`Ik heb geen smaak, ik ben een eclecticus'

Na acht edities van het International Film Festival Rotterdam te hebben geleid houdt directeur Simon Field het na het komende festival voor gezien. ,,De schoonheid van een film bestaat soms uit een gebrek aan compromis.''

Vanavond opent Simon Field voor de achtste en laatste maal het International Film Festival Rotterdam. Hij is de vierde directeur van het festival, dat in 1972 bescheiden begon als Film International. Er draaiden 31 films en er kwamen 5.000 mensen. Nu zullen na openingsfilm Zatoichi zeshonderd films te zien zijn en er worden meer dan 350.000 bezoeken verwacht.

Field (Hull, 1946) was voor hij naar Rotterdam kwam acht jaar filmprogrammeur van het Institute of Contemporary Art in Londen. Nu gaat hij terug naar Londen en wordt filmproducent. In zijn acht Rotterdamse jaren is hij een beminnelijke Brit gebleven, die even voorzichtig als gepassioneerd zijn filmliefde betuigt. Hij vindt het al heel wat dat hij nu in de catalogus een toptien van festivalfilms prijsgeeft. En er meteen bij schrijft dat die tien films ook door talloze andere titels vervangen kunnen worden. Cinema vult zijn hart. Als films mensen waren, had Field een harem gehad.

Uw top tien bevat zowel een Amerikaanse komedie als een Koreaanse genrefilm als een Amerikaanse performance. Het is moeilijk daar een smaak uit af te leiden.

,,Ik heb gelukkig geen smaak. Toen ik naar Rotterdam kwam, zei ik dat mijn smaak katholiek was. Dat viel hier niet zo goed. Laat ik zeggen dat ik een eclecticus ben. Ook het festival legt de nadruk op verscheidenheid. Amerikaanse avant-garde en Koreaanse cult horen hier allebei thuis.''

Er ontbreekt eigenlijk maar één soort film op het festival: films uit Hollywood.

,,Daar houd ik soms ook van. Ik heb het festival een keer laten openen met The Insider van Michael Mann, een groot stilist. Daar heb ik veel kritiek op gekregen.''

Toch is veel retorica van het festival gebaseerd op een tegenstelling: Hollywood tegen de rest. Doe je zo Amerikaanse avant-garde én Koreaanse cult niet tekort? Ze blijven steken in alternatief-zijn.

,,Het blijft nodig tegen de Hollywoodmachine te ageren. Anders is er straks nog maar één soort film over. Hollywood is heel agressief in het veroveren van de wereld. Jack Valenti (voorzitter van de Motion Picture Association, BS) wants to sit on other cinema. Dit is een tijd van nietsontziende mondiale vervlakking. Het Amerikaanse model heeft gelukkig nog niet alles vertrapt. In Japanse en Koreaanse films zie je nog een andere esthetiek, andere normen en waarden.''

Heeft een film wel eens uw leven veranderd?

,,Nee. Ik heb nooit een ervaring gehad als Paulus die op de weg naar Damascus Jezus tegenkwam en hem de schellen van de ogen vielen. Nee.''

In de catalogus schrijft u dat het grote belang van de Portugese regisseur Joo Cesar Monteiro zijn weigering om het publiek te behagen is. Waarom is dat zo belangrijk?

,,Cinema biedt op de eerste plaats plezier, maar het kan wel diepzinnig plezier zijn. De schoonheid van een film bestaat soms uit een gebrek aan compromis. De meeste films worden nu voor een zo groot mogelijk publiek gemaakt. Verander de plot, stop er nog een actrice in. Monteiro doet dat niet.''

Daar volgt niet uit dat hij goede films maakt.

,,Misschien is het een paradox. Monteiro volgt in Vai e Vem volledig zijn eigen obsessies en dat levert grote cinema op. Voor zulke paradoxen is steeds minder plaats.''

Wat is uw gelukkigste herinnering aan Rotterdam?

,,In 1998 wilde ik Flowers of Shanghai van Hou Hsiao-hsien met Tony Leung draaien. Het was erg moeilijk om de rechten voor die film te krijgen. Het lukte, de regisseur kwam en de film draaide in een stampvol Pathé 5. Ik was zo blij.''

Waar bent u nog meer gelukkig mee?

,,De samenwerking met de musea in Rotterdam. Exploding cinema bestond al toen ik kwam, maar er werd nog niet met andere culturele instellingen samen gewerkt. Ik ben geïnteresseerd in de nieuwe plekken waar de cinema opduikt, zoals de beeldende kunst en dit jaar computergames. Wij laten de opschuivende grenzen van de cinema zien zoals geen ander festival ter wereld.

,,Ik ben met heel veel gelukkig. Voor Orson Welles was een filmstudio de grootste elektrische treinset die een jongen kon krijgen. Voor mij is het festival die treinset.''

Wat is er in acht jaar veranderd?

,,Het is groter en beter geworden. Festivals als Berlijn en Cannes nemen ons nu serieuzer. Een inhoudelijk verandering is de aandacht voor oude films. In het begin dacht ik dat het niet onze taak was om oude films te vertonen, maar daar ben ik van teruggekomen. Het is belangrijk om de mijlpalen van de onafhankelijke film niet vergeten te laten worden. Het programma Cinema regained is ook ingegeven door de opkomst van de dvd, die oude films op een nieuwe manier toegankelijk heeft gemaakt.''

Wat vindt u van de Nederlandse film?

,,Daar ben ik niet goed van op de hoogte.''

Moet een directeur van een zich in Nederland afspelend festival dat niet zijn?

,,Ik maak het festival niet alleen.''

De aankondiging van uw vertrek vorig jaar volgde op gemopper van bestuursleden dat u weinig op kantoor was en geen Nederlands sprak.

,,Mijn besluit om te vertrekken heeft daar niets mee te maken. Acht jaar was genoeg. Ik ga ook niet naar een ander festival. Ik heb er even over gedacht om te solliciteren bij het festival van Toronto, of om zelf in Engeland een klein festival op te richten. Maar Rotterdam is het perfecte festival. Ik zal het zo missen.''