Olieprijs stijgt na gasexplosie

De olieprijs staat op het hoogste punt sinds de aanloop naar de oorlog in Irak. De prijs steeg gisteren sterk door de explosie in een grote fabriek voor vloeibaar gas in Algerije.

De explosie in de Algerijnse havenstad Skikda had tot gevolg dat in Londen de prijs van een vat Brent Noordzee-olie omhoog schoot met 65 cent naar 31,22 dollar, het hoogste niveau sinds maart 2003, vlak voor de inval in Irak. Wegens de explosie moest niet alleen de bewerking van LNG – het vloeibare gas – worden stopgezet, ook moest de exportterminal van Algerijnse olie tijdelijk worden gesloten.

Algerije is lid van de OPEC, de organisatie van olie-exporterende landen, en een van de grootste LNG-exporteurs ter wereld. De explosie, waarbij ten minste 23 mensen omkwamen, werd waarschijnlijk veroorzaakt door een boiler die ontplofte.

De ramp komt op een moment dat de oliemarkt onder grote spanning staat. De olievoorraden in de Verenigde Staten – de grootste olieconsument ter wereld – zijn in 28 jaar niet zo laag geweest. De lage stand wordt veroorzaakt doordat raffinaderijen wegens de hoge olieprijs wachten met inkopen. Aan de andere kant zorgen de krappe voorraden er weer voor dat de prijs hoog blijft.

Behalve door deze factoren wordt de prijs ook opgedreven door het zeer koude weer in de VS. Dit zal volgens metereologen voorlopig niet veranderen: zij voorspellen extreme kou voor de komende drie weken in het hele gebied ten oosten van de Rocky Mountains. Zij voorspellen ook de koudste winter in 25 jaar.