Valkuilen en verstrengelingen

Sinds het tijdschrift Literatuur, op straffe van een subsidiestop, vorig jaar zijn academische aanpak inruilde voor een wat meer journalistieke, is het beslist leesbaarder geworden. Maar ook de journalistiek kent valkuilen en de redactie slaagt er nog niet helemaal in die te vermijden. Zo brengt het blad een interview met Querido-auteur Thomas Rosenboom, gemaakt door Querido-uitgever Anthony Mertens. Zo'n interview kan per definitie niet kritisch zijn, daarvoor zijn de belangen van uitgeverij en interviewer te zeer verstrengeld. Met de intellectuele integriteit van Mertens heeft dit niets te maken, maar journalistiek die niet onafhankelijk is verliest nu eenmaal haar geloofwaardigheid. Als de verkoopcijfers van Rosenbooms roman De nieuwe man ter sprake komen, omdat de schrijver bang was dat die stagneerden, merkt Mertens op: ,,Die vrees is ongegrond gebleken, mensen praten over het boek, ze raden het elkaar aan, ze geven het cadeau. `De nieuwe man is een doorloper', zeg ik.'' Dat noem ik geen journalistiek, maar reclame. Literatuur dreigt zo een advertorial te worden

Overdreven? Het blad brengt een dossier over inspiratie waarin de belangrijkste bijdrage afkomstig is van Querido-auteur A.F.Th. van der Heijden, wiens foto ook de voorkant van het blad siert. En alsof dat nog niet genoeg is prijkt de naam van de uitgeverij tevens op een paginagrote advertentie op de achterkant. Querido valt uiteraard niets te verwijten, waarom zou Mertens Rosenboom niet mogen interviewen als hem dat gevraagd wordt en elk blad zou de prachtige bijdrage van Van der Heijden graag plaatsen. Nee, het is de redactie die voor de verstrengeling van belangen en de aantasting van de eigen geloofwaardigheid verantwoordelijk is.

Het kan ook anders. In de rubriek dossier staat een uitstekend stuk van Marja Pruis, literatuurrecensent van de Groene Amsterdammer, over `writers blocks, inspiratieloosheid en moordzucht', en het was natuurlijk veel beter geweest als zij als onafhankelijk journalist het Rosenboom-interview had gedaan. Zij zou ongetwijfeld hebben gevraagd waarom Rosenboom dan wel vreesde dat de verkoop van zijn boek stagneerde en misschien had ze zelfs gemeld hoe die verkoopcijfers eruit zien.

Een journalistieke aanpak vereist ook dat je genres onderscheidt, feiten checkt en aan bronvermelding doet. Redacteur Sasja Koetsier denkt daar vooralsnog anders over. In de rubriek `signalement' recenseert (in plaats van signaleert) zij een door het Letterkundig Museum en Querido uitgegeven boek over Theun de Vries. Mijn bijdrage daarin (ik vermeld het om de schijn van belangenverstrengeling te vermijden) over De Vries' roman Februari noemt zij `tamelijk verkrampt'. Dat is haar goed recht, maar vervolgens begint zij te fabuleren. Zo schrijft zij dat De Vries al jaren geleden afstand nam van Februari en ze citeert de uitspraak dat hij die roman nu ,,aan niemand meer (zou) uitlenen''. Wanneer, waar, tegenover wie en in welke context heeft De Vries dit gezegd? Ik weet alleen dat de Vries zich onlangs tegenover mij liet ontvallen dat hij Februari graag herdrukt zou zien. Overigens behoort dit boek tot de weinige romans van de Vries die niet door Querido zijn uitgegeven.

Literatuur. Magazine over Nederlandse letterkunde. 2004-1. Amsterdam University Press. 6 euro