Papandreou oogst onder de Pomaken

Bij de aanvang van zijn verkiezingscampagne heeft de Griekse minister van Buitenlandse Zaken, Jorgos Papandreou, kandidaat voor het voorzitterschap van zijn sociaal-democratische partij PASOK en voor het premierschap, voorgesteld met Turkije de bewapening geleidelijk en wederzijds te verminderen. ,,Zo'n overeenkomst zal een gemeenschappelijke investering in vrede en veiligheid vormen en ontzaglijke krachten vrij maken voor sociale ontwikkeling.''

Hij deed het voorstel in de Thratische stad Alexandrópolis, niet ver van de Turkse grens. Het was niet toevallig dat hij in deze streek zijn campagne begon want bij de moslimminderheid aldaar was hij toch al populair wegens zijn politiek van toenadering tot Turkije. In de door moslims bewoonde dorpen die hij afgelopen weekeinde bezocht, werd hij enthousiast ontvangen. In één gemeente werd hij door de burgemeester in het Grieks en Turks verwelkomd. Onder de PASOK is de positie van de moslimminderheid de laatste jaren verbeterd en Papandreou persoonlijk heeft op de bres gestaan voor het gebruik van het predikaat `Turks' ten behoeve van hen die daar prijs op stellen.

Onder de regering van zijn vader Andreas werd verenigingen in dit gebied verboden om zich als `Turks' aan te duiden. Maar een intrekking van dit verbod is op handen na een uitspraak van het Griekse Hooggerechtshof. Het was ook verwarrend, want in de jaren de Koude Oorlog, tot 1974, werd het gebruik van dit predikaat juist aangemoedigd. Zo'n dertig procent van de moslimminderheid, de Pomaken, is namelijk van Bulgaarse afkomst en spreekt een Bulgaars idioom.

Uit vrees dat het communistische Bulgarije daar misbruik van zou maken werd het gebruik van deze taal ontmoedigd en raakte het Pomaaks in onbruik. De Pomaken gingen Turks spreken.

In de jaren negentig werd de situatie juist weer omgekeerd. Op initiatief en kosten van het Griekse leger werd zelfs een Grieks-Pomaaks woordenboek in omloop gebracht.