Oudkerk exit

De PvdA heeft vannacht afgerekend met de Amsterdamse wethouder Rob Oudkerk. De gemeenteraadsfractie van de PvdA zegde haar vertrouwen op in de wethouder voor onderwijs en integratie naar aanleiding van voortgaande berichten omtrent zijn bezoek aan prostituees. Ook de landelijke partijleiding – in de personen van fractievoorzitter Bos en voorzitter Koole – heeft zich met de zaak bemoeid. Met reden: voormalig Tweede Kamerlid Oudkerk was de kampioen-stemmentrekker die twee jaar geleden door zijn partij met succes werd ingezet tegen de `leefbaar'-beweging van Pim Fortuyn, die op dat moment furore maakte in het land en met name in Rotterdam.

Oudkerk heeft in korte tijd zijn krediet verspeeld. Althans, dat schijnt zo. Want wat precies de beweegredenen zijn geweest van de fractie om haar voormalige lijsttrekker af te danken blijft binnen de muren van de beslotenheid van het beraad. Het heenzenden van Oudkerk zou verband houden met het feit dat Oudkerk niet zomaar prostituees bezocht, maar illegale prostituees op de gemeentelijke tippelzone aan de Theemsweg. Die tippelzone was een omstreden initiatief van het Amsterdamse gemeentebestuur met als doel om de overlast veroorzaakt door de heroïnehoertjes achter het Centraal Station te verminderen en om deze vrouwen een veiliger werkplek te bezorgen. Maar de afwerkplekken werden overgenomen door criminele hoerenbazen en zijn inmiddels door de gemeente gesloten. De onthulling dat Oudkerk de Theemsweg frequenteerde, veroorzaakte een omslag in de politieke tolerantie.

In het Amsterdamse stadhuis werd vorige week nog vastberaden door alle fractievoorzitters de mantra `privé-is-privé' gereciteerd, waardoor een openbaar debat over de positie van de toen al in opspraak gekomen wethouder niet mogelijk was. Oudkerk verkeert nu, zoals de hoofdpersoon in de roman Disgrace van J.M. Coetzee, in staat van ongenade. Net als David Lurie ontbreekt het Oudkerk aan inzicht in zijn eigen onmogelijk geworden positie. Hij toonde vannacht eerder boosheid omdat zijn partij hem heeft `gedumpt'.

Opnieuw dringt zich een overeenkomst op met de gebeurtenissen vorige week in de Rotterdamse gemeenteraad. Daar trad Leefbaar Rotterdam-wethouder Rabella de Faria af nadat haar fractie het vertrouwen in haar had opgezegd. Dat getuigde van zelfreinigend vermogen dat in Rotterdam kennelijk eerder functioneerde dan in de hoofdstad. Maar in beide gevallen treedt de bestuurder af, na intern partijberaad, op een haastig belegde persconferentie, in plaats van na een debat in de gemeenteraad. Op lokaal niveau is de raad immers het hoogste gezag en de burgers moeten kunnen beoordelen wat de redenen waren van de PvdA respectievelijk van Leefbaar Rotterdam om zich van een wethouder te ontdoen. De cultuur van het openbaar bestuur moet zijn wat het pretendeert te zijn: openbaar.