Media vergroten `wij-zijgevoel'

Nog geen twee dagen rust kregen de nabestaanden van docent Van Wieren, of er werd wild gespeculeerd over de `ware toedracht' van diens dood. Het actualiteitenprogramma Nova van 15 januari bestempelde Van Wieren meteen als het zoveelste slachtoffer van een onzichtbare cultuuroorlog. In dit programma bleek de cultuursocioloog Gabriël van den Brink vorige week nogal selectief om te gaan met het begrip `de cultuur van eer en schaamte'.

Maar is de moord op Van Wieren wel het gevolg van fundamentele verschillen tussen de Turkse en de westerse cultuur? Om een vergelijk te maken: na de dood van Fortuyn werd geroepen dat de kogel van links kwam. Kwam in dit geval de kogel uit het Oosten?

Vooralsnog is maar weinig bekend over Murat D. In hoeverre was hij daadwerkelijk kind van een ,,oosterse cultuur van eer en schaamte'' in plaats van een ,,westerse cultuur van boete en schuld''? In het programma van Nova werd deze vraag niet gesteld. Voor het gemak werd ervan uitgegaan dat de verdachte zeker geen westerse opvoeding moet hebben genoten. Nee, Murat voelde zich in zijn eer aangetast en nam daarom wraak op de heer Van Wieren, zoals zijn cultuur hem dat voorschreef.

Wat niet werd vermeld, is dat deze cultuur wel degelijk beschikt over een autoriteit met wetten en gezagshandhavers. Leden van de samenleving staan, ook als ze in hun eer zijn aangetast, niet boven de wet. Van het toestaan van moord is in deze cultuur bepaald geen sprake. Weliswaar speelt eer een belangrijke rol, maar dat geldt niet als argument om mensen zomaar neer te schieten.

Een ander aspect waar de socioloog met zevenmijlslaarzen overheen stapte, is de rol van leraren in de oosterse cultuur. Een leraar is een autoriteit en net zoals een arts of een geestelijke dienen deze mensen te worden gerespecteerd. Murat D. doorbrak deze traditie, waarmee hij het culturele argument enigszins op losse schroeven zet. Bovendien bevond de dader zich juist in een fase van zijn leven waarin velen zich afzetten tegen culturele voorschriften. De vraag is dus in welke mate deze adolescent ook echt doordrongen was van zijn cultuur.

Door in het programma zo'n grote nadruk op de culturele achtergrond van Murat D. te leggen, werd (on)bewust gesuggereerd dat een leraar niets te vrezen heeft van iemand met dezelfde culturele achtergrond. De schietpartijen in Erfurt (Duitsland) en op enkele Amerikaanse scholen laten een ander beeld zien. Ook in deze landen is sprake van verschillende culturen op een school. Het is dus niet zo dat een leraar zuiver slachtoffer kan worden van een leerling die een andere culturele achtergrond heeft dan hijzelf.

Na de schietpartijen werd in deze twee landen veel aandacht besteed aan de invloed van gewelddadige films, computerspelletjes en popliedjes waarin geweld wordt geromantiseerd. Dit heeft geleid tot strengere wetgeving met betrekking tot de beschikbaarheid van deze producten voor de jeugd. Vreemd genoeg scheen Van den Brink zich helemaal niet bewust te zijn van deze ontwikkelingen, terwijl zowel de Amerikaanse als de Duitse politiek deze belangrijk genoeg vonden voor herziening van de wet.

In feite werd Murat D. in deze uitzending weergegeven als een cultureel fenomeen. `Wij', zijnde de westerse cultuur versus `zij', de oosterse cultuur. Met andere woorden, het is slechts door zijn cultuur dat Murat D. zich onderscheidt van de rest van de bevolking en het is die cultuur die hem heeft gedreven tot zijn daad. Hiermee wordt gezegd dat deze zaak niet gaat over een labiele leerling die in een vlaag van woede een pistool afvuurt op een leraar, nee, het gaat hier om een cultuurclash.

Een onderbouwing van deze generalisatie werd in het televisieprogramma niet gegeven. Murat D. is een vertegenwoordiger van een cultuur die, in een concurrentiestrijd met de westerse cultuur, het leven van een normale leraar in een normale school heeft geëist.

De premisse dat `wij' en `zij' zuiver op basis van culturele aspecten verschillen, kan moeilijk onderbouwd worden. Op sociaal, economisch en educatief vlak kampen allochtonen nog altijd met een achterstand. Deze maatschappelijke factoren werden in het programma geheel buiten beschouwing gelaten. Het trieste is dat daardoor bewust of onbewust de indruk wordt gewekt dat deze factoren geen invloed hebben gehad op bijvoorbeeld het verwerven van een moordwapen, zoals in het geval van de verdachte.

Bovenstaande duidt erop dat in sommige media nog altijd sprake is van een allergische reactie, wanneer een allochtoon betrokken is bij een misdaad. Dat allochtonen net zo goed mensen zijn met een heleboel verschillende dimensies wordt vergeten of verdoezeld. Er wordt gedaan alsof allochtonen in Nederland slaafs alle regels van hun cultuur opvolgen en daarbuiten geen sociaal of emotioneel leven hebben. Met name jongeren, in het middelpunt van hun sociale en emotionele ontwikkeling, worden vaak gezien als vertegenwoordigers van een cultuur die veel sterker leeft bij hun ouders dan bij henzelf. Deze conclusie wordt in feite getrokken en de media leveren ons `deskundigen' die in die richting redeneren. Persoonlijk hecht ik meer waarde aan de uitspraken van degenen die Van Wieren goed kenden: ,,Tegen waanzin kunnen wij ons niet wapenen. Dit afschuwelijke incident had overal, in elke stad of dorp, op elke plek kunnen plaatsvinden''.

Mimoun Boukiour is student Gezondheidswetenschappen aan de Universiteit Maastricht.