Het gebrek aan eloquentie

Redenaarstalent wordt de Nederlander traditioneel niet toegeschreven, zomin als de gave van welbespraakt hulde- of rouwbetoon. Als hij er al in slaagt zijn stem via een werkende microfoon ten gehore te brengen, hakkelt de Nederlander veelal gemeenplaatsen en flauwiteiten. Het goed gedoseerde betoog, waarin zowel een brede visie, een persoonlijke inslag als een enkele grap zit en dat ook nog dankzij presentatie en timing boeit tot het eind, is een zeldzaamheid. Eloquentie: we hebben het nooit geleerd, en, doet de film Sprekend Nederland van John Appel vrezen, we zullen het nooit leren ook.

Appel gaat niet op zoek naar oorzaken en gevolgen, maar legt louter vast hoe het mis kan gaan. Hij bezocht in januari 2003 veertien bijeenkomsten waar werd gehuldigd, gejubileerd, afscheid genomen of anderszins gecelebreerd. Afgewisseld met plaatjes van het destijds door sneeuw, ijs en hoge waterstand gedomineerde Hollandse landschap, trekken ze aan de kijker voorbij: van de slaapverwekkende dominee tot de met de microfoontechniek worstelende luchtmachtcommandant, van de begripvolle zoon van het 40 jaar gehuwde paar tot de zijn leden toeschreeuwende vakbondsman. Onthullend zijn de vette woorden van een volwassen rugbyvoorman tot zijn clubgenoten; met pils in de hand bewijst hij dat de werkelijkheid de `ballen'-parodie van Jiskefet nog verre overtreft.

In eerste instantie leek mij dit geen film voor wie dit verschijnsel in het dagelijks leven al een gruwel is. Maar na verloop van tijd ontdekte ik in dit zo genadeloos vastleggen en rangschikken van de ergste frasen en cliché's een eigen schoonheid. Appel maakte meer dan een bloemlezing van ons retorisch repertoire; hij portretteerde het openbare leven van dit land aan de hand van zijn sprekers. De ambtenaar die het huwelijk voltrekt tussen een verweesd Joegoslavisch meisje met een Friese man is niet de enige die aantoont dat Nederlanders hun gevoelens maar moeilijk over de lippen krijgen. ,,Mams, je humor heeft je nooit in de steek gelaten'', luidt het in een grafrede. Is het dat emotioneel tekort, waardoor Nederlandse grafredenaars hun overleden dierbaren bij voorkeur in de tweede persoon enkelvoud vaarwel zeggen?

Sprekend Nederland, Humanistische Omroep, Ned.3, 23.10-0.03u.