`Zijn brein is nu verslingerd aan de schaaksport'

Niet de grootmeesters Anand en Kramnik, maar het dertienjarige Noorse talent Magnus Carlsen trok gisteren de meeste aandacht bij het schaaktoernooi in Wijk aan Zee.

Na een paar uur spelen in de achtste ronde van het Corus-schaaktoernooi is het opvallend leeg in het publieksgedeelte van sporthal De Moriaan waar het gewoonlijk dringen geblazen is. Voor de monitoren waarop de partijen uit de Grootmeestergroep A gevolgd kunnen worden staat her en der een plukje mensen. Wie hier de traditionele erwtensoep wil eten hoeft nu niet bang te zijn voor een onverwachte elleboogstoot. Later op de middag zullen er flink wat toeschouwers samenklonteren voor de monitor waarop te zien is hoe Vishy Anand dankzij een dappere aanval tegen Evgeni Barejev zijn koppositie versterkt, maar zelfs de sensationele overwinning van Michael Adams op Vladimir Kramnik trekt nauwelijks kijkers.

Druk is het even verderop, bij de Grootmeestergroep C. Hier staat slechts een monitor, gereserveerd voor het hoogtepunt van de dag, en die monitor is alweer heel wat dagen het prive-domein van de dertienjarige Magnus Carlsen uit Noorwegen. Reikhalzend, vertederd en verbaasd kijken de schaakliefhebbers van de op de monitor getoonde stelling naar het dromerige jongetje even verderop en weer terug. De afgelopen zeven ronden speelde hij zes punten bij elkaar en dat was meteen genoeg voor zijn eerste grootmeesterresultaat.

Het beslissende punt haalde hij met getruct spel tegen Merab Gagunashvili, een jonge, ervaren grootmeester, die een paar maanden geleden nog een bronzen medaille won met Georgië op het Europees teamkampioenschap. Nu wil iedereen weten of Carlsen zijn zegetocht zal voortzetten tegen de Nederlandse meester Jan Werle. Je hoeft geen kenner te zijn om te zien welke kant het opgaat. Na een mislukte opening zit Werle lichtelijk rood aangelopen op de klappen te wachten, die de kleine Magnus met een gefixeerde blik voorbereidt.

De ogen boren zich in de stelling terwijl hij op zijn stoel verschuift of opstaat, zijn voet met een afwezige beweging op de leuning legt en dan bij het zitten gaan bemerkt dat dit alleen kan als hij die voet eerst weer van de leuning afhaalt. Nog voor de tijdcontrole reikt Werle hem als teken van overgave de hand.

Magnus Carlsen is in Wijk aan Zee samen met zijn vader Henrik, een enthousiaste amateurschaker die in een van de tienkampen speelt. Henrik en zijn vrouw, beiden werkzaam in de IT-sector, hebben een sabbatical genomen om samen met hun zoon en twee dochters iets van de wereld te zien. En dan 't liefst in de buurt van de toernooien die Magnus speelt. Henrik wil dat Magnus een zo breed mogelijke opvoeding krijgt, zodat hij ook werkelijk een keus kan maken mocht hij ooit overwegen om beroepsschaker te worden, maar dat hij intens geniet van het talent van zijn zoon is duidelijk.

Toen Magnus vijf was, probeerde Henrik hem de schaakregels bij te brengen. Hij leek er tenslotte klaar voor. Met Lego maakte hij de meest fantastische bouwwerken. Hij had ook een uitzonderlijk geheugen. Maar schaken zei hem niets en pas drie jaar later, nadat zijn oudste zusje was gaan schaken, maakte Magnus zichzelf het spel eigen om haar te vervolgens ook te verslaan. Daarna was er geen weg terug. Hoofdschuddend vraagt Henrik zich nog regelmatig af wat er allemaal gebeurd zou zijn als de vonk bij zijn zoon op diens vijfde was overgeslagen.

Het fenomenale geheugen van Magnus Carlsen wordt ook geroemd door Simen Agdestein, die hem de afgelopen vijf jaar intensief begeleidde. Agdestein werd ruim tien jaar geleden beroemd, omdat hij behalve schaakgrootmeester ook nog eens een voetballer was die een plaats verwierf in het Noorse nationale elftal. Misschien is hij daarom wel zo gecharmeerd van zijn pupil, die tenslotte ook met overgave voetbalt en skiet.

Volgens Agdestein is het openingenrepertoire van Carlsen zo breed, omdat hij in een avond een boek over een opening kan lezen om die opening vervolgens de volgende dag in alle vertrouwen te spelen. In een reactie vanuit Noorwegen herinnert de coach zich een paar mooie staaltjes van het fotografische geheugen van zijn leerling.

Agdestein: ,,Nadat hij tweede was geworden bij het WK tot 12 jaar kwam er een televisieploeg langs. Tijdens de opname pakte ik een boek uit de kast waarvan ik wist dat hij het gelezen had. Ik sloeg het open op een willekeurige bladzijde, liet hem een diagram zien en zonder aarzelen gaf Magnus de namen van de spelers en zei er meteen ook bij waar die partij gespeeld was en in welk jaar. Het is een gave die hij als kind al had. Toen hij vijf was kende hij niet alleen de namen van alle Noorse gemeenten uit zijn hoofd, zo'n 430 in totaal, maar kon hij van al die gemeenten ook nog eens het aantal inwoners oplepelen en de oppervlakte in vierkante meters.''

In zijn enthousiasme voegt Agdestein eraan toe: ,,En dat brein is nu verslingerd aan schaken! Ik ben bang dat ik niet lang meer de beste Noorse schaker zal zijn, maar daar heb ik geen moeite mee.''