Verkiezingstoespraak

Amerika gordt zich aan voor een turbulent verkiezingsjaar. In de staat Iowa hield de Democratische partij deze week haar eerste stemming (caucus) over wie de uitdager van de Republikein George W. Bush wordt bij de presidentsverkiezingen van 2 november. Gisteren liet Bush zelf van zich horen in zijn State of the Union, de jaarlijkse plechtige toespraak waarin de Amerikaanse president voor Congres en televisie de stand van zaken in het land doorneemt. Amerika, zei Bush aan het begin van zijn speech, is sterk en vol zelfvertrouwen. Daarmee was de toon gezet. Wat volgde was een aangeklede verkiezingstoespraak, die neerkwam op een dringend verzoek het karwei in een volgende ronde te mogen afmaken. De oorlog in Irak, het terrorisme, democratie in het Midden-Oosten, immigratie, de zegeningen van het huwelijk, belastingverlaging en de gezondheidszorg: het kwam allemaal aan de orde. Bush toonde zich strijdlustig. Zijn partijgenoten en politieke tegenstanders in binnen- en buitenland zagen en hoorden een moeilijk te kloppen president die vastbesloten is nog vier jaar bij te tekenen.

Bush zou voor zijn werk als politicus niet deugen als hij kansen om stemmen te winnen laat liggen. Zijn eerder ontvouwde plan voor de ruimtevaart (van de maan naar Mars) en zijn voornemen miljoenen illegalen in de VS te witten zijn onderdeel van een slimme verkiezingsstrategie. Ruimtevaart spreekt iedere Amerikaan aan. Dat de president geen budget heeft om op Mars te komen en ook geen tijdslimiet aan die missie stelt, is menig kiezer ontgaan. Het verschaffen van tijdelijke werkvergunningen aan illegalen vereist zeker politieke moed, maar is vooral bedoeld als signaal aan het latino-electoraat. Met retoriek hoeft niets mis te zijn, zolang maar duidelijk is waartoe ze dient – in dit geval herverkiezing van een zittende president.

Toespraken als de State of the Union zijn ondanks hun retoriek belangrijke documenten. Precies twee jaar geleden hekelde Bush in een geharnaste speech de `as van het kwaad': Irak, Iran en Noord-Korea. Vorig jaar werd met zoveel woorden de strijd tegen het bewind van Saddam Hussein aangekondigd. De feiten die voortvloeiden uit wat de president toen zei in zijn officiële jaarbericht, schokten de wereld en veranderden haar. In Irak werd een verderfelijk regime omvergeworpen en een dictator opgepakt. In Afghanistan, waar de Amerikanen de Talibaan verdreven, gaat het langzaam beter. In het Midden-Oosten verraste de Libische leider Gaddafi, mede onder Amerikaanse druk, met een coöperatieve opstelling inzake massavernietigingswapens. Noord-Korea dreigt niet langer, maar wil over zijn atoomprogramma praten.

Tegelijkertijd verdeelt Washingtons preventieve en unilaterale werkwijze met Irak de wereld. Een volgende keer pakt Bush de zaken niet anders aan, afgaande op zijn woorden gisteren: ,,Amerika zal nooit een goedkeuringsbriefje vragen om de veiligheid van ons land te verdedigen''. Omdat hij weigert ,,te leven in de schaduw van dit ultieme gevaar'', gaat de president door met zijn strijd tegen het terrorisme. Dat is hard nodig; Amerikaanse successen op dit front zijn te schaars. Wat in zijn speech niet ter sprake kwam, was de chaos die de VS van de Iraakse pacificatie hebben gemaakt. Ook zei Bush weinig over wat vorig jaar een hoofdmotief voor oorlog was: Saddams massavernietigingswapens. In de State of the Union van 2003 goochelde hij met duizenden liters anthrax en tonnen sarin en mosterdgas. Nu zijn ze verdwenen als sneeuw voor de zon.

Zijn geloofwaardigheid is internationaal een groeiend probleem. In november kan hij er mede op worden afgerekend als er in Irak geen eind is gekomen aan het vrijwel dagelijkse geweld. De kosten van de oorlog zijn een ander potentieel struikelblok. Dollars voor Bagdad kunnen thuis niet worden uitgegeven. Bush staat sterk, maar zijn zwakke plek is de combinatie oorlog en groei mèt banen. Verkiezingen zijn economie – dat wist zijn voorganger al.