De schuldvraag

Het is een complete Haagse spagaat. Alle fracties in de Tweede Kamer vallen de conclusies aan van de Kamercommissie die onderzoek deed naar het integratiebeleid. Vrijblijvend, naïef, waardeloos, vaag, zijn enkele van de gebruikte kwalificaties. Toch heeft de commissie haar werk namens de gehele Kamer gedaan. Uiteraard zijn de fracties niet gebonden aan de bevindingen van een parlementaire onderzoekscommissie, laat staan aan haar aanbevelingen, maar zo'n massieve afwijzing mag een unicum heten. Had de Tweede Kamer haar eigen vijfde colonne aangesteld? Hoe is het mogelijk dat bijvoorbeeld de VVD enerzijds in de persoon van haar Kamerlid Stef Blok de voorzitter van de commissie leverde en anderzijds met de scherpste kritiek kwam?

Zwei Seelen wohnen, ach!, in meiner Brust, / Die eine will sich von der andern trennen, liet Goethe Faust al zeggen. Voor vrijwel alle Nederlandse politici is het niet anders zodra zij over immigratie en integratie spreken. Zij moeten én behoedzaam én luidkeels zijn, humaan én van de `harde lijn', uitvoerbaar beleid voorstellen én boze kiezers winnen. Zij moeten oplossingen voor een waslijst van tastbare problemen bedenken: taal- en onderwijsachterstanden, druk op de verzorgingsstaat, segregatie, jeugdcriminaliteit, de verhouding tussen de seculiere staat en de islam, huiselijk geweld tegen meisjes en vrouwen, volgmigratie, discriminatie, het voorkomen van etnische conflicten. Maar tegelijk weten zij dat in alle landen van West-Europa een electoraat van 15 tot 30 procent voor het oprapen ligt door degene die het luidst en duidelijkst stem geeft aan de met deze complexe zaken samenhangende angst en onvrede onder de bevolking.

Sinds mei 2002 lijken de meeste politieke partijen geobsedeerd door de vraag hoe het electoraat van Fortuyn naar zich toe te trekken. Dat is een oirbare vraag, maar één ding weten politieke strategen wel zeker: wie met een genuanceerd verhaal komt, of zelfs durft te beweren dat de integratie gedeeltelijk succesvol is verlopen, wint geen stemmen. Dat is een verachtelijke slapjanus, een `multiculti' of, het allerergste, een linkse intellectueel. Ik vrees dat de functie van het rapport van de commissie-Blok zal blijken te zijn dat diverse partijen er aanleiding in vinden tegen elkaar op te bieden in polariserende taal en krijgsgezangen.

Het is allesbehalve een exclusief Nederlandse kwestie. Het Vlaams Blok scoort tegen de klippen op, in Frankrijk eindigde het Front National van Le Pen als tweede bij de presidentsverkiezingen, in Italië viert het populisme hoogtij. In Groot-Brittannië verhindert het kiesstelsel dat het National Front landelijk doorbreekt, maar de Britse steden waren wel het toneel van etnisch geweld. Duitsland vormt tot op zekere hoogte een uitzondering, omdat tegen vreemdelingen agerende groepen zich daar meteen met hakenkruisen tooien, maar zelfs de Duitse neonazi's boekten incidentele successen met xenofobe propaganda.

Dit overziende, zijn wij in Nederland behoorlijk gezegend: extreem rechts heeft hier geen voet aan de grond gekregen en wat men ook over Fortuyn denkt, een racist was hij zeker niet. Hij zei wel wat een fors deel van het electoraat graag wil horen of in ieder geval dacht te beluisteren: allochtonen zijn de veroorzakers van alle maatschappelijke problemen die altijd stelselmatig en bewust zijn ontkend door de vermaledijde linkse intellectuelen. Wat is er dan eenvoudiger hem dat na te zeggen? Maar ferme taal lost niets op.

Intussen wordt het discussieklimaat er niet aangenamer op, het is zelfs ronduit deprimerend, het is ploeteren door zuigende, zanikende modder. Het toonbeeld van naargeestig filisterdom is het gezeur over de `schuldvraag'. Wie heeft die allochtonen hier eigenlijk naartoe gehaald, gepamperd, uitkeringen toebedeeld, voorgetrokken en moskeeën laten bouwen? Je kunt net zo goed vragen wie het gisteren heeft laten regenen. Al jaren vliegen de schrille aanklachten in het rond tegen `politieke correctheid'. Wie bijvoorbeeld opmerkt dat een verbod op het dragen van hoofddoekjes of gedwongen spreiding van bevolkingsgroepen op gespannen voet met de grondwet staat, is verdacht als linkse intellectueel.

Die hebben alles op hun geweten. ,,De linkse intelligentsia'', las ik in een stuk van Flip Vuijsje in Vrij Nederland, ,,weigert om de goede kant te kiezen. De kant dus van onze eigen modern-westerse wereld.'' In het Algemeen Dagblad schreef de conservatieve columnist Livestro: ,,Moreel integere bestuurders, die dus niet snuiven, surfen of hoeren bezoeken, zijn in de ogen van links zelfs verdacht. Neem premier Balkenende, een man die duidelijk leeft naar de normen die hij uitdraagt. De moralist Balkenende wordt door linkse intellectuelen genadeloos op de schop genomen.'' Volgens HP/De Tijd blijft het in Nederland ,,ijzingwekkend stil rondom de hoofddoek'' als gevolg van een raadselachtig cultuurrelativisme van ,,linksige feministes''. De directeur van de Weekbladpers en Volkskrant-columnist H.J. Schoo vond het nodig in een groot artikel in Trouw de verzekering te geven dat hij weliswaar PvdA-lid is geweest, maar nooit never links of progressief – gefeliciteerd.

Het lijkt wel een klopjacht à la McCarthy. ,,Are you now, or have you ever been a linkse intellectueel?'' Maar wie zijn dat dan? Het is als met heksen: ze leveren een spectaculair proces op, je kunt ze zelfs roosteren, maar toch bestaan ze niet. Linkse intellectuelen bestonden in de twintigste eeuw: geleerden en kunstenaars die met een marxistische, existentialistische of humanistische inspiratie deelnamen aan het publieke debat. In Nederland had je tot in de jaren '70 van de vorige eeuw linkse intellectuelen, Pim Fortuyn bijvoorbeeld. Maar de links-rechts-tegenstelling speelt nauwelijks meer een rol. In ieder geval kan de problematiek rond immigratie en integratie daar onmogelijk toe worden gereduceerd. Zo zit er niet veel verschil tussen de opvattingen van de VVD en die van de SP hierover.

Wie de `linkse intelligentsia' in de schoenen schuift geen bezwaar te hebben tegen eerwraak, de islamitische jihad of het mishandelen van vrouwen, is waarschijnlijk een rechtse demagoog. Maar het anti-intellectualisme waarmee het werven om de volksgunst gepaard gaat, is ongevaarlijke Spielerei vergeleken bij de eigen dynamiek die de verharding van de discussie over integratie kan krijgen. Je kunt alleen maar hopen dat de hengelaars naar de Fortuynstemmen zich van hun verantwoordelijkheid bewust blijven en geen vuurtjes aanblazen. Daar kan wel eens brand van komen.