Mensen willen weer jagen. Maar het wild is op

De plezierjacht stijgt in populariteit. Maar wild is schaars in Nederland en laat zich moeilijk vangen. Op konijnenjacht met fret en havik.

Jagen kan ook zonder kogel. Hoe dat in z'n werk gaat, is te zien in de bossen van Oosterhout. Jagermeester Ad van der Dussen heeft een aantal valkeniers uitgenodigd voor wat een biologische jacht kan worden genoemd: jagen op konijnen met een fret en een havik.

Een gecultiveerde drijfjacht waarbij verschillende dieren onder leiding van de mens samenwerken om klein wild te verschalken. Puur natuur, zegt Van der Dussen tijdens de jaarlijkse jachtdag op dit terrein van Staatsbosbeheer. En puur voor de fun. Het is de laatste keer dat de jachtdag in deze vorm wordt georganiseerd, want Staatsbosbeheer heeft besloten om jachtrechten niet meer te verpachten, maar jagers alleen nog op afroep in te schakelen.

Het jachtseizoen voor konijnen wordt eind deze maand gesloten. Konijn is een van de weinige soorten waar nog jacht op mag worden gemaakt. De andere soorten zijn houtduif, fazant, wilde eend en haas. Als er op andere dieren wordt gejaagd, dan is dat alleen toegestaan om de populatie van die soort op peil te houden en bijvoorbeeld te zorgen dat ze niet verhongeren, zoals wilde zwijnen op de Veluwe, de beheersjacht, of omdat ze schade aan landbouw veroorzaken, zoals kraaien en kauwen en, sinds kort, ganzen.

Jagen is weer in trek. De jachtcursussen zitten vol, zo meldt de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging. Mensen willen actief in de natuur bezig zijn en daar hoort jagen ook bij, aldus de vereniging.

Maar er valt niet altijd veel te jagen, zo blijkt in de Brabantse bossen. Als het jachtgezelschap de bramenstruiken in getrokken is, worden de deelnemers in linie opgesteld om de konijnen op te drijven. De drijvers speuren naar een pijp, een ingang van een konijnenhol. Voor de mensen uit dartelt een engelse springer spaniel, Tjessie. Als hij iets op het spoor is, zeggen de jagers dat hij lucht heeft. Dan heeft de hond iets geroken en zit er misschien iets in de burcht.

De mensen houden halt en het fretteren kan beginnen. Een vrouw haalt een fret uit een van haar tassen, plaatst die voor de ingang van een konijnenbouw. De fret glipt naar binnen en daarna maakt zich een spanning meester van de jagers. Komt de fret snel weer kalm naar boven? Uit welke pijp komt de fret dan? Of blijft het enige tijd stil en wipt een konijn uit een van de springers, de uitgangen van zijn gangenstelsel, opgejaagd door de fret?

Een enkele keer springt een konijn te voorschijn. In dat geval spelen de biologische jagers hun laatste troef uit. Een valkenier die al die tijd een havik op zijn arm draagt laat zijn getrainde vogel los en deze maakt een lage, snelle vlucht door de bomen om het konijntje te grijpen.

De valkeniers Ria en Harry Wagenaar, vandaag eigenlijk havikiers, zijn lid van de Valkerij Equipage Jacoba van Beieren. Jagen met valken doe je op vliegend wild zoals eenden en fazanten, vertelt Harry Wagenaar onderweg. Valken maken een hoge vlucht en kunnen daarbij snelheden tot ver boven de driehonderd kilometer per uur halen.

Konijnen zijn geschikt voor haviken. Er zijn tijden geweest dat Harry met zijn havikswijf Kai meer dan twintig konijnen wist te vangen, zoals een jaar of zeven geleden tijdens een jacht in het Zeeuwse Rilland. Maar tegenwoordig is het heel wat moeilijker. De konijnen zijn verdwenen uit de bossen. Ze zijn geveld door de myxomatose en, sinds enkele jaren, door de ziekte vhs.

Slechts vier maal kan Harrie Wagenaar vandaag zijn havik loslaten om een springend konijn te achtervolgen. Alle keren is het konijn de roofvogel te slim af, door haken te slaan zoals de jagers zeggen, zigzaggende bewegingen te maken. Dan keert Kai weer terug naar de handschoen van haar trainer en krijgt zij een stukje eendagskuiken uit de jagerstas.

Aan het einde van de dag komen de jachtgroepen weer bij elkaar. Er wordt een glaasje gedronken. De haviken rusten. Er is in totaal één konijn gevangen, of geslagen zoals de jagers zeggen.