Denken over deugden

In de samenleving die conservatieven voor ogen staat, leggen burgers uit fatsoen de voeten niet op de bank, meent B.J. Spruyt.

De heer Schuyt en zijn kornuiten van de WRR hebben vorige maand een lijvig rapport over waarden en normen gepubliceerd. Dat rapport stelt niet alleen teleur vanwege het modderige proza waarin het is gesteld, maar ook vanwege de hopeloos ouderwetse inhoud. Ondanks het feit dat dit rapport bij verschijning dus al achterhaald was, hebben twee politiek filosofen die werkzaam zijn bij de Europese Commissie in Brussel, Hans Kribbe en Luuk van Middelaar, vorige week in deze krant hun instemming met het boekwerk betuigd. Met name de absolute scheiding die Schuyt tussen waarden en normen heeft aangebracht, doet hun veel plezier. ,,Van waarden hoeven we weinig sociaal heil te verwachten. De Siamese tweeling van de normenenwaarden moet onder het mes, om de normen te redden.'' Zij pleiten er vervolgens voor dat orde, als gevolg van de handhaving van normen, door de overheid of door sociale controle moet worden opgelegd.

Uit het stuk spreekt een zekere irritatie over het verloop van het debat over waarden en normen. Die irritatie deel ik. Dat debat gaat zich namelijk steeds meer beperken tot stomvervelend gehakketak over gedragsregels voor de publieke ruimte, en heeft zich daarmee helaas volledig losgezongen van de oorspronkelijke voedingsbodem van dat debat. Die was gelegen in de ervaring van de `verweesde samenleving'. Dat is de formulering van Pim Fortuyn, maar hij zei daarmee hetzelfde als toenmalig VVD-leider Frits Bolkestein.

Bolkestein heeft halverwege de jaren negentig het belang benadrukt van een `bezielend verband' voor de samenleving. Als cultureel conservatief – zoals Bolkestein zichzelf noemde – constateerde hij dat er een tekort was aan spiritueel kapitaal. Toekomstige generaties moesten daarom een klassiek deugdenbesef aanleren. Hij noemde het ,,een uitdaging voor het hedendaagse liberalisme'' een kader uit te denken ,,waarbinnen de deugden de nadruk krijgen die ze verdienen''. En wat zijn deugden anders dan verinnerlijkte waarden?

Kribbe en Van Middelaar hebben, anders dan de conservatieven van de Edmund Burke Stichting, deze uitdaging blijkbaar niet willen oppakken. Zij hebben het ook over ,,individuele remedies, die appelleren aan ons geweten en schaamtegevoel''. Maar hoe die remedies kunnen bestaan zonder de aanwezigheid van deugden als verinnerlijkte waarden, blijft een raadsel. Blijkbaar willen Kribbe en Van Middelaar alleen nog maar over middelen praten en niet meer over doelen. De maximale autonomie van het menselijk individu lijkt hun hoogste waarde. Maar die waarde van de `anti-autoritaire nervositeit' (Sloterdijk) heeft juist tot het type samenleving geleid waarover Bolkestein en Fortuyn zo hun zorgen hadden.

In de samenleving die Kribbe en Van Middelaar voor ogen staat, zullen we iemand die in de trein zijn voeten op de bank legt, met een vermanende vinger confronteren. In de samenleving die conservatieven voor ogen staat, zullen mensen uit innerlijk fatsoen die voeten niet op de bank leggen.

Als Kribbe en Van Middelaar met hun exclusieve pleidooi voor de handhaving van normen het belang van het pleidooi van Bolkestein en anderen niet hebben willen ontkennen, maar van mening zijn dat dit doelstellingen zijn waarvoor meer nodig is dan het instrumentarium dat de politiek tot haar beschikking heeft, dan deel ik hun opvatting. Maar als zij het zich als politiek filosofen menen te kunnen permitteren de Socratische vraag naar het goede leven niet meer te hoeven stellen, dan zetten zij zich te kijk als kritiekloze hoffilosofen die met een waardenvrije politieke wetenschap iedere meester kunnen dienen, zelfs de PvdA-kolonie van de WRR.

Bart Jan Spruyt is directeur van de conservatieve Edmund Burke Stichting.