Museumsysteem

Kees van Twist heeft gelijk wanneer hij constateert dat de rijksmusea uit willekeur zijn ontstaan. Het rijk moet na bijna twee eeuwen het lef hebben om dat te erkennen (NRC Handelsblad, 7 januari). Het huidige `gesloten museumsysteem' staat haaks op de cultuurplansystematiek, die culturele instellingen niet alleen `dwingt' om elke vier jaar over zichzelf en hun activiteiten na te denken, maar nadrukkelijk ook ruimte biedt aan vernieuwing en nieuwkomers in het culturele veld. Het `systeem' houdt geen rekening met de in den lande ontstane nieuwe musea met een landelijke of zelfs internationale betekenis. Angst voor uitbreiding van de financiële verantwoordelijkheid lijkt hier de raadgever van het rijk, in plaats van ruimte bieden aan vernieuwing en ontwikkeling.

Ik juich de door Van Twist voorgestane aanpak toe. Sterker nog: ik pleit ervoor om vanuit de verschillende landsdelen hierover op korte termijn het overleg met de staatssecretaris te openen.

Wanneer het rijk onverhoopt niet bereid mocht zijn het initiatief te nemen voor een dergelijke operatie, dan daag ik de belangrijke, niet door het rijk gesubsidieerde musea uit zélf het initiatief te nemen en een onafhankelijke (internationaal samengestelde) commissie een onderzoek te laten doen naar hun geografische betekenis. Met de uitkomsten daarvan zou de Tweede Kamer bij de vaststelling van het nieuwe cultuurplan nadrukkelijk rekening moeten houden.