Opnieuw dreigt een vrije val voor Haïti

De neergang van Haïti zet zich ook onder Jean-Bertrand Aristide voort. Tien jaar geleden nog was de voormalige priester de hoop van zijn bevolking. Maar nu eisen veel Haïtianen zijn aftreden.

Wat is er misgegaan met Jean-Bertrand Aristide, de man die in 1994 door Amerikaanse Congresleden nog werd vergeleken met Nelson Mandela? Die hoop symboliseerde in een land dat aan de afgrond stond? De eerste democratisch gekozen president van Haïti, die door zijn burgers liefkozend Titid, `de kleine priester', werd genoemd?

Hij is een echte leider geworden, zeggen zijn critici: corrupt, gewelddadig, onbekwaam. Ze beschuldigen hem van machtsmisbruik, schending van de mensenrechten, nepotisme en verkiezingsfraude. En eisen bijna dagelijks zijn aftreden tijdens demonstraties die steeds vaker uitlopen op gewelddadige confrontaties, en waarbij de afgelopen vier maanden 47 mensen werden gedood.

Feit is dat onder Aristide Haïti verder is afgegleden in armoede en anarchie. Er is weinig over van de drie belangrijkste economieën – rum, koffie en toerisme. Meer dan de helft van de acht miljoen inwoners is werkeloos, 47 procent van de bevolking verdient minder dan één dollar per dag, vijf procent heeft hiv/aids. De cijfers voor kindersterfte en analfabetisme zijn het hoogst in de regio, en voor levensverwachting het laagst.

Aristide wijt de neergang van Haïti aan de internationale gemeenschap die hem bewust zou tegenwerken door geen financiële steun te geven. ,,Door een financieel embargo van zeven jaar kan Aristide zijn beloftes niet waarmaken'', aldus Leslie Voltaire, minister voor Haitianen in het buitenland, onlangs tegen journalisten.

De Haïtiaanse oppositie is niet van blaam gezuiverd. Zij weigert sinds 2000 de regering te erkennen na parlementsverkiezingen die, ook volgens internationale waarnemers, door Aristides' Lavalas-partij eens het sociale alternatief voor dictator `Baby Doc' Duvalier door fraude werd gewonnen. Gevolg is dat de regering slechts op papier bestaat en beslissingen worden geblokkeerd. Omdat daarom vorig jaar geen kiesraad kon worden ingesteld, zijn er geen parlementsverkiezingen gehouden en regeert Aristide sinds vorige week per decreet.

Ze wordt bijgestaan door Groupe des 184, een verzameling maatschappelijke en religieuze organisaties, die eveneens het aftreden van Aristide eist. Een groot aantal leden zijn voormalige aanhangers van Aristide en hielpen de VS in 1994 om de drie jaar eerder bij een staatsgreep afgezette president terug te laten keren. Maar ze zijn teleurgesteld omdat hij geen verandering bracht en menen dat de democratische transitie van Aristide van korte duur was. ,,Het is onderdeel van de psycholgie van mensen uit de lage echelons van de samenleving. Als ze eenmaal omhoog klimmen vergeten ze waar ze vandaan kwamen'', zei priester Jospeh Simon, leraar van Aristide op het seminarie, tegen de Amerikaanse krant The Miami Herald. ,,Hij had nooit een visie'', zegt Micha Gaillard van Groupe des 184 tegen dezelfde krant. ,,Terugkijkend zie ik dat we een garantie hadden moeten eisen dat hij democratische instellingen zou opbouwen.''

Regering en oppositie, aanhangers en tegenstanders van Aristide, houden elkaar in een houdgreep. ,,Als Aristide nog twee jaar aan de macht blijft, leidt hij het land naar een burgeroorlog'', zei oppositielid Evans Paul, oud-burgemeester van Port-au-Prince, vorige week. ,,In iedere democratisch systeem heb je mensen die je steunen en niet steunen'', zegt Aristide zelf. Hij zegt te zullen opstappen als zijn ambtstermijn in 2006 eindigt.

Het bureau voor de coördinatie van humanitaire aangelegenheden van de Verenigde Naties (OCHA) waarschuwt ervoor dat delen van het land in handen dreigen te vallen van krijgsheren en drugshandelaren. Sociale anarchie is het gevolg, aldus het laatste OCHA-rapport, waardoor een coup makkelijk zou kunnen plaatsvinden. ,,De oppositie wil alleen bloed zien'', zei Larry Birns, directeur van de Council for Hemispheric Affairs in Washington, deze week tegen persbureau AP. Aan het geven van een optimistisch vooruitzicht, waagt OCHA zich niet: ,,Haiti's geschiedenis van armoede, sociale en milieu degradatie maakt een best-case scenario voor verbetering op korte termijn onmogelijk.''

Stabiliteit is belangrijk voor de regio. Begin jaren negentig sloegen tienduizenden Haïtianen op de vlucht en kwamen per boot aan in de Antillen en de VS. Dat bewoog de toenmalige Amerikaanse president Clinton tot actie om Aristide terug in het zadel te helpen. Nu heeft de oppositie geen duidelijke leider, waardoor interventie niet tot een stabiel alternatief kan leiden. Daarnaast is Haïti steeds vaker doorvoerhaven voor drugshandelaren.

Een oplossing lijkt voorlopig niet in zicht. Het Europees parlement nam vorige week een resolutie aan waarin zij verzoekt om wederoprichting van een VN-missie in Haïti. Verscheidene pogingen van de Organisatie van Amerikaanse Staten om beide partijen rond de tafel te krijgen zijn op niets uitgelopen. Op de Bahamas overleggen de Caraïbische bondgenoten op dit moment met de oppositie. De regering is daar niet aanwezig.