Toernooischaken en de kunst van het nagenieten

De schakers Anand en Kramnik vermaakten zich zaterdag bij het Corus-toernooi met de bestudering van hun winstpartijen.

De klok loopt tegen negenen wanneer de twee sterkste spelers in het Corus-toernooi elkaar in de lobby van hun hotel tegen het lijf lopen. Vishy Anand heeft buiten de deur gegeten. Vladimir Kramnik heeft roomservice besteld en is op weg naar zijn kamer. Hij rammelt na een zware partij die bijna zeven uur heeft geduurd.

Ze zijn elkaars voornaamste rivalen en toch kunnen ze het niet laten. Meteen branden de vragen over en weer los over de finesses van de partijen die ze in de zesde ronde allebei wisten te winnen. Technische kwesties waren het, waar de gemiddelde toeschouwer gissend naar keek en waar de gemiddelde grootmeester verhuld in vakjargon een slag naar sloeg. De varianten vliegen door de lucht en Anand, de winnaar van vorig jaar, en Kramnik, de klassieke wereldkampioen, schieten met hun wijsvinger over denkbeeldige velden.

Anand vertelt over het eindspel tegen Sjirov waarin hij eerst bijna de winst verspeelde omdat hem een subtiliteit was ontgaan, maar waarin alles alsnog goed kwam toen Sjirov op zijn beurt een minuscuul misstapje maakte. Kramnik legt uit dat hij met mooi spel Zhang Zhong zoek speelde, maar weer helemaal van voor af aan kon beginnen toen hij de Chinees de dames liet ruilen. Toch had hij van dat overwerk genoten, omdat hij een uiterst fijnzinnige winstweg vond in een stand die eigenlijk niet te winnen leek. Hij geeft een paar voorbeelden en overpeinst suggesties van Anand. Kramnik zegt niet dat hij opgelucht is in een week tijd zijn verrassende nederlaag uit de eerste ronde tegen Akopian te hebben weggewerkt en zich naast Anand, Adams en Topalov op de eerste plaats te hebben genesteld.

Een dag later, nadat hij in de zevende ronde met een gelijkmatige hartslag een korte remise heeft gespeeld tegen Barejev, glimlacht Kramnik wanneer hij herinnerd wordt aan de passie waarmee hij ook aan het einde van een lange werkdag het naadje van de kous wilde weten. ,,Ik vind schaken nog steeds ongelooflijk boeiend en kan me niet voorstellen dat ik er ooit genoeg van zal krijgen. Zelfs als ik ooit gestopt ben, zie ik mezelf nog wel toernooien bezoeken.''

Over die liefde wil hij best nog even doorpraten, maar dan liever buiten De Moriaan, waar het mooie weer talloze wanderaars naar de duinen en het strand heeft gelokt. Energiek voortstappend vertelt hij over een ontvangst met sponsors op een van de rustdagen. Alle spelers waren uitgenodigd en het 13-jarige Noorse talent Magnus Carlsen, die in de C-groep de boel op stelten zet, speelde een simultaan tegen twintig amateurs.

Kramnik: ,,Op een gegeven moment stond ik met Topalov en Sjirov naar een van die partijen te kijken en voordat we het wisten begonnen we zetten te bedenken en varianten door te rekenen. Totdat ik ineens vroeg wat we in hemelsnaam aan het doen waren en we alledrie in de lach schoten. Maar dat is schaken, als het je eenmaal pakt, laat het je niet meer los.''

Alleen al om die reden kijkt Kramnik met weinig plezier terug op het afgelopen jaar. Zijn laatste serieuze partij speelde hij in augustus. De stille maanden die volgden vulde hij met trainen voor de WK-match die hij dit jaar tegen Peter Leko hoopt te spelen en met eindeloze onderhandelingsgesprekken. ,,Ik heb inmiddels zoveel concept-contracten voor die match doorgelezen dat ik zo een advocatenkantoor kan openen.''

Kramnik heeft weinig begrip voor de pers die hem niet langer als wereldkampioen beschouwt, omdat hij na zijn zege op Kasparov drie jaar geleden te weinig heeft laten zien. ,,Het is een vreemd idee dat je als wereldkampioen alles zou moeten winnen. Dat deden Botwinnik of Spassky toch ook niet? Als je vroeger wereldkampioen werd, kon je achterover leunen en wachten totdat de volgende match je op een presenteerblaadje werd aangeboden. Wat dat betreft had ik pech. Het organiserende Braingames ging failliet en Iljoemzjinov en Kasparov gingen mij dwarsbomen.''

Het Corus-toernooi ziet Kramnik als een mooie gelegenheid zijn vorm terug te vinden, maar het zou ook best kunnen dat hij eerste wordt. Daarvoor zou hij wel minimaal anderhalf punt moeten halen uit de twee sleutelpartijen die hem nu wachten, tegen Adams en tegen Anand. Nog steeds loopt Kramnik driftig te praten en als het aan hem ligt wordt er nog even doorgewandeld. Wat hij in ieder geval niet wil is teruggaan naar de speelzaal om te kijken hoe het met de andere partijen staat. ,,Dat is niet nodig, want ik heb de stellingen gezien en kan zo ook wel zeggen wat de uitslagen zullen zijn.''

Kramnik geeft zijn voorspellingen en in de uren die volgen zal blijken dat hij zich maar in een geval vergist heeft. Het valt hem nauwelijks aan te rekenen. Uitgerekend Anand maakt geen remise, zoals Kramnik dacht, maar wint van Zhang Zhong, die een degelijke stelling met een onbezonnen opstoot ruïneert. Daarmee komt de Indiër alleen aan kop. Prettig verrast door deze onverwachte wending laat Anand de partij in de perskamer zien. Hoe zijn tegenstander de hand aan zichzelf sloeg is simpel uit te leggen, maar waarom hij dat deed weet Anand niet precies. ,,Ik had het gevoel dat hij erg zenuwachtig was.''