Na een eeuw geaccepteerd

De klapschaats werd al uitgevonden in 1894 door Karl Hannes uit Raitenhaslach in het Duitse Oberbayern. Het Kaiserliches Patentamt verleende octrooi op zijn `Schlittschuh mit in vertikaler Ebene drehbarer Fussplatte'.

Maar de schaats brak pas in 1996 door, nadat uit wetenschappelijk onderzoek was gebleken dat hij sneller was dan de traditionele schaats. Dertien jaar eerder kwam prof.dr.ir. Gerrit Jan van Ingen Schenau (hoogleraar biomechanica aan de Vrije Universiteit) zonder op de hoogte te zijn van het octrooi van Karl Hannes, op dezelfde gedachte. Directeur J. Havekotte van de Viking schaatsfabriek te Almere: ,,De groep bewegingswetenschappen van de VU begeleidde de nationale schaatsploeg en deed onderzoek naar spieren en uithoudingsvermogen. Zij kwamen met het idee: Als we die hak nou eens losmaken van de schaats. Bewegingstechnisch was dat heel logisch en volgens de berekeningen zou het een tijdwinst opleveren van een seconde per rondje.''

Van Ingen Schenau vroeg Viking de schaats verder te ontwikkelen. Met een octrooi zou de fabriek concurrenten jarenlang van zich af houden, waardoor het financieel aantrekkelijk was. Havekotte: ,,Toen we een octrooiaanvraag indienden, kwam dat oude octrooi tevoorschijn. Dat was voor iedereen een koude douche. Het hield in dat iedereen ze mocht maken.'' Ondanks deze tegenvaller zette Viking door, maar de volgende teleurstelling was dat wedstrijdrijders niets in de schaats zagen. Er was een andere techniek vereist en de tijdwinst werd betwijfeld: ,,We hadden er 350 geproduceerd, gaven enige tientallen paren gratis weg aan topschaatsers. We kregen reacties als: `Ze rijden lekker', maar niemand durfde de overstap te maken. De overige 300 lagen in het magazijn en waren absoluut niet te verkopen. Ze zijn er tien jaar blijven liggen.'' Totdat juniorentrainers in het gewest Zuid-Holland ermee wilden experimenteren. In hun kielzog waagden ook Sijtje van der Lende, trainster van de dameskernploeg, en schaatster Tonny de Jong de overstap. Havekotte: ,,Toen Tonny tijdens de Worldcupwedstrijden en het Europees kampioenschap in 1996 van Gunda Niemann won, was het hek van de dam. In één maand tijd wilde de hele wereld klapschaatsen.''

Dr. Jos de Koning, destijds betrokken bij het onderzoek: ,,We verwachtten een tijdwinst van 1 seconde per ronde, dat is iets meer geworden. Procentueel uitgedrukt gaat het om 5 procent. We dachten dat schaatsers meer spieren gingen gebruiken, achteraf blijkt dat dezelfde spieren anders gebruikt worden.''

Binnen de kortste keren was de klapschaats `hot'. Zelfs The New York Times besteedde ruim aandacht aan `de nieuwe vondst'. Voor Viking was het succes overdonderend. Havekotte: ,,We maakten overuren, maar zo'n productie stamp je niet zo maar uit de grond. Het schaatsseizoen duurde nog twee maanden. We konden niet snel genoeg produceren en moesten kiezen wie ze kregen. Mensen die trouw Viking hadden gereden, gingen voor. We verkochten dat seizoen 400 paar klapschaatssetjes en 300 paar complete klapschaatsen. Het seizoen erna zeven keer zoveel. Doordat we aanvankelijk niet aan de vraag konden voldoen, stapten andere bedrijven ook in het gat, zoals Zandstra, Schreuder, Maple, Mogema, K2 en Finn.'' Toch werd Viking mondiaal marktleider: 90 procent van de wereldtop rijdt op Viking-klapschaatsen, bij toerrijders is 50 procent van de klapschaatsen een Viking.