Een harde adjudant

Mooi geschreven portret, gisteren op pag. 2, van het intussen zestigjarige Tweede-Kamerlid Klaas de Vries. Bijna 31 jaar geleden Kamerlid geworden, wat hij tot 1988 zou blijven, nadien chef van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, voorzitter van de SER en minister. Sinds 2002 is hij opnieuw Tweede-Kamerlid. Bijzondere loopbaan: mocht het tweede kabinet-Balkenende zijn rit tot 2007 uitzitten, dan maakt De Vries ook nog eens een periode van twintig jaar als Kamerlid vol. Van de roerige jaren '70 van de vorige eeuw tot de roerige eerste jaren van de 21ste eeuw, van de politieke polarisatie naar het openbaar bestuur. Van paars, dat hij vooraf onbedoeld profetisch typeerde als ,,een omsingeling van het centrum'' die ,,op den duur de dood in de pot van de democratie'' zou kunnen meebrengen, naar de in 2002 alom afgekondigde `nieuwe politiek'. Een zeer bijzondere loopbaan dus, epochaal bijna. Boeiende memoires zou hij straks kunnen schrijven.

Mijn bedoeling is niet om dat portret van De Vries over te doen. Maar er valt misschien iets toe te voegen dat aanleiding geeft voor een korte bespiegeling. ,,De harde adjudant van de partijleider'', stond boven het geschreven portret, wat je ook kon lezen als: een gedecideerde man voorin het tweede gelid. Ietwat in strijd daarmee was de vlag: ,,de schaduwleider van de PvdA vernieuwt steeds zichzelf''. Nu, De Vries draagt sinds enige tijd een baardje, soms zelfs zo'n moderne rugzak, en hij houdt een druk bezocht internetdagboek bij. Hij gaat best met zijn tijd mee, dus. Maar overigens is hij qua opvattingen, stijl en gedrag sinds 1973 ,,altijd zichzelf gebleven'', zoals Schelto Patijn opmerkt. Die kan het weten als generatiegenoot, die ook in 1973 in de Kamer debuteerde, ook in een eigen intellectuele rol tussen op grote veranderingen gerichte Nieuwlinksers en een wat oudere groep meer bezadigde PvdA-parlementariërs. Tot die laatste groep behoorde Den Uyl als toenmalig politiek leider en premier eigenlijk ook. Maar die vernieuwde zichzelf steeds, zij het niet met een baard of andere uiterlijkheden. Nee, Den Uyl vernieuwde zich met nieuwe opvattingen. Soms door zich helemaal of gedeeltelijk aan te passen aan een veranderende tijdgeest of een veranderend krachtlijnenveld in zijn eigen partij. Anders gezegd: hij wilde als partijleider nog wel eens kijken welke neuzen welke kant op wezen, en in welke aantallen.

Wie opvattingen van Den Uyl als minister van Economische Zaken (1965/'66) vergelijkt met opvattingen van Den Uyl zeven jaar later als premier, ziet interessante verschillen. Aangaande het bezit van kernwapens bijvoorbeeld of het gebruik van kernenergie. Daaromtrent kwam de PvdA-leider soms in korte tijd tot nieuwe, zelfs nagenoeg tegengestelde opvattingen. En wanneer hij daaraan door coalitieverplichtingen officieel nog geen gevolg kon verbinden, zoals in de energienota die de KVP'er Lubbers, minister van Economische Zaken, uitbracht, gingen er vertrouwelijke (maar uitgelekte) briefjes naar prominente partijgenoten als Mansholt en Kloos om te melden dat die nota inzake kernenergie een compromis vormde waarmee de premier het persoonlijk niet eens was. Dat was niet de beste beurt die Den Uyl in zijn jaren als premier maakte, maar illustratief voor zijn beweeglijkheid.

Mag een politicus niet van mening veranderen? Ja, natuurlijk mag dat, maar toch kunnen daarbij vragen opkomen. Wanneer een politicus in de loop van zijn carrière namelijk herhaaldelijk kiezers om hun vertrouwen vraagt, terwijl hij zijn mening over gewichtige en omstreden kwesties (zonodig) herhaaldelijk stevig verandert, kan men zich afvragen of zoiets uit democratisch oogpunt niet gaat wringen. Voor een notaris, een hoogleraar, een journalist of een voetbaltrainer mag dat anders zijn, maar zij vragen dan ook niet om vertrouwen van kiezers. Een tijdgenoot van Den Uyl, geen grote vriend, was de West-Duitse kanselier Helmut Schmidt. Deze SPD'er was de geestelijke vader van het NAVO-dubbelbesluit van eind 1979 over de eventuele plaatsing van (nucleaire) kruisraketten in West-Europa. Schmidt was geen politicus die er in spannende debatten voor terugschrok om enig politiek `wisselgeld' te gebruiken. Maar toen hem in 1981/'82 bleek dat een meerderheid van zijn partij mordicus tegen plaatsing van die wapens was, trok hij een grens. Hij weigerde ondanks grote druk uit de SPD zijn opvatting te veranderen, wat hem zijn kanselierschap kostte. Vraag: zijn de helderheid en de zin voor politieke consequentie die Schmidt liet zien uit democratisch oogpunt niet te prefereren boven het neuzen tellen en je opvattingen overeenkomstig aanpassen?

De Vries was in de jaren '70 en '80 van de vorige eeuw een geducht defensiespecialist in de Tweede Kamer. Zijn partij had sinds de val van het kabinet-Cals (1966) veel energie gestoken in scherpe polarisatie tegen het `onbetrouwbare' confessionele centrum in de Nederlandse politiek (KVP, ARP en CHU). Daarvoor waren vele middelen ingezet, `strijdpunten' om confessionele partijen te dwingen kleur te bekennen naar links of rechts. Die pogingen waren mislukt; na het kabinet-Den Uyl hergroepeerden die partijen zich zelfs in het CDA. Het laatste grote strijdpunt vormde in feite het hevige debat over de kruisraket. De kwestie leek geschikt om het daarover verdeelde CDA in moeilijkheden te brengen, misschien zelfs tot een scheuring. Het harde nee van de PvdA tegen de kruisraket diende zodoende mede een partijpolitiek doel. De Vries was de intellectuele kop in de PvdA, en belangrijke aanjager van de media, in die anti-kruisrakettencampagne. Maar ook dit laatste grote polarisatiewapen werkte niet. Het keerde zich zelfs tegen de PvdA, die met Den Uyl nog vaster in de oppositiebank kwam te zitten. De Vries trok zich even later terug uit de actieve politiek en werd chef van de VNG. Hij had met zijn partij hoog ingezet en verloren en trok daaruit, al heeft hij dat nooit van de daken geroepen, zijn consequenties. Ook daarom is het mooi dat hij er weer zit, aan het Binnenhof, als harde adjudant van Wouter Bos en als kritische coach van al die andere vernieuwers. Met een foto van Den Uyl in zijn kamer.