Zinnenstrelende remise in duel Anand-Kramnik

Vreemd genoeg werd de sleutelpartij van de negende ronde van het Corus schaaktoernooi aan de zijkant van het podium gespeeld. Vishy Anand en Vladimir Kramnik snelden in eerste instantie aan hun tafel voorbij. Pas toen ze hun naambordjes zochten, kwamen ze er achter dat ze pal naast de deur moesten plaatsnemen, die toegang geeft tot de kamer waar de schakers tijdens de ronde iets te drinken kunnen halen of een sigaret kunnen roken.

Erg druk konden ze zich er niet over maken, al maakte Anand een grapje over Kasparov die altijd aan de centrale tafel wilde speelde. ,,En dat terwijl Gazza niet eens meedoet'', mopperde Anand quasi verbaasd. Voor Kramnik was het eigenlijk alleen maar handig. Als het maar even kon verliet hij de speelzaal om driftig rokend in de spelerskamer zijn gedachten te ordenen. Zo spannend was het.

In het besef dat hij alleen met een zege zicht kon houden op de toernooizege, offerde Kramnik al vroeg een pion. De contouren van de Siciliaan op het bord oogden vertrouwd, toch waren er allerlei kleinigheden en afwijkingen die het uiterste vroegen van het improvisatietalent en het rekenvermogen van beide spelers. Aanvankelijk leek het offer van Kramnik te optimistisch, maar gaandeweg werden de problemen van Anand duidelijk. Juist op het moment dat zijn stelling dreigde te kantelen, volgden enkele doffe klappen over en weer en eindigde de partij plotsklaps in remise door zetherhaling.

Hoe zinsbegoochelend ze gerekend hadden en hoeveel bananenschillen ze behendig vermeden hadden, bleek pas in de analyse. Omringd door een haag van belangstellenden vergeleken Anand en Kramnik de varianten die ze bekeken hadden en de afwegingen die ze hadden gemaakt. Ze concludeerden dat ze een heel smal pad hadden bewandeld naar een terechte uitslag.

Gezien de intensiteit van hun partij was het opmerkelijk dat ze meteen na de analyse van onderwerp veranderden. Kramnik liep terug om verder bij te komen met meer koffie en nog een sigaret. Hij had het geprobeerd en het was niet gelukt, maar eigenlijk was hij nog steeds geobsedeerd door de partij die hij een dag eerder had verloren van Michael Adams. Hij had er niet van kunnen slapen en kon nog steeds niet bevatten hoe hij vanuit een stelling waarin hij een tikje beter had gestaan, geruisloos onderuit was gegaan. Misschien lag het aan zijn gebrekkige beheersing van de Najdorf-variant waarmee hij hier experimenteerde en die hem al twee keer de kop had gekost. Wetend dat hij er niets van meende, zei hij met een wrang lachje: ,,Had ik me maar met een saaie opening verdedigd, dan stond ik nu met `Vishy' bovenaan.''

Anand zat ook nog steeds aan zijn avonturen van de vorige ronde te denken, alleen waren zijn gedachten vervuld van grote tevredenheid. De aanvalsmanoeuvres en offers waarmee hij Evgeni Barejev van het bord had getoverd, waren zo mooi geweest dat hij zichzelf probeerde te dwingen er niet meer aan te denken. Nu, sprak hij zichzelf toe, moest hij blij zijn dat er tegen Kramnik niets mis was gegaan. Het was zaak zich te concentreren op de vier volgende partijen. Dat hij die laatste ronden met vertrouwen tegemoet mag zien, werd later op de avond duidelijk.

Loek van Wely zorgde ervoor dat de Indiër zijn voorsprong uitbreidde tot een vol punt door diens naaste belager Michael Adams in een zeeslang van 96 zetten te verslaan. Daarmee bewees de Nederlandse kampioen zichzelf een dienst; hij dreigde hier steeds verder weg te zinken in de anonimiteit. Afgezien van een gelukkige zege op Timman had hij nog niet veel laten zien en nu hij de opruiende uitlatingen waarop hij patent had achterwege laat, zou je hem bijna over het hoofd zien. De hardnekkigheid waarmee hij Adams bleef opjagen was bewonderenswaardig.

Hoewel de tegenslag van Ivan Sokolov, die door Aleksej Sjirov virtuoos aan flarden werd gespeeld, niet onvermeld kan blijven, was er meer goed nieuws voor de chauvinisten. Om te beginnen stelde Jan Smeets in de Grootmeestergroep C met een zege op Etmans zijn GM-norm zeker, zodat hij op het komende FIDE-congres tot grootmeester benoemd zal worden. En ook Jan Timman zorgde na dagen van droefenis voor een lichtpuntje door met zwart Barejev te verslaan. Je mocht vrezen dat Timman kwetsbaar zou zijn na zijn ontluisterende verlies tegen Zhang Zhong die hem naar de laatste plaats verwees, maar ook Barejev zat na diverse optaters onder de butsen. In het duel der gekwetsten beschikte Timman over de grootste tegenwoordigheid van geest. Met zijn opstelling liet hij Barejev in de waan dat hij een riant ruimtevoordeel had, terwijl Timman rustig een tegenoffensief plande. De veerkracht van dat plan was groot en met opmerkelijk gemak voerde hij zijn aanval tot winst. Pas op het moment dat Barejev in totaal verloren stelling ook nog eens verschrikkelijk in tijdnood kwam, werd Timman zenuwachtig. ,,Gek is dat, maar daar kan ik dus heel slecht tegen'', bekende hij natrillend in de spelersruimte naast het podium waar hij tot rust probeerde te komen met een broodnodige sigaret.