Welke reserves heeft Sir Philip?

Koninklijke/Shell ligt onder vuur. Aandeelhouders roepen openlijk om het hoofd van de topman, maar het lijkt onwaarschijnlijk dat Sir Philip Watts opstapt.

Maakt hij het vol? Dat is de vraag die sinds 9 januari door de financiële markten gonst. Zal Sir Philip Watts (58) zijn tijd als leider van de Koninklijke/Shell Groep volmaken en tot medio 2005 blijven zitten? Als hij dit doet zal hij zijn hele werkzame leven – 36 jaar – bij het bedrijf hebben gewerkt, een echte `Shell lifer'.

Als hij gaat zal Watts de geschiedenis ingaan als de man die van Shell een bedrijf maakte dat veel meer let op duurzaamheid en mensenrechten. Maar ook als de man die een moeizame relatie had met de financiële wereld en aandeelhouders.

Energiedeskundige en oud-Shell employee Peter Odell kwam Watts enige jaren geleden tegen, vlak na zijn benoeming tot bestuursvoorzitter. ,,Ik vond hem anders dan eerdere voorzitters. Hij was veel openhartiger en recht-door-zee, maar daardoor wel minder diplomatiek dan zijn voorgangers'', aldus de Brit die tot 1995 hoogleraar was aan de Rotterdamse Erasmus Universiteit.

Welke eigenschap Watts de komende weken nodig heeft is de vraag. Aan de ene kant zal de topman, getrouwd en vader van twee kinderen, voorzichtig moeten laveren om de schade die zijn eigen reputatie en die van Shell heeft opgelopen te herstellen. Aan de andere kant lijken beleggers behoefte te hebben aan onverbloemde taal van de topman die duidelijk maakt wat er precies aan de hand is.

De druk op Watts is groot. Sinds het bedrijf als een donderslag bij heldere hemel bekendmaakte dat het 20 procent minder aan `bewezen' reserves heeft dan gedacht is het bedrijf – en Watts – in een welvelstorm terecht gekomen. Het werd de topman zeer kwalijk genomen dat hij niet aanwezig was bij de toelichting op het bericht dat de aandelenkoers deed kelderen.

Op zich zou Watts niet moeten schrikken van alle druk en commotie. Hij was tijdens eerdere functies bij Shell nauw betrokken bij twee geruchtmakende affaires rond het concern: de terugtrekking uit olievelden in Nigeria na toenemende vijandigheid van de lokale Ogoni-stam en de kwestie rond het afzinken van het olieplatform de Brent Spar.

Watts, die in 1969 afstudeerde aan de Universiteit van Leeds in natuurkunde, was van 1991 tot 1994 directeur van de Shell-operaties in Nigeria, een olierijk land in Afrika waar Shell een grote aanwezigheid heeft. Watts was al weg toen de Nigeriaanse overheid de schrijver Ken Siro-Wawa executeerde. De schrijver had de kant gekozen van de Ogoni die eisen dat zij een deel van de olie-opbrengsten krijgen.

Watts zat inmiddels in het Shell-hoofdkantoor in Den Haag als regionaal coördinator voor Europa. Hij was nog niet gearriveerd of de milieugroepering Greenpeace begon een – succesvolle – actie tegen Shell's plan om het platform `Brent Spar' te laten afzinken. De campagne van Greenpeace en de problemen met de Ogoni zorgden niet alleen voor een grote reputatieschade bij Shell, maar ontwikkelden ook de drijfveer van Watts om Shell meer bewust te maken van mensenrechten en het milieu. ,,Na deze zaken zijn we teruggegaan en hebben gekeken naar de wijze waarop we functioneerden. We zijn teruggegaan naar onze waarden en vroegen onszelf of er iets ontbrak'', mijmerde Watts vorig jaar in een interview met de Amerikaanse krant New York Times.

Dat Watts – een fervent tuinierder – Shell meer de duurzame kant wilde opduwen werd pas duidelijk toen hij medio 2001 de leiding kreeg over het concern, 32 jaar nadat hij in 1969 begon bij Shell als seismoloog in Indonesië. Het bedrijf is sindsdien meer geld gaan investeren in duurzame energie-opwekking en stopt veel geld in sociale projecten – onder meer in Ogoniland. Verder beloofde Shell vorig jaar als eerste en vooralsnog enige oliemaatschappij ter wereld dat het niet zal boren naar olie en gas in natuurgebieden die als werelderfgoed worden erkend.

Maar hoeveel positieve publiciteit deze projecten ook genereren, aandeelhouders en institutionele investeerders kijken vooral naar de harde cijfers zoals de ontwikkeling van de koers van het aandeel Shell, de groei van de winst en de groei van de olie- en gasproductie, onderdelen waar tijdens Watts' regime minder goed op is gescoord.

De winst van het bedrijf bereikt dan wel recordhoogtes, het aandeel Shell is flink gedaald en de productiegroeidoelstelling van 3 procent zal ook over 2003 niet worden gehaald. Deze ontwikkelingen, plus de aankondiging over de reserves hebben investeerders flink in de gordijnen gejaagd.

De relatie met de financiële markten is vanaf het begin niet optimaal geweest. Watts moest kort na zijn benoeming – die een verrassing was omdat hij de Brit Moody-Stuart opvolgde terwijl Britten en Nederlanders elkaar traditioneel afwisselden als roerganger – gedwongen met slecht nieuws te komen. Hij stelde de doelstelling voor de productiegroei bij van 5 procent per jaar naar 3 procent, een boodschap die hij vervolgens liet toelichten door zijn opvolger als baas van de divisie Exploratie en Productie: Walter van de Vijver.

Watts' periode als baas van deze divisie, Shell's grote winstmaker, bracht hem naar de top, maar kan hem nu de kop kosten. De reserves die nu namelijk moeten worden afgeboekt van de `bewezen' lijst werden hier opgezet toen Watts aan het hoofd stond van de divisie.