De val van een Britse persbaron

Lezers van Conrad Blacks krant The Daily Telegraph hebben nog steeds niet kunnen lezen wat hem wordt aangerekend. Met de verkoop van zijn mediabedrijf Hollinger aan de gebroeders Barclay heeft hij tijd gekocht. Maar de dagen van de even geestige als arrogante Black als `instrument van de geschiedenis' zijn geteld.

Dit stuk was hier niet verschenen als Conrad Black de eigenaar was geweest van deze krant. Britse journalisten die over hun baas willen schrijven, moeten onder normale omstandigheden al zijden handschoenen aandoen, maar helemaal als de baas zich zakelijk in een vrije val bevindt die kan eindigen in een faillissement en zelfs achter de tralies.

Zo zijn de 900.000 lezers van The Daily Telegraph, het grootste serieuze Britse dagblad, de afgelopen dagen niet veel wijzer geworden over de thriller die zich afspeelt bij het moederbedrijf Hollinger, waar de Brits-Canadese zakenman de lakens uitdeelt. Ze weten wel dat Hollinger en daarmee hun krant vermoedelijk in handen komt van een andere eigenaar. Black besloot afgelopen weekeind zijn aandeel in de controlerende holding aan de top van de piramide voor 466 miljoen dollar (383 miljoen euro) te verkopen aan de Britse tweelingbroers David en Frederick Barclay, eigenaars van een postorderbedrijf, het hotel The Ritz in Londen en van een trits Schotse kranten. Ze weten ook dat Black weigert zijn boze aandeelhouders zo'n achttien miljoen pond terug te betalen, omdat hij die volgens hemzelf volkomen legaal heeft ontvangen en niet buiten de boeken heeft gehouden.

Maar wat de lezers niet weten, is dat Blacks aandeelhouders hem voor de rechter willen dwingen over in totaal 200 miljoen dollar verantwoording af te leggen. Ze weten niet dat de Amerikaanse beurswaakhond, de Securities and Exchange Commission (SEC), een onderzoek tegen Black is begonnen wegens fraude. Ook niet dat KPMG, de huisaccountant, vorig jaar weigerde nog verder zaken met hem te doen. Niet dat het bestuur van Hollinger al een jaar ernstige kritiek heeft op Blacks vermeende luxe-leven en evenmin dat hetzelfde bestuur Black afgelopen weekeinde afzette als voorzitter.

Want Britse persbaronnen kunnen in hun eigen publicaties die radiostilte over hun privé-beslommeringen afdwingen. Zo schrijven de Mail, een conservatieve tabloid-krant met een oplage van boven de twee miljoen, en de Evening Standard, de enige Londense avondkrant, niet over hun baas Viscount Rothermere (35), met een persoonlijk vermogen van ruim een miljard pond op 22 na de rijkste Brit. Zo schrijven The Sun, het grootste Britse boulevardblad, en The Times (600.000 lezers) niet over Rupert Murdoch. The Express (oplage 900.000) en The Daily Star (idem, maar met meer vleeskleurige kopij) schrijven niet over eigenaar Richard Desmond, die zijn fortuin maakte met softporno-titels als Hitsige Huisvrouwen en Big Ones. En zo zwijgen The Daily Telegraph en het zondagse zusterblad The Sunday Telegraph (700.000) dus over Conrad Black.

Dat is voor een deel zelfcensuur. Britse hoofdredacteuren en hun redacties voelen doorgaans haarfijn aan waar en wanneer ze de man moeten ontzien die hun salaris betaalt. Maar tegelijkertijd sturen de proprietors actief mee, niet alleen als ze zelf in het nieuws zijn, maar in de complete nieuwsagenda en de opinies van hun kranten.

Dankzij Max Hastings, beroemd geworden met zijn verslagen uit de oorlog om de Falkland-eilanden (1982) en tot 1995 hoofdredacteur van de Telegraph, weten we hoe Black dat doet. ,,Ik leerde zijn nachtelijke telefooontjes te vrezen, soms van de andere kant van de wereld'', schrijft Hastings in Editor, zijn twee jaar geleden verschenen memoires. ,,[Hij wilde weten waarom] we zo onaardig schreven over Oliver North [de Amerikaanse kolonel die de spil was in illegale wapenleveranties in de Golf]? Waarom keurden we het af dat vrouwen van boven de vijftig met een kinderwens IVF zouden moeten krijgen? Wat dacht ik van die nieuwe man bij Labour, Tony Blair? Zou het iets worden met die zogenaamde `veilige gebieden' in Koerdistan? Op zulke momenten mompelde mijn vrouw: `Think of the money'. En dat deed ik'', aldus Hastings.

