Kok getuige in rechtszaak Kosovo

Oud-premier Kok is als getuige gedagvaard in een rechtszaak die is aangespannen door slachtoffers en nabestaanden van bombardementen op doelen in Belgrado en Nis tijdens de Kosovo-crisis van 1999.

Naast Kok moeten de toemalige ministers Van Aartsen (Buitenlandse Zaken) en De Grave (Defensie) alsook de voormalige voorzitter van de Tweede Kamer Van Nieuwenhoven volgende week maandag voor de Haagse rechtbank als getuigen verschijnen.

De slachtoffers en nabestaanden willen de Nederlandse staat aansprakelijk stellen voor de materiële en immateriële schade die zij als gevolg van de bombardementen hebben geleden. Nederlandse F-16's maakten tijdens het conflict over Kosovo deel uit van de NAVO-macht, die aanvallen uitvoerden op Servische doelen in verband met de crisis over Kosovo.

Het gaat de nabestaanden met name om de beschieting met kruisraketten van het gebouw van de Servische staatstelevisie in Belgrado en op doelen in het centrum van de stad Nis in april 1999.

Het staat volgens een woordvoerster van de Haagse rechtbank overigens nog niet vast dat het tot een daadwerkelijke civiele procedure komt. De rechter neemt daarover een besluit mede naar aanleiding van de verhoren van maandag. In eerste instantie had de rechtbank zelf het verzoek tot het horen van getuigen afgewezen. Maar in hoger beroep wees het gerechtshof het verzoek van de slachtoffers en nabestaanden alsnog toe. Wel bepaalde het hof in hoger beroep uitdrukkelijk dat de verhoren zich dienen te beperken tot de vraag in hoeverre bij deze aanvallen normen van humanitair oorlogsrecht zijn geschonden. De discussie tijdens de verhoren zal zich naar verwachting toespitsen op de vraag of het televisiegebouw als een militair doel kon worden beschouwd. De NAVO betoogde destijds dat de Servische televisie een belangrijk instrument was van het toenmalige bewind.