Shell rijp voor revolutie

De topman van de Koninklijke/Shell Groep, de afstandelijke Sir Philip Watts, wordt steeds meer onder druk gezet om op te stappen. Maar Watts is slechts een symptoom voor de dieper liggende problemen van het concern. Zijn vertrek zal niet volstaan. Wat nodig is, is een revolutie.

De rampzalige herwaardering van zijn olie- en gasreserves die Shell onlangs bekendmaakte en waarbij Watts in de fout ging door zich te verschuilen in plaats van het probleem aan beleggers uit te leggen, is de jongste in een lange rij van teleurstellingen. Het rendement op geïnvesteerd kapitaal is lager dan bij BP of ExxonMobil, de vervangingsratio van de reserves is kleiner en de kosten van het vinden en ontwikkelen van nieuwe olievelden zijn bijna tweemaal zo hoog.

De kern van de problemen wordt gevormd door de archaïsche dubbele bedrijfsstructuur. Twee afzonderlijke beursgenoteerde bedrijven, een Brits en een Nederlands, investeren samen in de werkmaatschappijen. Daarnaast is er een uitvoerende directie, een groep van vier Nederlanders en twee Britten, die leiding geeft aan die werkmaatschappijen. Watts is zowel bestuursvoorzitter van de Britse tak van het concern als bestuursvoorzitter van de gezamenlijke directie.

Er kleven grote problemen aan deze structuur. In de eerste plaats wordt er een `wij en zij'-mentaliteit tussen de Britten en de Nederlanders door bevorderd. In de tweede plaats is zij bureaucratisch. In de derde plaats wordt de strategische flexibiliteit van het concern erdoor belemmerd. Tenslotte maakt de bestuursstructuur het voor beleggers lastiger gehoor te vinden voor hun wensen. Het opdoeken van de dubbele beursnotering is zeker geen panacee voor de problemen van Shell, maar zou het bedrijf wel een eind in de goede richting helpen. Reed Elsevier, een ander Brits-Nederlands conglomeraat, kan als daarbij model dienen. Vijf jaar geleden rationaliseerde het zijn dubbele bestuursstructuur. Het voorzag zijn Britse en Nederlandse pijlers van identieke raden van bestuur, met één uitvoerend directeur en één bestuursvoorzitter aan de top.

De fusie tussen Koninklijke Olie en Shell dateert van tien jaar vóór de bolsjewistische revolutie. Sindsdien hebben we twee wereldoorlogen gehad, zijn er mensen op de maan geland en heeft er nog een Russische revolutie plaatsgevonden.

Het is zo langzamerhand tijd dat Shell ook eens verandert.

Onder redactie van Hugo Dixon.

Voor meer commentaar:

zie www.breakingviews.com.

Vertaling Menno Grootveld.