Saura's exploderende pijnen

Kardinaal Simonis was zo verstandig om af te zeggen. De nabestaanden van Antonio Saura (1930-1998) waren geschokt door de plannen van het Cobra Museum om hem de tentoonstelling Kruisigingen te laten openen. De Spaanse schilder was zijn leven lang agnost en sterk anti-klerikaal. De serie kruisigingen, die hij tussen 1956 en 1996 schilderde en waarvan nu een deel te zien is in Amstelveen, zijn dan ook niet religieus geïnspireerd. Mythisch misschien. Maar meer nog: existentialistisch. Dat was al zo vanaf het moment dat hij als kind met zijn vader het Prado bezocht en daar De Kruisiging van Velasquez uit 1631 zag. Later omschreef hij, in een van zijn `denkbeeldige brieven', het schilderij als ,,een immens, verschrikkelijk en vredelievend kruisbeeld''. Voor Saura was de kruisiging niet het spirituele ikoon dat het was voor George Rouault of een surrealistische alegorie voor seksueel onvermogen zoals bij Salvador Dalí. Het was een weergave van ,,mijn situatie als mens alleen in een bedreigend universum''.

Saura schilderde zijn eerste kruisigingen in 1956, direct nadat hij het surrealisme had afgezworen en zich had bekeerd tot het abstract expressionisme van Pollock en De Kooning. De vroegste werken in de tentoonstelling laten vooral een zoekende penseel zien. De lijnen wijfelen, meerdere probeersels zijn bijna cartoonachtig in vakjes op hetzelfde doek aangebracht. Maar in 1959 komt Saura al tot de essentie. Het grootste doek uit dat jaar toont brede, diepzwarte balken, enkele lijnen als stokarmpjes met daaraan grijze handafdrukken en een onregelmatige cirkel met x-jes als doornenkroon. En middenin dat minimale spel van lijnen en vlakken: een explosie van pijn, gevangen in een vierkant hoofd. De scheef getrokken oogkassen bezwijken onder een verwrongen voorhoofd. Van de bovenlip druipen zwarte druppels die de mond een verbeten trek geven.

Daarna verlegt Saura zijn aandacht van het gezicht naar het lichaam. Net als Velasquez' Christusfiguur zijn de getormenteerde lichamen vaak gevangen in een volledig zwarte achtergrond – de vijandige wereld die als een alles verzwelgend niets het fragiele leven gevangen houdt aan dat kruis. Zo terug op zichzelf geworpen, verandert het lichaam in een naar binnengekeerde storm. Het lijkt alsof Saura de huid heeft gestroopt om de chaos nog duidelijker te tonen. Zijn gekruisigden muteren gedurende jaren '60 en '70 tot verfrommelde hopen knoken, ingewanden en worstvingers. Vanaf het moment dat hij zijn tot dan toe zwart-wit-grijze palet uitbreidt met roestig rood en vuilbruin, spat het bloed alle kanten op.

De volledige figuren worden op den duur weer geabstraheerd tot portretten. De armen zijn dan niet meer dan ophangpunten voor een vervaarlijk naar voren hellend bovenlijf en een steeds prominenter hoofd. In de jaren negentig lijken het wel Afrikaanse maskers. Neuzen, wenkbrauwen en wangen zijn niet meer dan ruwe vegen; het gaat om de ogen en monden. Ogen die onversneden angst uitstralen en je de koude rillingen over de rug doen lopen. Monden die woordeloos schreeuwen op een manier die animaler èn menselijker is dan de schreeuw van Munch.

De intensiteit van de afbeeldingen en de afmetingen ervan lijken gelijke tred te houden. In twee van de grootste tentoongestelde werken, gemaakt in 1985, bereikt Saura een climax. Het beige, bruin, zwart, wit en grijs dat met zeer grove toets op het doek is aangebracht, lijkt wel een verenpak. Met gespreide vingers en opengesperde mond is de gekruisigde verworden tot een angstig vogeltje dat binnen de dwarsbalken van het kruis bevroren is in panisch gefladder. Duidelijker kan Saura niet zijn: hier is zeker geen sprake van een opofferingsgezinde, lijdzame godenzoon. Als de kruisigingen al iets met een god te maken hebben dan is het in de vorm van een aanklacht aan zijn adres.

Tentoonstelling: Antonio Saura, Kruisigingen. T/m 18/4 in Cobra Museum, Amstelveen. Di t/m zo 11-17u. Inl. 020-547 5050, www.cobra-museum.nl