Segregatie ontkend

,,Op kindervoeten'', schrijft de commissie-Blok, is de segregatie het onderwijs binnengeslopen. Steeds meer Turkse, Marokkaanse, Antilliaanse en Surinaamse kinderen zijn de afgelopen dertig jaar in Nederland naar school gegaan. Het aantal zwarte basisscholen die voor meer dan de helft uit allochtone achterstandsleerlingen bestaan is in relatief korte tijd gestegen naar 580.

Artikel 23 van de grondwet, dat de vrijheid van onderwijs garandeert, beperkt volgens de commissie ,,in bepaalde gevallen'' de keuzemogelijkheden van ouders. Bijzondere scholen mogen immers kinderen weigeren.

En wat deed de Nederlandse overheid? Lange tijd is de segregatie nauwelijks als probleem onderkend, schrijft de commissie. In de jaren zeventig, toen scholen in de grote steden snel van kleur verschoten, is ,,nauwelijks aandacht besteed'' aan de instroom van allochtone leerlingen in het onderwijs. Typerend is ook een rapport van het ministerie van Onderwijs uit 1989, waarin staat dat de kwaliteit van zwarte scholen niet minder is dan op andere scholen. Pas in 2000 noemde het departement de segregatie formeel een probleem.

Bovendien was vanaf het begin onduidelijk wat de overheid eigenlijk wilde. De commissie-Blok schrijft het zo: ,,Doelstellingen van het onderwijsachterstandenbeleid [zijn] tot eind jaren negentig niet duidelijk, concreet en meetbaar geweest.'' In ieder geval heeft de overheid weinig tot geen moeite gedaan om segregatie te voorkomen.

De prestaties van de allochtone leerlingen zijn de laatste vijftien jaar sterk vooruit gegaan. Ze beheersen het Nederlands steeds beter en halen daardoor ook hun rekenachterstanden in. Met name meisjes halen hun achterstand in. Maar, schrijft de commissie, onduidelijk is of dat dankzíj of ondánks overheidsbeleid is gebeurd.

De commissie-Blok erkent dat segregatie lastig op te lossen is. Verplicht spreiden botst bovendien al gauw met artikel 23 scholen hebben nu eenmaal de vrijheid om alleen leerlingen van de eigen richting aan te nemen. De commissie beveelt daarom aan de segregatie te bestrijden door harde afspraken tussen gemeenten en scholen over de verdeling van allochtone en autochtone leerlingen.