Brief van Van Gogh verrast deskundigen

Het Van Gogh Museum is zeer verrast door de vondst onlangs van een verloren gewaande brief, die Vincent van Gogh (1853-1890) op 24-jarige leeftijd schreef.

De brief zal worden opgenomen in de nieuwe uitgave van Van Goghs brieven. Vanmiddag is de brief, gedateerd 3 augustus 1877, in het Amsterdamse museum gepresenteerd. Hij komt uit privébezit en is tot en met 4 maart in bruikleen gegeven. Directeur John Leighton sprak van een ,,belangrijke nieuwe ontdekking voor de Van Gogh-studie''. De brief vormt een waardevolle aanvulling op de wetenschappelijke editie van Van Goghs complete correspondentie, die in ongeveer 2008 moet verschijnen. Van Gogh, in die tijd student theologie, schreef de brief aan Hermanus Gijsbertus Tersteeg, zijn vroegere chef bij kunsthandel Goupil & Co, waar hij van 1869 tot `73 had gewerkt. Hij verzond hem samen met een brief aan zijn broer Theo in één envelop. Aangenomen werd dat alle brieven aan Tersteeg waren vernietigd, omdat deze al zijn correspondentie had verbrand. Deze brief echter was voordien geschonken aan een meisje dat autografen verzamelde en is nu in bezit van haar kleinzoon.

Aanleiding voor het schrijven was de dood van een drie maanden oud dochtertje van Tersteeg. In de brief, die doorspekt is met toepasselijke bijbelteksten, werpt Van Gogh zich op als troostend raadgever. Een van de meest opzienbarende passages is een verwijzing naar Van Goghs doodgeboren broertje, dat ook Vincent was genoemd. Het werd op 30 maart 1852, exact een jaar voor Van Goghs geboorte, in Zundert ter wereld gebracht door moeder Anna van Gogh-Carbentus. Tot nu toe was in documenten geen enkele verwijzing hiernaar te vinden. In de brief schrijft hij: ,,Mijn vader heeft ook gevoeld wat dezer dagen in U zal zijn omgegaan, onlangs stond ik nog des morgens vroeg bij het grafje op het kerkhof te Zundert waarop staat: Laat de kinderkens tot Mij komen want derzulken is het koningrijk Gods. Het is nu ruim 25 jaar geleden sedert Hij Zijn eerste jongsken daar begroef.'' Van Gogh vertelt verder hoe zijn vader troost vond in een dagboek dat de Franse schrijver Laurence Louis Félix Bungener schreef na het overlijden van zijn dochtertje, en sluit dit boekje bij de brief in.

Van Gogh schrijft ook over zijn studie: ,,Ben nu ongeveer 3 maanden aan de studie van Latijn en Grieksch en mijn meester Mendes da Costa zeide dezer dagen toen ik hem er naar vroeg dat wij zoover gekomen waren als hij gemeend had wij komen zouden''.

De brief is te zien samen met enkele andere documenten, waaronder het boekje van Bungener.