Het Beeld

Net als Femke Halsema is Inge Diepman terug van bevallingsverlof en ze heeft er zin in. Net nu de ene vaste presentator van de VARA-vooravondrubriek B&W, Paul Witteman, heeft aangekondigd naar Nova terug te keren, is de andere weer op haar post. Diepman staat voor de B in B&W, als enige echte televisie-erfgename van Sonja Barend.

De hele stijl van een gesprek voeren door Inge Diepman herinnert aan la Barend. In tegenstelling tot Diepmans tijdelijke vervangers Felix Meurders en Rob Trip, en ook tot Paul Witteman, zit ze niet met haar gasten aan tafel, maar in haar eentje naast een klein tafeltje. Als een dompteur wijst ze om beurten uit te delen, gesticuleert dramatisch en speelt spontaniteit als in een toneelstukje. Het programma wordt er levendiger door dan met de wat kabbelende presentatie van Meurders en Trip, maar ook kunstmatiger en onechter. In de grond van de zaak is ze niet geïnteresseerd in wat haar gasten te vertellen hebben, maar gebruikt hun uitspraken als ruw materiaal voor de show. Ze weet die minachting voor de mens achter de soundbite wel beter te verbergen dan veteraan Sonja Barend.

In een interviewers-masterclass op tweede kerstdag legde Sonja, in haar openheid over het procédé beter te verdragen dan ooit tevoren, het nog eens uit aan drie navolgsters uit de generatie van na Inge Diepman: Bridget Maasland, Yvon Jaspers en Hadassah de Boer, van wie overigens alleen de laatste een ruime voldoende haalde. Je moet de argumenten van je gesprekspartners, die de redactie voor je heeft opgeschreven, zo tegen elkaar uitspelen dat er een kloppend verhaal uit ontstaat.

Dus begon Inge Diepman, die ter gelegenheid van het rapport van de commissie-Blok gisteren een studio vol inburgeringscursisten en -docenten voor zich had, met een grap. De eerste die een beurt kreeg was Natasja uit Wit-Rusland, die vertelde dat ze hier was gekomen om met haar Nederlandse partner samen te wonen. ,,Daar kon geen Rus tegen op?'', vraagt Diepman. Die vraag begrijpt Natasja niet, dus herhaalt ze haar eerste antwoord. ,,Ja, daar gaan we al, dat is humor, en dat komt dan niet over.''

Televisie is er niet voor om gesprekspartners serieus te nemen of ze een goed gevoel te bezorgen, maar om te amuseren. En passant maakt het misverstand wel iets duidelijk over het integratiedebat, dat in de talloze andere gesprekken met politici en deskundigen onhelder blijft. Namelijk de vooronderstelling dat een ingeburgerde buitenlander nooit zo goed kan worden als een echte Nederlander. Een inburgeringsdocente legt uit dat een Somalische arts of ingenieur uit Turkije wegens taalproblemen hier alleen werk kan vinden ver beneden zijn kunnen, daar moet hij maar aan wennen.

Omgekeerd gaat the American Dream weer voorbij aan zelfs de makers van de beste Nederlandse tv-programma's. Zowel zondag Tegenlicht (VPRO) als gisteren RTL Boulevard vertaalde het Amerikaanse secretary of state met `staatssecretaris' Colin Powell of James Baker. Dat wordt wc's schoonmaken in Amerika, jongens!