`Ik geniet weer van een strategisch gevecht'

Na een chaotische periode in zijn leven kan Jan Timman zich weer helemaal concentreren op het schaken. ,,De strijdlust is terug, al laat ik nog te veel punten liggen.'

In de aanloop naar het Corus toernooi woedde op enkele Nederlandse internetschaakforums een felle discussie of Jan Timman eigenlijk wel uitgenodigd had moeten worden. De 52-jarige Amsterdammer was tenslotte met een rating van 2578 op papier duidelijk de zwakste deelnemer.

Bovendien had hij vorig jaar in Wijk aan Zee teveel krediet verspeeld. Vijf schamele remises en niet minder dan acht nederlagen verzamelde hij en daarmee werd hij afgetekend laatste. Kortom, de organisatoren hadden er beter aan gedaan als ze Timman tegen zichzelf in bescherming hadden genomen.

Wanneer Vishy Anand, de winnaar van vorig jaar en ook nu weer de onbetwiste koploper, op de laatste rustdag deze kwestie krijgt voorgelegd, kijkt hij bevreemd. Met een blik alsof hij iets moet uitleggen dat iedereen toch wel begrijpt, zegt hij: ,,Ik vind het heel normaal dat Jan hier is. Maar misschien komt dat ook wel doordat ik opgegroeid ben met de wetenschap dat hij een topspeler is. Dat is hij nog steeds, ook nu hij een lagere rating heeft. Kijk maar eens naar wat hij hier tot nu toe allemaal voor stellingen op het bord heeft gehad. Hij blijft een gevaarlijke tegenstander voor wie je steeds moet uitkijken.''

Evgeni Barejev, die een dag eerder machteloos onderuit ging in de tweede partij die Timman won, denkt er niet veel anders over. Ook al bekent de Moskoviet die twee jaar geleden het Corus toernooi op zijn naam schreef dat hijzelf ook niet zonder zonden is. ,,Stiekem hoopte ik dat hij ergens een blunder zou maken, maar in plaats daarvan speelde hij erg goed.'' En met een mooi ruiterlijk gebaar voegt hij eraan toe: ,,Ja, misschien speelde hij wel de partij van het toernooi.''

Timman zelf toont niet veel later bij een cappuccino en een groot glas jus weinig interesse voor het onderwerp. Hij reageert schouderophalend. ,,Door het internet is het blijkbaar zo dat mensen die toch al niets te doen hebben nu nog zinlozer bezig zijn. Het is een merkwaardig verschijnsel, maar gelukkig ken ik die mensen niet.''

Wel geeft hij toe dankbaar te zijn dat hij over zijn eigen lot mocht beslissen. Hij had het fiasco van vorig jaar nog nauwelijks verwerkt of het organisatiecomité van het Corus toernooi stond bij hem op de stoep en legde hem een genereuze keuze voor. Hij kon een rol krijgen als gastgrootmeester en iedere dag een praatje houden voor de pers of hij kon weer meespelen. Over zo'n kans zich te revancheren hoefde hij niet lang na te denken. Andere baantjes binnen het schaken kan hij altijd nog zoeken, maar voorlopig wil hij het liefste zelf spelen. Zeker nu hij een chaotische en verwarrende periode in zijn privéleven heeft afgesloten met een nieuw huwelijk en hij zich onbekommerd op zijn spel kan concentreren.

Zijn resultaten zijn dit keer nog niet denderend, maar heel wat beter dan de zwartkijkers voorspeld hadden. Met drie nederlagen, drie remises en twee overwinningen heeft hij nu al een punt meer dan vorig jaar aan de eindstreep en met een beetje geluk had zijn score er heel wat rianter uitgezien. Tegen Leko hielp hij een strategisch superieure stand naar de filistijnen, tegen Sjirov verkwanselde hij een remisestelling en tegen Svidler bood hij een puntendeling aan in een stelling die de Rus voor zichzelf als verloren beschouwde.

Vooral die laatste misser wijt hij aan zware vermoeidheid. Hij had gewoon de puf niet meer zijn kansen helder te doorgronden. Toch ontkent hij dat het toernooi te zwaar voor hem is omdat zijn lichamelijke conditie ondermaats is.

Zeker, hij zou daar meer aan kunnen doen, maar een direct verband werpt hij van zich af: ,,Ik heb al een lange carrière, maar ik heb nog nooit gemerkt dat mijn fysieke conditie daar duidelijk invloed op had. Voor mijn eerste IBM-toernooi in 1971 had ik me bijvoorbeeld lichamelijk heel goed voorbereid, maar ik verloor mijn eerste vijf partijen. Het ligt ingewikkeld. Ik ben over het algemeen heel gezond, maar die partijen zijn erg enerverend voor je zenuwstelsel. Dat kan ik niet meer zo goed hebben.''

Nederlagen grijpen hem nog meer aan dan voorheen, maar daar staat als lichtpuntje tegenover dat hij ook weer veel meer plezier beleeft aan de partijen die hij wint. ,,Vroeger zou ik het heel normaal hebben gevonden te winnen van Bologan en Barejev, nu was ik daar heel blij mee.'' Dit plezier heeft hij ook in bredere zin teruggevonden. ,,Ik heb momenten gehad dat ik niet zoveel zin meer had om te spelen. Dat zag je ook aan mijn partijen. Die strijdlust heb ik gelukkig weer terug, al laat ik nog wel teveel punten liggen.''

In die periode dat het duidelijk minder ging zette hij zich regelmatig af tegen de jonge grootmeesters die alleen maar over hun laptop gebogen zaten. Saaie studiebollen en gezondheidsfreaks waren het, waarmee geen lol te beleven was. Dat beeld wil hij graag bijstellen. ,,Het ging me niet om die nieuwe lichting schakers, maar om de nostalgie die ik voel wanneer ik bij een toernooi ben en mijn oude makkers niet meer tegenkom. Dat heeft niets met de huidige jeugd te maken. Ze hebben groot gelijk dat ze zo hard werken, want anders maak je geen kans.''

Zelf heeft hij nu ook een laptop bij zich met een database met honderdduizenden partijen. Desondanks ziet hij een duidelijk verschil met zijn jongere collega's: ,,Wat me opvalt is dat ze voortdurend elkaar opzoeken in modevarianten waarin ze elkaar proberen af te troeven. Aan zo'n wapenwedloop wil ik niet meedoen. Dat zou teveel tijd kosten. Daarom zoek ik juist naar openingen die minder gangbaar zijn, iets uit de oude doos, zoals ik tegen Barejev speelde. Ik sta een tikje minder, maar er is weinig aan de hand en we raken verzeild in een strategisch gevecht. Daar geniet ik van en veer ik van op.''

In de laatste vier ronden wacht Timman nog een zwaar programma met de wereldtoppers Kramnik, Anand, Adams en Topalov als tegenstanders. Hij geeft toe dat het niet eenvoudig zal worden, maar in zijn huidige stemming kijkt hij er eerder naar uit dan tegenop. In feite is dat zoals hij altijd in het leven heeft willen staan. ,,Ik hou ervan dingen te doen die je inspireren. Om te schaken, te schrijven, te wandelen of te tennissen. Ik doe de dingen die ik leuk vind.''

Niet klef, maar gemeend: ,,Ik ben in principe altijd heel erg opgewekt. Ik doe wel eens stomme dingen of geef wel eens een stuk weg, maar ik ben in Nederland geboren en niet in Irak of Afghanistan. Daarom houd ik ook niet van mensen die klagen. Je moet beseffen waar je heel blij mee moet zijn.''