Afpersingen op het gymnasium

Schooldirecteuren zijn boos op minister Van der Hoeven, die beweert dat zij geweld op school verbloemen. Onderzoek lijkt de minister te steunen. Cijfers over geweld op school zijn al jaren beschikbaar, maar er gebeurt weinig mee.

Amsterdam telt 39 scholen voor voortgezet onderwijs, met in totaal bijna 20.000 leerlingen. Uit een onderzoek van het bureau DSP-groep onder de helft van die leerlingen blijkt dat slechts vijftien procent van de geweldsincidenten die zij meemaken bekend is bij de scholen, en één procent bij de politie. Vertaald naar alle leerlingen in het Amsterdamse voortgezet onderwijs gaven zij in 1998-1999 aan dat zij het afgelopen jaar als dader betrokken waren geweest bij 244.000 incidenten, waarvan 94.000 ernstig.

De scholen deden alleen mee aan het onderzoek op voorwaarde dat de resultaten niet per school naar buiten zouden komen. De resultaten zijn op de betrokken scholen besproken. Volgens projectleider Wim Ruijsendaal van het Amsterdamse project `Veilig in en om school' (VIOS) hebben de cijfers de ogen geopend van de directies op de scholen. Ruijsendaal: ,,De scholen in Amsterdam wilden het lange tijd niet accepteren, maar met deze cijfers zijn ze het stadium voorbij dat ze geweld verbloemen. Ook scholen die dachten echt geen probleem te hebben, moesten erkennen dat het niet zo was.'' Het Amsterdamse onderzoek werd mede bekostigd met geld uit de campagne `De veilige school' van het ministerie van OCW. Na Amsterdam hebben Haarlem en Den Bosch een zelfde onderzoek laten doen, met vergelijkbare resultaten.

Het beeld dat geweld vooral voorkomt op zwarte vmbo-scholen, wordt niet bevestigd door het Amsterdamse onderzoek. Zwarte en witte scholen, van vmbo tot gymnasium, ondervinden evenveel agressie. Ruijsendaal: ,,Het geweld op een gymnasium is geslepener. Denk maar aan afpersingen. Op een vmbo wordt sneller gevochten. En ik weet niet wat erger is.'' Onderzoeker Sander Flight van de DSP-groep zegt dat de bevindingen nog een topje van de ijsberg zijn. ,,Wanneer je verder gaat zoeken kom je waarschijnlijk nog meer tegen.''

Het onderzoek `Leerlinggeweld in het voortgezet onderwijs' uit 1993 van Ton Mooij van het instituut voor toegepaste wetenschappen ITS van de Katholieke Universiteit Nijmegen bevestigt het beeld dat in Amsterdam naar boven komt. Er bleek geen onderscheid te bestaan tussen de mate van geweld op een vmbo of het vwo. Alleen de vorm verschilt. Mooij: ,,Storend schoolgedrag hangt niet samen met de thuissituatie maar wel met negatieve schoolervaringen en het beeld dat leerlingen hebben van de docenten en de school. Leerlinggeweld neemt wel toe naarmate een leerling minder binding heeft met thuis en de school. De samenhang met etniciteit is zeer gering.''

Uit het onderzoek van Mooij blijkt ook dat 26 procent van de leerlingen een wapen heeft en dat vier procent in het bezit is van een vuurwapen. Vijftien procent van de leerlingen van alle scholen van vmbo tot vwo is slachtoffer van fysiek geweld en 43 procent van vernieling van hun eigendommen. Vijftig procent van alle leerlingen maakt zich schuldig aan storend schoolgedrag als schelden, de orde verstoren en pesten.

De onderzoeksresultaten van Mooij waren in 1995 de aanzet voor de campagne `De veilige school'. In 2000 onderzocht Mooij nogmaals dezelfde scholen om de campagne te evalueren. Hij kwam tot de conclusie dat het geweld en het gedrag gelijk waren gebleven. Een duidelijke verandering op de scholen, zo concludeert Mooij in zijn rapport `Veilige scholen en (pro)sociaal gedrag' van 2001, was het oprichten van vertrouwenscommissies en de verplichte leerlingenraden. Een woordvoerster van het ministerie van Onderwijs bevestigt de onderzoeksresultaten van Mooij, maar wijst erop dat het uitvoeren van het veiligheidsbeleid een zaak van de scholen is. Ze herhaalt de omstreden uitspraak van minister Van der Hoeven van afgelopen vrijdag: ,,Scholen zijn te bang voor hun imago en verbloemen geweld op scholen.''

Mooij: ,,We hollen van incident naar incident, maar er wordt weinig tot niets gedaan aan preventie van geweld op scholen. Er wordt teveel gepraat. Laten we nu eindelijk wat doen.'' In zijn rapport van 2001 werkt Mooij aan de hand van een tienpuntenplan uit hoe de directie van een school het gedrag en de schoolcultuur ten goede kan veranderen. Hij pleit vooral voor de inzet van de leerlingen zelf. ,,Leerlingen weten precies wat er op hun school speelt en ze weten wat goed voor hen en de school is.'' Dat moet dan wel op de eerste dag van het schooljaar beginnen. Mooij: ,,Dan hebben de leerkrachten en de school nog het overwicht en zijn er nog geen groepen gevormd. Want de school moet wel de opvoeder blijven die de touwtjes in handen heeft.''

Volgens Sander Flight heeft het Amsterdamse onderzoek wel iets veranderd: ,,Er zijn scholen die nog steeds bot ontkennen dat er iets aan de hand is op hun school, maar er zijn ook scholen die het veiligheidsbeleid als `selling point' gebruiken.'' Wim Ruijsendaal vindt dat een school er niet komt met een vertrouwenscommissie. ,,Het blijkt dat leerlingen en docenten een school als veel veiliger ervaren wanneer er naar hun klachten geluisterd wordt en er ook iets mee wordt gedaan.''