNV) voelt niets voor een verbod op het houden van wilde dieren als huisdier. Het legt een advies daarover van de Raad voor Dierenaangelegenheden naast zich neer.

Weliswaar streeft het kabinet naar ,,een zo hoog mogelijk dierenwelzijn'', schrijft Veerman aan de Kamer, maar het kabinet wil ook de verantwoordelijkheid voor dat welzijn bij de samenleving zelf leggen, alsmede de administratieve lasten ,,zo veel mogelijk'' beperken. Een verbod past daar niet in. Veerman ziet het advies als een ,,aansporing'' om het dierenwelzijn te vergroten. Dit kan door voorlichting, certificering van dierenwinkels en importeurs, alsmede door ,,afspraken'' te maken om bepaalde diersoorten niet te importeren of te verhandelen.

De raad publiceerde vorige maand, op verzoek van Veerman, een uitgebreide lijst van zoogdieren en vogels die wel of niet zouden mogen worden. Later volgen lijsten van andere diersoorten, zoals reptielen, amfibieën en vissen. Het zou de eerste keer zijn geweest dat er regels worden gesteld aan het houden van diersoorten.

Tot op heden zijn er alleen beperkingen voor diersoorten die met uitsterven worden bedreigd, zoals internationale Citeswetgeving en de nationale Flora- en Faunawet.

De raad pleitte voor een verbod op het houden van alle apensoorten, bepaalde soorten eekhoorns, stinkdieren, uilen, valken en gieren. Niet schadelijk voor hun welzijn zou zijn het houden van de meeste soorten cavia's, hamsters, ratten, muizen en fretten, alsmede zoogdieren als stokstaartjes, lynxen en kamelen, en vogels als pelikanen, flamingo's, ooievaars, kraanvogels en duinpiepers.

Het couperen van schapen blijft voorlopig toegestaan, zo heeft minister Veerman besloten. Het eerder aangekondigde verbod wordt uitgesteld tot 1 september 2006. Met het uitstel krijgen schapenhouders tijd om hun bedrijfsvoering zodanig aan te passen dat couperen niet meer nodig is. Het couperen van schapen gebeurt om hygiënische redenen. Er zijn in Nederland 1,2 miljoen schapen.