Britse justitie gelooft zelden in wiegendood

In Groot-Brittannië zijn duizenden baby's mogelijk ten onrechte bij de ouders weggehaald, op basis van een discutabel oordeel van deskundigen.

Nicky Underdown was 22 jaar toen haar twee weken oude zoontje William in 1999 stierf. Zoals gebruikelijk in Groot-Brittannië onderzocht justitie de zaak en de deskundigen vertrouwden het niet. Nicky werd gearresteerd en veroordeeld wegens moord. Ze was inmiddels opnieuw zwanger toen ze de cel in ging. Sociaal werkers gaven haar echter te verstaan dat ze het kind na de geboorte niet bij zich mocht houden. De bevalling werd met een keizersnede uitgevoerd en toen Nicky uit de narcose ontwaakte, was haar baby al weg. Pas de volgende dag mocht ze haar kind een uurtje bij zich hebben. Intussen besloot het Hof van Beroep de veroordeling van Nicky nog eens tegen het licht te houden. Nieuwe deskundigen kwamen tot nieuwe conclusies en na veertien maanden cel werd Nicky Underdown in hoger beroep vrijgesproken.

Sociaal werkers hielden echter vol dat de moeder een bedreiging vormde voor haar tweede kind. Het jongetje woonde bij zijn vader en er werd gedreigd het bij de ouders weg te halen als de moeder thuis zou komen wonen. Korte tijd later volgde een rechtszaak voor het zogeheten Family Court. De kinderrechter oordeelde dat Nicky een gevaar zou zijn voor haar zoontje en alleen onder toezicht contact met hem mag hebben. Als gevolg daarvan leeft de moeder nog steeds gescheiden van haar man en kind.

Nicky Underdown is een van de schrijnende gevallen van Britse ouders die uit de ouderlijke macht zijn ontzet uit vrees dat ze hun kinderen iets aandoen. Een debat hierover volgde op het besluit eergisteren van de Britse justitie om 258 rechtszaken waarbij ouders in de afgelopen tien jaar mogelijk ten onrechte zijn veroordeeld voor moord op hun kinderen, alleen op basis van verklaringen van artsen en andere deskundigen, opnieuw te onderzoeken. Meestal werd geoordeeld dat ouders leden aan het syndroom Münchausen by Proxy, waarbij ze hun kinderen iets aandoen om zelf aandacht te krijgen. Kinderarts Prof. Roy Meadow, die in veel zaken als getuige-deskundige optrad, hield rechters herhaaldelijk de risico's voor van het syndroom en, in navolging van Meadow, vonden veel Britse artsen dat bij twijfel moest worden uitgegaan van kwade trouw.

Ook als het niet tot strafzaken is gekomen, speelde de vrees voor Münchausen by Proxy vaak een doorslaggevende rol bij uithuisplaatsing van kinderen. Volgens procureur-generaal Harriet Harman gaat het mogelijk om vijfduizend gevallen in de afgelopen vijftien jaar. Harman zei gisteren dat ze met de hoogste kinderrechter, Dame Elizabeth Butler-Sloss, en staatssecretaris voor kinderbeleid Margaret Hodge zal overleggen wat er met die gevallen moet gebeuren. Volgens Harman is vaak moeilijk nog na te gaan in hoeverre een uitspraak alleen is gebaseerd op de theorieën van kinderarts Meadow. Ze pleit voor een internationaal onderzoek naar de betrouwbaarheid van de diagnose `Münchausen by Proxy'.

Hodge zei gisteren in een interview met The Daily Telegraph dat ze ouders geen valse hoop wil geven. ,,Als er tien of vijftien jaar geleden sprake is geweest van een gerechtelijke dwaling, wat is dan nu het belang van het kind?'' Hodge zegt begrip te hebben voor de pijn van de gezinnen waar de kinderen uit zijn weggenomen, ,,maar als een kind direct na de geboorte is geadopteerd, is het verstandig het te laten blijven waar het is. Als staatssecretaris voor kinderbeleid moet ik kijken naar het belang van het kind.'' Volgens Hodge betekent dat echter niet, dat ouders hun zaak niet kunnen laten herzien. Maar het is, zegt ze, niet mogelijk om simpelweg ,,de klok terug te draaien''.

Een Britse vrouw van wie haar één jaar oude dochterje zeven jaar geleden werd weggenomen omdat deskundigen vreesden dat ze aan Münchausen leed, vertelde gisteren in The Daily Telegraph hoe machteloos ze zich voelde: ,,Het was genoeg voor ze om me alleen maar te verdenken van Münchausen [...] Als ik ertegen protesteer, zeggen ze dat ik lieg en dat bewijst dat ik aan Münchausen lijdt, want liegen is één van de symptomen.''

Hodge sluit niet uit dat gedupeerde ouders compensatie zullen eisen. Ook zouden autoriteiten, die tot uithuisplaatsingen besloten, voor de rechter gedaagd kunnen worden. Maar ze hoopt dat het niet zo ver komt.

In geen enkel Europees land komt het na de dood van een kind zo vaak tot een rechtszaak als in Groot-Brittannië. Behalve door de invloed van prof. Meadow's theorieën op de rechtsgang komt dat ook doordat justitie in alle gevallen wordt betrokken bij het onderzoek naar de doodsoorzaak. Zeven jaar geleden werden in Groot-Brittannië nog 603 gevallen van wiegendood gemeld, vorig jaar waren het er 429. In Nederland, waar het aantal wiegendoodgevallen is gedaald van 220 in 1984 tot ongeveer 25 nu, beslist de arts die de dood van het kind constateert of justitie wordt ingeschakeld. Een commissie onderzoekt of het wenselijk is in alle gevallen een officiële lijkschouwing te laten uitvoeren, zodat de arts niet langer hoeft te beslissen of er sprake is van verdachte omstandigheden.