Verwarring over termen

Wat is integratie nu precies? En wanneer is een nieuwkomer geïntegreerd? Bij de verhoren die de commissie-Blok het afgelopen jaar hield, bleek dat iedereen daar verschillend over denkt.

In het eindrapport geeft de commissie een eigen definitie: ,,Een persoon of groep is geïntegreerd in de Nederlandse samenleving wanneer er sprake is van gelijke juridische positie, gelijkwaardige deelname op sociaal-economisch terrein, kennis van de Nederlandse taal en wanneer gangbare waarden, normen en gedragspatronen worden gerespecteerd''. Maar integratie is óók ,,een tweezijdig proces''. ,,Enerzijds wordt van de nieuwkomer verwacht dat zij bereid zijn te integreren, anderzijds moet de Nederlandse samenleving die integratie mogelijk maken''.

Niet alleen de noodzaak van het leren van de Nederlandse taal is volgens de commissie-Blok lange tijd onderkend. Zelfs nu inburgering verplicht is voor elke nieuw- en oudkomer, blijft het aanbod aan taal- en inburgeringcursussen sterk achter bij de vraag ernaar onder allochtonen. Er wordt te weinig maatwerk geleverd, concludeert de commissie.

Een belangrijk deel van de nieuwkomers haalt het in de 600 verplichte lesuren niet om alleen al de taal enigszins onder de knie te krijgen. Dat nekt, aldus het eindrapport, vooral de allochtone vrouwen en meisjes. De commissie vindt dat de overheid naast taallessen nieuwkomers ook maatschappelijke stages en werkervaring moet bieden tijdens de inburgering.

Huwelijksmigratie 75 procent van de Marokkaanse en Turkse jongeren haalt een bruid of bruidegom uit het land van herkomst is volgens de commissie een groot struikelblok bij de integratie. Dat geldt zowel voor de samenleving als geheel: de integratie van migranten moet zo steeds opnieuw beginnen. Ook zijn, aldus het rapport, zowel in Turkse als in Marokkaanse kringen de opvattingen over de eerbaarheid van de vrouw weinig veranderd. De commissie spreekt zich verder expliciet uit voor de vrijheid van het dragen van een hoofddoek of andere religieuze uitingen in de kleding. ,,Dat is een eigen keuze en verantwoordelijkheid'', zo staat in het eindrapport. ,,De overheid mag dat pas inperken, als er daarvoor functionele gronden zijn.''