Hij beschrijft ook hoe het hem de grootste moeite kostte om nuance te houden in het standpunt van de krant over Israël en de Palestijnen. Black was immers getrouwd met de joodse Barbara Amiel, werd eigenaar van de Jerusalem Post en verkeerde zakelijk en privé met Amerikaanse Republikeinen die meer begrip hadden voor Israël dan voor de Palestijnen. Er waren incidenten over Inkatha-leider Chief Buthelezi, die volgens Black ,,de grootste Zuid-Afrikaanse staatsman was'', een oordeel ,,waarover onze correspondenten ter plekke van mening verschilden'', aldus Hastings. En Black probeerde eens (tevergeefs) een kunstrecensent te laten ontslaan die had geschreven dat Blacks rijke Amerikaanse vriend Walter Annenberg een funeste invloed had op de internationale kunsthandel.

Maar de onthullendste anekdote is wel uit 1994, toen de moderedactie van de Telegraph schreef dat de minirok dood was en dat de roklijn weer zou dalen. ,,De Voorzitter belde me om de minachtende afwijzing van deze voorspelling door hem en zijn vrouw kenbaar te maken'', schrijft Hastings. ,,Korte rokken zouden de wereld regeren, aldus Conrad, en onze modepagina's konden in hun eigen belang maar beter hun ketterij afzweren.'' Volgens Hastings waren uren overleg nodig om de inzichten van de moderedactie te verzoenen met die van `Mevrouw de Voorzitter'. Wel voegt hij er sportief aan toe dat Conrad en Barbara achteraf gelijk hadden, zoals het straatbeeld bewijst.

Uit de commentaren van veel Britse kranten druipt al een tijdje het leedvermaak. Hoogmoed komt voor de val, is de grootste gemene deler; trefwoord Icarus. Black Hawk Down, kopte The Guardian boven een hoofdartikel, en meer dan één krant maakt de vergelijking met Citizen Kane, het film-alter ego van de megalomane en arrogante Amerikaanse tycoon William Randolph Hearst, met wie het ook slecht afliep. Hastings is (iets) milder in zijn oordeel: bij alle gekmakende bemoeizucht en zijn legendarische gebrek aan stiptheid bleef Black ,,geestig, nooit minder dan interessant en in het bezit van een intense

charme als hij ervoor koos die in te

zetten''.

In 1985 kocht Black de noodlijdende Telegraph-groep en keerde de dalende oplage en verliescijfers met een geldinjectie waarmee de krant fris bloed kon aantrekken en een facelift ondergaan. De anglofiel Black verwierf zich met de Telegraph tevens een plek in het Britse establishment. De krant gold (en geldt) als het belangrijkste persvehikel van de Conservatieve Partij, die op dat ogenblik op het toppunt van haar macht was. Premier Thatcher en haar opvolgers Major en Hague bleven hem dankbaar, hoewel de partij sinds 1997 oppositie moet voeren. Twee jaar geleden maakten de Tories gebruik van een oude traditie en kandideerden Black voor een plek in het Hogerhuis. Om die te accepteren en verder door het leven te gaan als Lord Black of Crossharbour moest hij wel zijn Canadese staatsburgerschap opzeggen. Want premier Chrétien, zijn aartsvijand, was niet bereid voor Black een uitzondering te maken.

Conrad Moffat Black (59) werd geboren in een van de rijkste Canadese families. Zijn vader, George, was de grootste bierbrouwer van het land, een succesvol investeerder die jong stierf door van een balkon te vallen. Conrad is akelig slim, een geniale netwerker, handelt sinds zijn achtste zelf in aandelen en in zijn zelfbeeld is weinig ruimte voor twijfel. Zijn helden zijn Napoleon, Britse generaals en admiraals wier veld- en zeeslagen hij naspeelt, en de Amerikaanse president Franklin Roosevelt, over wie hij een – gunstig ontvangen – biografie schreef. Zijn idee van het leven ,,draait rond het idee dat hij door een combinatie van omstandigheden, ongelukken en toeval van god buitengewone macht heeft gekregen'', zei een leraar ooit over hem. ,,Hij voelt zichzelf een instrument van de geschiedenis''.

Tot voor kort werd hij daarin bevestigd. Hollinger werd het op twee na grootste mediabedrijf ter wereld. Ooit had hij zestig procent van de Candese markt in handen. Onder de overgebleven 170 papieren en digitale titels bestrijkt het spectrum van reuzen als de Chicago Sun-Times tot regionale bladen als The Elk Valley Miner in het Canadese British Columbia. Henry Kissinger en de Amerikaanse defensie-adviseur Richard Perle zitten in zijn raad van bestuur. Hij bezocht de Bilderberg-groep, volgens sommigen een alternatieve wereldregering. Hij is vaste gast op het wereldleidersforum in Davos, hij gaf reuzefeesten in het Londense Savoy-hotel en bij zijn huwelijk met Barbara waren de groten der aarde aanwezig.

