De aanval op de USS Liberty

In de Arabisch-Israëlische oorlog van 1967 attaqueerden Israëlische gevechtsvliegtuigen en torpedoboten het Amerikaanse spionageschip USS Liberty. Een dramatische vergissing of een oorlogsmisdaad?

Tot hij zijn laatste adem uitblaast, zal Thomas Moorer, gepensioneerde viersterren-admiraal, strijden om het deksel van ,,een van Amerika's meest schokkende doofpotten'' te halen. Met het vorderen van de leeftijd (82) is de ex-voorzitter van de Amerikaanse chefs van staven (1970-1974) er beslist niet milder op geworden. In zijn recente column (Houston Chronicle van 9 januari) noemt hij de 36 jaar oude onverhoedse aanval op de USS Liberty in internationale wateren voor de kust van Egypte,,een grote schande'' en ,,een van de zwartste hoofdstukken'' in de geschiedenis van de Amerikaanse marine.

,,Tot op de dag van vandaag weigert het Congres hoorzittingen te houden. In alle onderzoeken kregen de overlevenden geen kans hun verhaal vertellen'', aldus Moorer, wiens nieuwe uitval in de Israëlische media in de rubrieken `kort nieuws' werd gebracht. En: ,,De matrozen en mariniers van de USS Liberty hadden recht op onze steun. Wij lieten hen vallen. Waarom heeft onze regering de belangen van Israël boven onze belangen gesteld?''

James Ennes, kapitein ter zee b.d., in e-mails vanuit zijn woonplaats Woodinville in de staat Washington: ,,Ik stond op die hete, windstille ochtend op de brug van de USS Liberty. Ik heb het allemaal zien gebeuren. Het was een oorlogsmisdaad.'' Ennes was als jonge luitenant belast met de supervisie over de voor die tijd geavanceerde electronica aan boord en werd bij de aanval zwaar gewond.

De nieuwe aanleiding voor Moorer en Ennes om weer het verbale harnas aan te trekken, is de analyse die David Hatch, de officiële historicus van de National Security Agency, vorige week presenteerde op een studiebijeenkomst in Washington, DC. Op deze conferentie voor diplomaten en militairen over de Zesdaagse Oorlog van 1967 zei Hatch van het zeer geheime, elektronische spionageagentschap na bestudering van recent vrijgegeven memo's van de CIA en gedeclassificeerde documenten van het Pentagon en het Witte Huis geen bewijs van kwade opzet te hebben gevonden. ,,Het materiaal wijst sterk in de richting van een Israëlische vergissing'', doceerde Hatch tot hernieuwde opluchting van Israël.

Op 8 juni voer de USS Liberty voor de Egyptische kust ter hoogte van El-Arish in de Sinaï-woestijn, waar op dat moment zwaar gevochten werd tussen Israëlische en Egyptische eenheden. Het voormalige vrachtschip uit de Tweede Wereldoorlog was omgebouwd tot een van Amerika's meest geavanceerde spionageschepen. De USS Liberty, slechts bewapend met twee .50-mitrailleurs, voer 14 zeemijl uit de kust in internationale wateren. Nadat Israëlische verkenningsvliegtuigen acht uur lang het spionageschip hadden gevolgd, werd in de loop van de heldere, windstille dag het schip gedurende 75 minuten aangevallen door Israëlische Mirages en vervolgens beschoten door torpedoboten. Er werden raketten met napalm gebruikt. Zwaar gehavend, met aan boord 34 doden en 172 gewonden, wist kapitein William L. McGonagle (1925-1999) ternauwernood naar Malta te vluchten.

President Johnson en minister van Defensie McNamara stelden het eerste van een reeks officiële onderzoeken in. De piloten en hun Israëlische commandanten zouden zich in de hitte van de strijd, in `the fog of war', vergist hebben en de Liberty hebben aangezien voor een vluchtend Egyptisch marineschip. Johnson en McNamara, die beide in beslag werden genomen door de Vietnam-oorlog en de Koude Oorlog, wilden geen conflict met de nieuwe strategische partner in het Midden-Oosten, Israël. Uiteindelijk betaalde Israël 6 miljoen dollar aan de overlevenden en de nabestaanden van de slachtoffers en 6 miljoen dollar aan de VS.

Dat was het startsein voor een nog altijd gepassioneerd debat over de vraag of hier sprake was van een kolossale, uiterst pijnlijke blunder van de Israëlische strijdkrachten onder leiding van chef-staf Yitzak Rabin, of van opzet en dus een oorlogsmisdaad. Op tientallen websites wordt nog altijd een heftige pro- en contradiscussie gevoerd. Er zijn tientallen boeken verschenen, waaronder het relaas van Ennes. BBC 4 maakte vorig jaar een documentaire waarin gesproken werd van een cover-up van een geheime Israëlisch-Amerikaanse operatie tegen Egypte en vrijwel iedere maand worden in Amerikaanse en Israëlische kranten niebuwe ontwikkelingen gepubliceerd. Er hebben zich kampen gevormd met klinkende namen van historici en voormalige topofficieren, zoals Moorer en de Israëlische historicus Michel Oren, die zijn land verdedigde. Waarom Hollywood zich nog niet over het fascinerende materiaal met een hoog thrillergehalte heeft ontfermd, is een raadsel.

