Wennemars hoort nu eindelijk bij de groten

Erben Wennemars keek bedenkelijk na de opmerking dat hij zich als wereldkampioen sprint weer had genomineerd voor de verkiezing van Nederlands sportman van het jaar, nu voor 2004. ,,Ik hoop niet dat ik het word'', zei de schaatser die een maand geleden zielsgelukkig was met zijn uitverkiezing tot sportman van 2003. ,,Want dan is het heel belabberd gegaan in Athene.''

De Olympische Spelen produceren meestal de grootste sporthelden. Toch zorgde de 28-jarige Wennemars in Nagano voor een mooiere prestatie dan vorig jaar maart in Berlijn, waar hij bij de WK afstanden de 1.000 en de 1.500 meter won. Na jaren van hard werken kon hij zich eindelijk wereldkampioen noemen en de ontlading kende geen grenzen. Maar pas sinds gisteren voelt hij zich een echte wereldkampioen. ,,Nu hoor ik bij de groten'', sprak hij trots.

In 1997 al zei Wennemars dat hij droomde van een wereldtitel op de sprint. Het was in een vraaggesprek op het terras van een café in zijn vroegere woonplaats Dalfsen. Eens zou hij wereldkampioen worden, voorspelde hij toen, vlak nadat hij midden in de zomer in Calgary als eerste schaatser de 1.500 meter onder de 1.50 minuut had afgelegd; een officieus wereldrecord. Die voorspelling kwam uit, zoals dat wel vaker het geval is als hij prognoses maakt. Het Nederlands voetbalelftal won de EK-kwalificatiewedstrijd tegen Schotland inderdaad met 6-0, en had hij ook niet bij het begin van dit schaatsseizoen gezegd dat Mark Tuitert de EK allround zou winnen?

Al in 1998, bij zijn eerste WK sprint, stond Wennemars op het podium. Een bronzen medaille won hij, achter de Canadees Jeremy Wotherspoon (tweede) en Jan Bos, de eerste Nederlandse wereldkampioen sprint. ,,Dat was al fantastisch'', zei Wennemars gisteren, ,,maar omdat wij toen met de klapschaats een voorsprong hadden op de buitenlanders, kun je daar je vraagtekens bij zetten.'' Hij zei het niet met zoveel woorden, maar Wennemars acht zich daarmee ook een eerlijker wereldkampioen dan Bos, die er niet in slaagde zich te plaatsen voor de WK in Japan.

Door zijn indrukwekkende zegereeks dit seizoen – al vanaf de eerste dag dat hij het ijs betrad – gold Wennemars als de favoriet. Vooral op de 1.000 meter schitterde hij. De keren dat de sprinters elkaar internationaal troffen, was hij tot drie keer toe met afstand de beste. Op de 500 meter bleef Wotherspoon ongeslagen.

Wennemars beslechtte het duel met titelverdediger Wotherspoon in zijn voordeel, maar hij maakte zaterdag bijna letterlijk een valse start. Op de eerste afstand, de 500 meter, gleed de Nederlander voor het startschot klonk twee keer over de startstreep en moest de startprocedure ook opnieuw worden begonnen toen zijn Japanse tegenstander Hiroyasu Shimizu te laat inzakte om de starthouding aan te nemen. Toen beide sprinters bij hun vierde poging vertrokken, duikelde Wennemars bijna voorover. Zijn eindtijd viel nog mee. ,,Jac zei dat er niks aan de hand was'', aldus de schaatser over de zalvende woorden die zijn coach Orie hem direct na de 500 meter toevoegde. ,,Ik moest wel even denken aan Inzell.'' Bij de WK sprint in 2001 verspeelde Wennemars zijn kansen op de titel door gestuntel op de eerste 500 meter.

Nadat hij zaterdag later op de dag de 1.000 meter had gewonnen in een nieuw baanrecord, ging de sprinter uit Zwolle halverwege het toernooi aan de leiding. ,,Morgen zit ik hier weer'', zei hij zaterdag op de persconferentie vol bravoure tegen verslaggevers. Wennemars barstte van het zelfvertrouwen, hoewel hij zich realiseerde dat hij de titel nog niet binnen had.

In een rechtstreeks duel met Wotherspoon, gisteren op de tweede 500 meter, hield Wennemars de schade beperkt. Met zijn tweede opeenvolgende baanrecord op de 1.000 meter (1.09,39), in de rit tegen olympisch kampioen Gerard van Velde, stelde Wennemars zijn wereldtitel veilig. Wotherspoon moest toen nog rijden, tegen landgenoot Mike Ireland, maar de viervoudig wereldkampioen sprint kon de achterstand op de Nederlander niet meer goedmaken.

Blootsvoets volgde Wennemars de slotrit tussen de twee Canadezen vanaf het middenterrein, waar Marianne Timmer haar ploeggenoot had geholpen bij het uittrekken van diens schaatsen. Dat gebaar van Timmer riep herinneringen op aan haar gouden olympische races in Nagano, toen Wennemars – met zijn linkerarm in het verband als gevolg van zijn val op de 500 meter – het rondebord vasthield. Toen Wotherspoon gisteren over de finish gleed en bleek dat Wennemars zijn koppositie had behouden, vloog de nieuwe wereldkampioen coach Orie en de even eerder ook al wereldkampioen geworden Timmer om de nek.

De twee sprinters voegen met hun wereldtitel een nieuwe bladzijde toe aan de rijke nationale schaatsgeschiedenis: voor het eerst werden een Nederlandse man en vrouw samen wereldkampioen. Sinds de WK sprint in 1970 aan de schaatskalender werden toegevoegd, is het zes keer voorgekomen dat een man en vrouw uit hetzelfde land de titels wonnen.

Even later, in de M-Wave op weg naar de persconferentie, passeerde Wennemars het olympisch museum, waar zijn valpartij van '98 als onderdeel van de hoogte- en dieptepunten wordt herhaald. ,,Nu mogen ze er een filmpje aan toevoegen.'' Het stadion dat hij 9 februari 1998 schreeuwend van pijn per ambulance verliet, liet Erben Wennemars gisteren met euforie, een lauwerkrans en een gouden medaille achter zich.