In hun Londense huis – de Blackjes hebben er ook één in Toronto, in Palm Beach en op Park Avenue in New York – deed Barbara voor Vogue twee jaar geleden de deur van haar schoenenkast open om haar Imelda Marcos-achtige verzameling Manolo Blahnik-schoenen te laten zien. ,,Mijn extravagantie kent geen grenzen'', zei ze bij die gelegenheid.

De grenzen van Blacks gretigheid zijn al een jaar in zicht, sinds de winst van Hollinger door een reeks ongelukkige deals in Amerika en Canada, én door de prijzenoorlog met Rupert Murdochs Times, onder druk staat. Zijn aandeelhouders accepteren niet langer dat hij tien miljoen dollar per jaar uitgeeft aan het onderhouden van twee privé-vliegtuigen; dat hij geld geeft aan de Britse Conservatieve Partij; dat hij op vier plekken in de wereld een permanente staf met koks en chauffeurs in dienst heeft. Black wist zelf ook dat dit eigenlijk niet door de beugel kon. ,,Er is geen moment geweest dat ik aan boord van ons vliegtuig ging zonder dat ik me afvroeg of we ons dat wel konden veroorloven'', schreef hij in een uitgelekte e-mail die een hoofdrol zal spelen in komende rechtszaken over vermeende fraude en verkwisting.

Ook andere vermengingen van privé met zakelijk, zoals het directeurschap van zijn vrouw, hebben tot de opstand bijgedragen, die in november een hoogtepunt bereikte. Maar de grootste woede van de aandeelhouders richt zich op de tientallen miljoen die Black (en een reeks medebestuurders) opstreek als `managementvergoeding' en die niet in de boeken voorkomen. Dat geld maakt deel uit van een veel groter bedrag dat Amerikaanse bedrijven uitbetaalden om te voorkomen dat Black nieuwe, concurrerende titels zou uitbrengen. In gewone taal: diefstal, respectievelijk beschermingsgeld.

Terwijl de officiële onderzoeken, strafzaken, disciplinaire maatregelen en schadeclaims over elkaar buitelden, werd Black gedwongen als directeur van Hollinger International af te treden, het moederbedrijf van zijn krantenrijk. Sinds deze week is hij ook voorzitter-af. Maar die coup is beperkt: zijn holding met de verwarrende naam Hollinger Incorporated, bezit weliswaar niet meer dan dertig procent van de mediagroep, maar heeft 73 procent van het stemrecht. Zo kon hij toch de lakens blijven uitdelen.

Met de verkoop van zijn holding aan de Barclays raakte hij die controle kwijt. Het deed hem ,,pijn'' afstand te moeten doen van zijn ,,fine titles'', zei hij afgelopen weekeinde, maar hij kocht ook tijd. Black is van zijn acute geldzorgen af en kan in relatieve rust de schadeclaims bestrijden. Gisteren werd bekend dat het financiële risico voor de Barclays beperkt is: Black heeft van de verkoop in totaal zestig miljoen dollar opzij gezet in speciale fondsen om de Barclays te beschermen tegen eventuele aansprakelijkheid. Dat maakt Blacks winstmarge kleiner, maar het geeft hem en de Barclays extra manoeuvreerruimte. De broers, die als belastingvluchtelingen op de Kanaaleilanden leven, kunnen zo met vertrouwen de strijd tegen Hollinger International aan. Met het extra kasgeld achter de hand kunnen ze mogelijk voorkomen dat de aandeelhouders hun aanvankelijke plan opgeven om het bedrijf op te splitsen en de titels afzonderlijk te verkopen.

Blacks rol als Britse persbaron lijkt hoe dan ook uitgespeeld. Er zijn ook tekenen dat zijn imago als weldoener van de Tories met terugwerkende kracht herzien wordt. Black geldt als één van degenen die het premierschap van John Major van binnenuit heeft ondermijnd en zijn krachtige steun voor de intussen afgezette interim-Tory-leider Iain Duncan Smith is evenmin vergeten. De Barclays, conservatief én Conservatief, hebben alvast gezegd als eigenaar meer te willen luisteren naar wat het grote publiek wenst. Michael Howard, de leider op wie de Tories nu hun hoop hebben gezet, kan dat ook maar het beste doen, als hij de steun van de `Torygraph' wil behouden. Of hij Lord kan blijven is óók de vraag. Jeffrey Archer, de romanschrijver en een andere Tory-financier, laat zien wat er met frauderende Lords gebeurt. Die ging de gevangenis in en raakt daarom zo goed als zeker zijn titel kwijt.