Op drempel van uitbreiding weet EU het niet meer

Over precies honderd dagen krijgt de Europese Unie er tien nieuwe lidstaten bij. Het plan om het bestuur van de Unie nog voor die datum te hervormen is mislukt. Niemand weet nog hoe dat verder moet.

Europa denkt na. Sinds vorige maand de onderhandelingen over het grondwettelijk verdrag mislukten, vragen de Europese regeringen zich af hoe het verder moet. Niemand weet het. Ierland heeft als huidig voorzitter van de Europese Unie de taak om naar een oplossing te zoeken. Luisterend naar alle Europese regeringen krijgt Dublin de indruk dat het niet eenvoudiger, maar juist ingewikkelder wordt.

De Ierse minister van Buitenlandse Zaken, Brian Cowen, waarschuwde gisteren in het Europees Parlement dat er meer problemen zijn dan de weigering van Polen en Spanje om een ander systeem te aanvaarden voor de besluitvorming in de EU dan dat waartoe in 2000 in Nice is besloten. ,,Sommige landen hebben ook andere problemen dan institutionele zaken'', zei hij.

Zo heeft Frankrijk het Ierse EU-voorzitterschap laten weten bij onderhandelingen over belangrijke punten uit te willen gaan van het ontwerp-verdrag dat de Europese Conventie vorig jaar zomer afleverde, en niet van compromisteksten die Italië in december als toenmalig EU-voorzitter op tafel legde. Italië stelde, onder Britse druk, voor om de tekst van de Conventie zó te veranderen, dat EU-lidstaten op fiscaal en sociaal gebied vetorecht zouden houden.

Over de door Italië gepresenteerde compromissen is door de Europese regeringsleiders tijdens de mislukte top in Brussel in december niet eens gesproken. De Italiaanse premier Silvio Berlusconi zei na afloop van die bijeenkomst dat over meer dan negentig procent van het constitutioneel verdrag overeenstemming was bereikt. Maar volgens Cowen heeft Berlusconi niets op papier gezet.

Het enige dat de Italiaanse premier begin deze maand aan Ierland als nieuwe EU-voorzitter heeft kunnen overdragen zijn de conclusies van een bijeenkomst van de EU-ministers van Buitenlandse Zaken kort voor de mislukte top. Cowen zei gisteren dat aan die conclusies alleen te zien is ,,dat we over een aantal zaken consensus beginnen te bereiken, ze geven de richting aan van een algemeen akkoord''. Dat is ver verwijderd van de vereiste unanimiteit. De Ierse minister waarschuwde bovendien: ,,Er is niets afgesproken voordat alles is afgesproken.'' Met andere woorden: zo lang er nog een punt is waarop geen overeenstemming is, zijn akkoorden op andere punten slechts voorlopig.

Het Ierse EU-voorzitterschap heeft dat bij overleg met de Europese regeringen de afgelopen weken ervaren. De Europese landen krabbelen terug bij zaken waarbij zij vorige maand nog tot compromissen bereid waren. Dat doen ze alleen al om opnieuw wisselgeld te vergaren voor nieuwe onderhandelingen.

Zo is de discussie over de toekomstige omvang van de Europese Commissie weer op de agenda gekomen en is ook de vraag terug of een expliciete verwijzing naar het christendom in de preambule van het verdrag moet komen.

Er ligt geen enkel plan op tafel hoe het verder moet. Ierland wil in maart rapport uitbrengen over de sonderende gesprekken. Cowen: ,,Ik wil niet naïef optimistisch of pessimistisch zijn.'' Louis Michel, de Belgische minister van Buitenlandse Zaken, zei deze week dat nieuwe onderhandelingen op dit ogenblik geen zin hebben en dat het beter is eerst na te denken over ,,de diepere oorzaken'', ,,de werkelijke politieke vragen'' die de top van Brussel vorige maand deden mislukken. ,,Is er, bij iedereen, de politieke wil om vooruit te gaan in een Europa van 25 lidstaten'', vroeg hij zich af.

In Brussel was het vooral de Franse president Jacques Chirac die na overleg met onder anderen de Duitse bondskanselier Gerhard Schröder, de Belgische premier Guy Verhofstadt en de Britse premier Tony Blair aan voorzitter Berlusconi het signaal gaf dat de onderhandelingen beter gestopt konden worden. Frankrijk had tevoren, met Duitsland in zijn kielzog, al gezegd dat er beter geen verdrag dan een slecht verdrag kon komen. Een slecht verdrag is volgens Chirac vrijwel alles wat afwijkt van het resultaat van de Conventie.

Volgens EU-diplomaten speelt de Franse vrees voor verlies van macht in de uitgebreide EU een belangrijke rol. Daarom zou Chirac al sinds 2000 hameren op de mogelijkheid van `pionier-groepen' van landen in de EU die – onder leiding van Frankrijk en Duitsland – verder integreren dan de totale EU. De Duitse minister van Buitenlandse Zaken, Joschka Fischer, spreekt al jaren over de vorming van een ,,avant-garde''. Schröder zegt voorzichtiger dat praten over zo'n tweedeling pas aan de orde komt wanneer het constitutioneel verdrag definitief mislukt blijkt.

Bij de hardnekkigheid van Chirac speelt ook een rol dat hij er niet van beschuldigd wil worden dat hij instemt met een te sterke machtspositie voor Duitsland. De Frans-Duitse machtsverhouding was ook al essentieel bij de onderhandelingen over het verdrag van Nice, waarin beide landen uiteindelijk evenveel `stemgewicht' kregen, ofschoon Duitsland veel meer inwoners heeft dan Frankrijk. Maar achteraf heeft Chirac er wel spijt van dat Spanje en Polen destijds in Nice mede daardoor net als Frankrijk ook relatief veel stemgewicht in de wacht konden slepen. EU-diplomaten verwachten niet dat Parijs voor regionale verkiezingen (maart) en verkiezingen voor het Europees Parlement (juni) tot enige soepelheid bereid is.

Het betekent waarschijnlijk dat de kwestie doorschuift naar het EU-voorzitterschap van Nederland in de tweede helft van dit jaar. Maar in Brussel is geen diplomaat die durft te wedden dat dan de tijd wel rijp is voor een akkoord over een Europese grondwet. De zaak kan ook verder worden uitgesteld, of nooit worden opgelost. Europa denkt na.