Wat zou het motief van Israël geweest kunnen zijn om de USS Liberty, een schip van 's lands belangrijkste vriend in de wereld, tot zinken te brengen? Admiraal Moorer die in 1999 een officieuze onderzoekscommissie leidde, kan slechts gissen. Ennes: ,,We weten het niet zolang er geen serieus onderzoek wordt verricht. Wij denken dat het te maken kan hebben met plannen om de Golan tegen de zin van de VS in te nemen. Het kan ook zijn dat het te maken heeft met de executie van honderden Egyptische krijgsgevangenen. Die was aan de gang toen wij voor de kust van El-Arish voeren.''

De klacht van Moorer en Ennes dat Amerikaanse regeringen, te beginnen bij Johnson en McNamara, de aanval op de USS Liberty nooit grondig hebben willen onderzoeken, kreeg in oktober 2003 bijval van de eveneens gepensioneerde kapitein Ward Boston. Boston kreeg in 1967 de opdracht van McNamara onderzoek naar het incident uit te voeren en de conclusie, zo droeg de minister op aan de onderzoeker, moest luiden dat het om verkeerde identificatie ging. Latere onderzoeken werden gehinderd door het gebrek aan toegang tot documenten, memo's en de verslagen van het geheime radiotransmissieverkeer. Grondig onderzoek heeft nooit plaatsgehad en daardoor werden de complottheoriëen gevoed.

Nog steeds is niet duidelijk waarom de USS Liberty zo dicht in de buurt van het Israëlisch-Arabische oorlogstoneel voer, terwijl Johnson en McNamara alle Amerikaanse schepen van de Zesde Vloot en vliegtuigen hadden opgedragen zeker 100 mijl van de oorlogshandelingen verwijderd te blijven. Evenmin is duidelijk waarom de Verenigde Staten Israël niet over de positie van de USS Liberty hebben geïnformeerd. Het is een mysterie waarom Israëlische verkenningsvliegtuigen urenlang boven het schip met vlag, antenne's en een grote satellietschotel vlogen voordat de aanval in het begin van de middag werd ingezet. Onopgehelderd is waarom radiografische verzoeken om hulp door stoorzenders werden geblokkeerd en Israëlische torpedoboten op Amerikaanse reddingsboten schoten.

Een van de betrokken piloten was Yftach Spector, de brigade-generaal b.d. die vorig jaar de brief van de piloten tegen de Israëlische bezetting van Gaza en de Westelijke Jordaanoever ondertekende. Spector (,,Ik was 24 jaar een moordmachine'') vloog in de Mirage die de aanval leidde. Hij wil er weinig meer over kwijt. ,,Ik zag geen vlag, het was een militair schip. Ik ben tweemaal over het schip gevlogen voordat ik de aanval inzette. Mij was via de radio verteld dat het om een Egyptisch schip ging. Zij hebben geluk gehad dat ik geen bommen bij mij had en alleen raketten, want anders had de USS Liberty, net als de Titanic, op de bodem van de zee gelegen'', zei Spector.

En: ,,Iemand van ons hoofdkwartier heeft een fout gemaakt. Dat spijt mij zeer, maar het was echt een fout. Collega's van mij hebben later bloemen uitgeworpen op de plaats waar de USS Liberty voer.''

Voor James Ennes is deze verklaring totaal onaanvaardbaar: ,,De hele ochtend werden we gevolgd door verkenningsvliegtuigen. Toen kwam Spector vanuit Tel Aviv. Op grote hoogte maakte hij een bocht over het schip en viel meteen aan, gevolgd door een tweede toestel. Hij deed geen enkele poging om onze herkomst te onderzoeken. Er hing een reusachtige Amerikaanse vlag in de mast. Spector had als opdracht een Amerikaans schip tot zinken te brengen. Punt uit. Zijn verklaringen zijn ontwijkend, onwaar en schandalig.''

In mei komen de overlevenden van de USS Liberty weer bijeen voor een grote reünie in Nebraska. ,,We hebben de piloot Spector uitgenodigd om daar bij te zijn. We zouden hem graag recht in de ogen willen kijken als hij ons probeert te overtuigen dat hij eerst over ons heen cirkelde, dat wij geen vlag hadden uitgehangen en dat de moord op onze vrienden een tragisch incident was. Hij houdt zich onbereikbaar.''