Minister niet tegen inzet leerlingen

Minister van Onderwijs Van der Hoeven staat positief tegenover het project op het Revius Lyceum in Doorn waarbij bovenbouwleerlingen assisteren bij het onderwijs in de onderbouw. Maar het is volgens de minister niet gewenst dat deze leerlingen worden ingezet ter vervanging van zieke leraren. Ook vraagt de minister zich af of de school uiteindelijk niet beter kan kiezen voor een structurele oplossing door, in plaats van leerlingen, naast de docenten onderwijsondersteunend personeel in te zetten. Dat blijkt uit antwoorden op Kamervragen van D66, die de minister gisteren naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

De minister gaf de Inspectie van het Onderwijs de opdracht om het project nader te onderzoeken naar aanleiding van mediaberichtgeving over de inzet van leerlingen in andere klassen. Sinds 5 januari van dit jaar assisteren tien bovenbouwleerlingen van het Revius College in Doorn docenten bij het onderwijs in de onderbouw.

De onderwijsinspectie is nu op grond van hun onderzoek de mening toegedaan dat de school in dit project zorgvuldig te werk gaat bij zowel de selectie- als de begeleiding van de `aanstormende docenten'. Volgens de Inspectie geven de bovenbouwleerlingen in geval van onverwachte lesuitval in de onderbouw niet zelfstandig les. De leerlingen dragen alleen zorg voor de opvang van de klas. ,,De inzet heeft het karakter van huiswerkbegeleiding en staat onder verantwoordelijkheid van de afdelingsleider.''

De Algemene Onderwijsbond kan zich voor een groot deel vinden in de mening van de minister. ,,Het assisteren en ondersteunen van docenten vinden wij positief.'', zegt Marc Mathies. Hij stelt wel een voorwaarde bij de opvang van leerlingen bij lesuitval. ,,Vragen beantwoorden van leerlingen kan, zolang dat niet leidt tot zelfstandig lesgeven. Als je sommige vragen klassikaal behandelt, ben je toch ineens aan het lesgeven.''