Lou is weer z'n oude zelf

Fotograaf Suzan van de Roer maakte portretten van zevenentwintig Volendamse jongens en meisjes die de brand in café De Hemel meemaakten. Lou Snoek is één van hen.

Het meest opvallend zijn z'n tanden – wit en ongeschonden. Daarna pas zie je zijn gezicht. Of beter: dúrf je zijn gezicht te zien. Geen haar, geen wenkbrauwen, geen neusvleugels, bijna geen oorschelpen, en een litteken dat van zijn voorhoofd over beide wangen naar zijn hals loopt. Zijn handdruk is stijf en gehavend. Lou Snoek was net 16 toen hij de brand in café De Hemel in Volendam meemaakte. Nu is hij 19. Zijn portret hangt tussen de portretten van zesentwintig andere Volendamse jongens en meisje in de Melkweg in Amsterdam. Zelf zit hij er – dinsdagmiddag 20 januari – aan een tafeltje naast en hij vertelt hoe het hem in die drie jaar vergaan is.

Een lang verhaal, zegt hij. Maar hij vertelt in drie minuten hoe hij was voorbestemd om na de mavo de palingrokerij van zijn vader over te nemen, maar na de brand niet meer kon fileren, waarop hij tegen zijn vader zei dat hij het niet meer ambieerde. Die verkocht het bedrijf aan de broers Carlo en René Mooijer, want er was geen andere opvolger. Lou Snoek richtte Volendam United op: muziekevenementen en straatvoetbaltoernooien voor de kinderen die de brand niet bewust hebben meegemaakt. En hij ging naar school in Amsterdam om sociaal-maatschappelijk werker te worden.

Wat een vergissing. ,,Op papier leek het me wel wat', zegt hij. ,,Maar ik was zo anders dan die mensen daar.' Niet door zijn verwondingen, maar doordat hij Volendammer is. Hij zoekt naar neutrale woorden, hij wil niemand kwetsen. Hij zegt: ,,Als ik mensen over zichzelf hoorde praten, dacht ik: man, als je dat zo voelt, dóe er dan wat aan.' En toen kwam hij op een visbeurs in Brussel Carlo Mooijer tegen, ook Volendammer, en die zei: Lou, jongen, voor jou is er bij ons altijd een plek.

Het bedrijf heet nu Mooijer-Volendam BV/Lou Snoek BV, rokerij, vrieshuis en groothandel. Hij werkt er drie dagen in de week. Kantoor, verkoop en reclame. Maar hij gaat steeds vaker naar de rokerij, soms staat hij zelfs weer te fileren. Een halfuur, niet langer, hij krijgt er wondjes van op zijn handen. ,,Het grote voordeel is', zegt hij, ,,dat ik nu niet het zoontje van de baas ben. Ik moet mezelf neerzetten als een volwaardig persoon.' Het zal niet lang duren of hij werkt er vijf dagen in de week. En dan is hij, zegt hij, weer helemaal zijn oude zelf.

Wat is zijn oude zelf?

,,Dat is Lou die lekker veel uren maakt en die op zaterdagavond in het café kan zeggen: dit heb ik deze week verdiend.'

Nee, hij heeft nog geen verkering. Hij maakt zich er geen zorgen over. Hij heeft het al wel een paar keer gehad en hij merkte: de verwondingen doen er niet toe. En het is zo. Als je met hem praat, doen zijn verwondingen er snel niet meer toe. Maar net als je ze niet meer ziet, begint hij uit te leggen hoe zijn gezicht in het Militair Hospitaal in Brussel eerst werd bedekt met kunsthuid, daarna met siliconen, en daarna met zijn eigen huid. Hij was de vijfde op de hele wereld, zegt hij, die zo'n behandeling kreeg. Hij zou terug kunnen gaan voor zijn oren en zijn neus, maar hij weet niet of hij het doet. ,,Het kost je twee maanden en al die tijd ben je niet op je werk.'

Drie jaar geleden lag hij er drie maanden. Heel kort, zegt hij, voor iemand die van binnen voor dertig procent en van buiten voor 67 procent verbrand was, en die zes weken in coma was gehouden en daarna niet meer kon lopen. Hij weet nog dat hij van de intensive care naar de medium care werd gebracht, in een rolstoel, en dat hij vroeg: wanneer mag ik naar huis? Als hij de hele gang door kon lopen. Hij moet nog lachen als hij aan de grappen denkt die zijn zwagers maakten, de echtgenoten van zijn zusters. ,,Je vliegt toch niet in de gordijnen als we zo weg zijn?'

Hij stond vlak bij de achterdeur toen de brand uitbrak. Hij had er zo uit kunnen lopen en er was niets met hem gebeurd. Maar hij liep de andere kant uit, naar de deur waardoor hij binnen was gekomen. Wordt hij erg gekweld door de hàd-ik-maar-gedachte? ,,Nee', zegt hij. ,,Dat heeft geen zin.' En hij meent het, dat kun je aan hem zien.

De tentoonstelling `De kracht van Volendam' van Suzan van de Roemer is tot en met 8 februari te zien in de Melkweg Galerie, Marnixstraat 409 in Amsterdam, bij het Leidseplein.

Gerectificeerd

Foto's Volendam

Het artikel Lou is weer z'n oude zelf (21 januaria, pagina 24) introduceert de maakster van portretfoto's van 27 Volendamse jongeren als Suzan van de Roer. De fotografe heet Suzan van de Roemer.