Open de grenzen en laat de Polen binnen

Het kabinet wil arbeidsmigratie uit nieuwe EU-lidstaten beperken. Andere EU-landen houden hun grenzen nog zeker twee jaar dicht. Er zouden vooral veel Polen komen; maar dat zal wel meevallen, verwacht de Poolse ambassadeur Jan Michalowski.

Op 1 mei 2004 komen de Polen eraan. Dit `schrikbeeld' lokt de afgelopen tijd heftige reacties uit. Gelukkig is niet iedereen de mening toegedaan dat de EU zal worden ontwricht door (goedkope) arbeidskrachten. Nu de disscusie in Nederland in de finale fase komt, wil ik als ambassadeur van Polen een bijdrage leveren aan een zakelijke discussie over de te verwachten immigratiegolf en eraan meehelpen onterechte angsten weg te nemen.

Uit een aantal verschillende onderzoeken binnen de EU (waaronder die van Brückner en Boeri) blijkt dat er geen sprake zal zijn van een radicale toename van de migratie uit de nieuwe naar de oude lidstaten. De invloed op de werkgelegenheid of de lonen in de oude lidstaten zal dan ook gering zijn. Na vijftien jaar zullen tussen de 2,3 en 4,2 miljoen burgers van de nieuwe lidstaten in de oude verblijven. Als we daarbij in gedachten houden dat de huidige EU 377 miljoen inwoners telt, dan praten we in 2020 dus over iets in de orde van 0,2 procent van de totale bevolking. Dat verschilt niet wezenlijk van de migratie binnen de huidige EU, waar in 2000 slechts 0,1 procent van land verwisselde.

Polen is het grootste van de kandidaatlanden en voor de migranten uit dat land is men, met name in Duitsland en Oostenrijk, het meest beducht. Is dat terecht? Misschien. Van de 400.000 Polen die op dit moment in de EU werken zijn er 300.000 in Duitsland actief. Maar dat zijn bijna allemaal seizoensarbeiders, die gemiddeld twee maanden per jaar, vaak op dezelfde plek, in Duitsland werken. Omgerekend zijn dat maar 50.000 volle arbeidsjaren.

Zowel Duitsland als Oostenrijk heeft lange grenzen met de nieuwe lidstaten. Polen, Tsjechen, Hongaren en anderen kunnen zonder visa over de grens hoppen om in die landen te werken zonder te hoeven migreren. Daarom hebben Oostenrijk en Duitsland als eerste gezegd dat ze gebruik willen maken van overgangstermijnen. Eerst twee jaar en daarna eventueel nog eens vijf jaar. Veel effecten zijn daarvan niet te verwachten. Hoewel Duitsland de grenzen niet zal openen, verandert er niets ten aanzien van de huidige situatie. Polen heeft met Duitsland drie bilaterale overeenkomsten, op grond waavan nu 300.000 Polen in Duitsland werken. Die afspraken blijven ook na 1 mei 2004 overeind. Het is dus te verwachten dat, in de aangekondigde overgangsperiode van zeven jaar, het hoogtepunt van de migratie slechts zal worden verlegd van de eerste jaren na de uitbreiding tot later. Op de lange termijn zal het de totale immigratie nauwelijks beïnvloeden.

Ik hoor vaak het argument dat werkloosheid in Polen een motor voor migratie zal zijn. De ervaringen van de jaren na 1989 logenstraffen dit. Tussen 1990 en 2000 emigreerden jaarlijks tussen de 20 en 26 duizend mensen uit Polen, terwijl in diezelfde periode de werkloosheid opliep van 6,4 tot 15 procent. Dit kwam vooral door de geringe arbeidsmobiliteit, ook in Polen zelf, waar geen migratie van arme naar rijkere delen van het land plaatsvond. Een reden hiervoor is dat Polen pas emigreren als het politiek onuitstaanbaar wordt. De Polen zijn huiselijk, aan familie gebonden en willen hoogstens een beperkte periode elders werken om het geld mee terug te nemen naar huis. Alleen jongeren op zoek naar avontuur en goed opgeleide personen zijn potentiële kandidaten voor langdurig verblijf in het buitenland. En zelfs die Polen blijken niet altijd mobiel te zijn. Toen kanselier Schröder een paar jaar geleden 20.000 goedbetaalde banen aan buitenlandse IT'ers aanbood, meldden zich slechts 200 personen uit buurland Polen. Er is dus geen enkele reden om aan te nemen, dat een stroom migranten, geweerd uit Duitsland en Oostenrijk, linea recta naar Nederland komt. In 2003 werden in Nederland niet meer dan ongeveer 8.000 werkvergunningen aan Polen uitgereikt.

Als diplomaat begrijp ik goed, dat vijftig jaar scheiding wederzijds onbegrip en wantrouwen kan veroorzaken. Maar ik merk ook, dat het wantrouwen van mijn Nederlandse gastheren smelt als sneeuw voor de zon, wanneer zij mijn land bezoeken. Vooroordelen en angsten blijken dan niet bestand te zijn tegen de positief uitvallende realiteit. Veel van de argumenten die nu in Nederland worden gebruikt voor beperkende maatregelen, lijken te berusten op vooroordelen en angsten. Als na 1 mei 2004 een grote golf Polen de arbeidsverhoudingen in Nederland verstoort, zullen wij begrip hebben voor maatregelen. Maar vooraf beperkende maatregelen treffen is iets, wat ons Polen in het licht van alle prognoses, met inachtneming van alle foutmarges, als zeer onlogisch voorkomt.

Het is niet mijn taak oplossingen te vinden voor de Nederlandse werkloosheid. Maar ik kan mijn ogen niet sluiten voor het feit, dat er in Nederland sectoren zijn, zoals landbouw of medische zorg, die voor bepaalde arbeid afhankelijk zijn van buitenlanders. Ik hoor geregeld van Nederlandse werkgevers loftuitingen over de arbeids-ethos, dynamiek en vakbekwaamheid van Poolse werknemers. Het dunkt mij dat Nederlandse werkgevers de vrije keus moeten hebben om de beste kandidaten aan te kunnen nemen, waar ze ook binnen de EU vandaan komen. Dat is het principe van de vrije Europese markt. Daar komt nog bij dat de gelijkheid van burgers en het vrije verkeer van personen, wat Europese basisprincipes zijn, een groot goed is voor de Polen. Nederland, een van de oprichters van de EU, heeft deze principes altijd hooggehouden en ik hoop dat deze gerespecteerd zullen blijven worden.

Jan Michalowski is ambassadeur van Polen in Nederland