`Niet anoniem achter de schermen'

De opgestapte Amsterdamse wethouder Rob Oudkerk opereerde altijd al onafhankelijk en tegendraads. Hij maakte furore als Kamerlid, maar was ook omstreden.

Ieder mens denkt wel twintig keer per week aan ontrouw, liet toenmalig PvdA-parlementariër Rob Oudkerk zich in 1997 tegenover het opinieblad Opzij ontvallen. ,,Bijvoorbeeld in seksuele fantasieën. Daar doe je niemand kwaad mee. Of op je werk. Je doet het ene wat je moet doen, maar denkt stiekem aan het andere. Niks mis mee.'' Uitgerekend het praktiseren van die seksuele fantasieën markeren ruim zes jaar later het voorlopige einde van zijn politieke carrière

Eerst moreel uitgekleed in de media vanwege bordeelbezoek, pornosurfen en vermeend cocaïnegebruik. Vervolgens afgedankt door zijn eigen fractie van de hoofdstedelijke PvdA. Zijn politieke geloofwaardigheid was te zeer aangetast en de aanhoudende negatieve publiciteit schadelijk voor zijn partij.

Vanaf zijn aantreden in de politiek in 1994 gold Oudkerk als een lefgozer, een betrokken Amsterdamse huisarts die door toenmalig partijvoorzitter Felix Rottenberg was gerecruteerd om samen met Rick van der Ploeg en Adri Duijvestein de politiek weer nieuw leven in te blazen. Hij voorspelde aan de vooravond van zijn politieke carrière al dat hij niet als `anoniem Kamerlid achter de schermen' de geschiedenis in zou gaan.

Oudkerk vervulde zijn rol als onafhankelijk Kamerlid met bravoure. Hij liet zich de mond niet snoeren door toenmalig fractievoorzitter Ad Melkert, zoals hij zich later ook de mond niet liet snoeren door de Amsterdamse burgemeester Cohen die hem vorig najaar aansprak op zijn prostitutiebezoek.

In zijn eerste jaren in de Tweede Kamer als woordvoerder Volksgezondheid hield Oudkerk zich bezig met drugsbeleid, bezuinigingen in het ziekenfondspakket en vooral de financiering van de volksgezondheidszorg zelf. Oplossingen voor die financieringsproblematiek, betoogde hij keer op keer, moeten gezocht worden in efficiency binnen de zorgsector zelf, en niet bij de burger. Het was een betoog waar hij indertijd de handen niet voor op elkaar kreeg. Bezuinigingen troffen de patiënt zelf. Het kabinet koerste aan op het invoeren van eigen bijdragen, het schrappen van tandartsvergoedingen en het beperken van fysiotherapeutische behandelingen.

Oudkerk voerde samen met zijn fractiegenoot Van Oven het woord over het softdrugsbeleid. Over de vraag hoeveel gram een coffeeshop onder de toonbank mag hebben. Drie volle dagen werd er over dat onderwerp gepraat, Oudkerk noemde het in een vraaggesprek met Het Parool een beschamende vertoning. ,,We hebben ons verláágd tot die discussie. We hebben ons verlaagd tot symboolpolitiek. En zo hebben we de echte problemen laten liggen.''

Oudkerk beleeft als parlementariër zijn finest hour als vice-voorzitter van de parlementaire enquêtecommissie Bijlmerrramp. Hij krijgt landelijke bekendheid met zijn messcherpe ondervraagtechniek tijdens de verhoren. ,,Pure demagogie'', zou minister Borst hem later verwijten.

Oudkerk had zich voorbereid met een politierechercheur die analyses maakte van de verhoren en tips gaf hoe ze hun ondervragingstechnieken verder konden aanscherpen. Aan de vooravond van publicatie van het eindrapport `Een beladen vlucht' zindert het binnen de PvdA-fractie van de geruchten over Oudkerks invloed op het functioneren van minister Borst in de nasleep van de ramp. Oudkerk steunde tegen de zin van zijn eigen fractie samen met fractiegenoot Rob van Gijzel een motie tegen Borst. Zijn verhouding met Ad Melkert en andere fractiegenoten was sindsdien definitief verstoord.

Toch was hij in 2001 in Amsterdam de gedoodverfd kandidaat voor het lijsttrekkerschap van de PvdA in de aanloop van de raadsverkiezingen in 2002. Oudkerk voerde fel campagne, verweerde zich in televisiedebatten rechtstreeks tegenover wijlen Pim Fortuyn en sleepte een klinkende verkiezingsoverwinning binnen.

,,Dit worden moeilijke jaren, Rob. Maar we gaan er samen iets van maken'', zei burgemeester Cohen tegen hem, vlak na zijn installatie. Oudkerk trok de zware portefeuilles van sociale zaken, onderwijs en diversiteitsbeleid naar zich toe en beloofde ,,binnen honderd dagen'' de hoofdstedelijke sociale dienst weer in het gareel te brengen.

Bijna twee jaar na zijn aantreden is het de vraag in hoeverre hij daarin is geslaagd. Zelf sprak Oudkerk afgelopen weekeinde van ,,jaren van zaaien'', waarna de ,,jaren van oogsten'' nu zouden volgen. Eind vorig jaar baarde hij opzien met zijn plannen om het bijzondere onderwijs af te schaffen.

Tijd om daar in de praktijk gestalte aan te geven is hem gezien de recente ontwikkelingen niet meer gegund. De sociale dienst is nog lang niet in het gareel en is verwikkeld in de zoveelste reorganisatie na het vertrek van meerdere topfunctionarissen. De wethouder zelf is politiek niet meer bij machte om complete ontmanteling van die dienst en de oprichting van een nieuwe Dienst Werk en Inkomen zelf gestalte te geven.

Oudkerks successen bij sanering van de sociale dienst staan ter discussie sinds het overhaaste vertrek van eerst directeur Paul Verhey van de NV Werk, een gemeentelijke werkmaatschappij die zich, naast de sociale dienst, toelegt op arbeidsbemiddeling van langdurig werkelozen.

Oudkers toekomst is nu onzeker, hoewel hij zelf eens heeft aangegeven wat hij nog zou ambiëren: ,,Weet je wat me ook nog wel leuk lijkt? Commentaar leveren, de journalistiek in. maar wel met de nuance dat ik altijd een dag in de week huisarts zal zijn.''