Lully's Roland: stoere held, nuffig watje

Nederland liep de afgelopen dagen wat achterstand in het operarepertoire in. De Nederlandse Opera kwam donderdag met de Nederlandse geënsceneerde première van Tsjaikovski's Iolanta (1892), ooit concertant te horen in de Matinee op de Vrije Zaterdag. Zaterdag bracht de Matinee de concertante Nederlandse première van Roland van Jean-Baptiste Lully, een feëriek en mythisch werk dat in 1685 voor het eerst werd uitgevoerd in het paleis van Versailles voor Zonnekoning Lodewijk XIV.

De Opéra van Lausanne brengt nu een geënsceneerde productie van Roland, de middeleeuwse held, de razende Roeland over wie Ariosto Orlando furioso dichtte. Van die weelderige voorstelling met een oriëntaalse scène was in het Amsterdamse Concertgebouw alleen het muzikale deel te horen. Onder leiding van Christophe Rousset begeleidde het kleine Franse barokorkest Les Talens Lyriques een voortreffelijke solistencast, deels voortkomend uit het uitstekende koor van de Opéra van Lausanne. De voorstelling is daar ook op cd gezet door het label Ambroisie.

Ondanks de concertante uitvoering waren er in de vierde en vijfde acte van Roland toch nog wat geanimeerde en dramatische speelscènes te beleven: de wanhopige Roland, gefrustreerd door onbeantwoorde liefde, zwierf doelloos over het podium. Na de genezing van zijn razernij werd hij door de opperfee uiterlijk weer op orde gebracht om oorlog te gaan voeren: gekleed in rokkostuum kreeg hij nog een strikje omgeknoopt. De twee uren voor de pauze (proloog en drie actes) gingen helaas heel wat kabbelender voorbij.

Opera van Lully was in ons land nog slechts een enkele keer te horen, dus historisch was deze uitvoering, dinsdag nog te horen op Radio 4, zeker. Jean-Baptiste Lully, in 1632 geboren als Italiaan, werd door Lodelijk XIV aangesteld als hofcomponist. Hij is de uitvinder van de typisch Franse opera, waarin ballet essentieel is. Ook Verdi en Wagner ontkwamen niet aan het componeren van balletscènes als zij in Parijs wilden worden uitgevoerd. Als 20-jarige danste Lully al in het Ballet royal de nuit met de 14-jarige koning Lodewijk XIV.

Muzikaal was Lully een voorbeeld voor Bach en Händel, beide geboren in 1685, het jaar waarin Roland in première ging.

Roland is een redelijk aantrekkelijk werk dat wortelt in de goeddeels declamatorische stijl van Monteverdi. De actie is wat bondiger en levendiger dan later bij Händel. Bijzonder is ook de opbouw van het libretto van Quinault. De levens van koningin Angélique en van Roland schuren slechts kort langs elkaar. Angelique, een prachtrol van sopraan Anna-Maria Panzarella, houdt van Médor, door de hoge tenor Olivier Dumait hier voorgesteld als een nuffig watje. Ze heeft geen enkele belangstelling voor de hevig verliefde Roland, een stoere heldenrol voor de bas Nicolas Testé. Als Angélique en Médor elkaar hebben gevonden, zien we hen in de twee laatste actes ook niet meer terug. Roland vervalt tot razernij, waarvan hij in een suggestieve droomscène wordt genezen. Liefde is zijn stiel niet, voor hem wacht glorie op het slagveld.

Vocaal en instrumentaal was deze uitvoering van een grote perfectie, al waren met slechts drie blazers de orkestrale kleuren beperkt. Zuiver instrumentaal was het her en der zelfs té mooi, té keurig, té geacheveerd. Al stond Lully bekend om zijn perfectie, iets meer temperament had gemogen. Het was immers ook Lully die dirigeerde door met een stok op de grond te stampen. Dat moet hij krachtig hebben gedaan, want tijdens een Te Deum in 1687 raakte hij zijn voet op rampzalige wijze. Lully kreeg wondkoorts en overleed aan dit muzikale bedrijfsongeval.

Concert: Roland van J.B. Lully door Les Talens Lyriques en Koor Opéra van Lausanne o.l.v. Christophe Rousset. Solisten: Nicolas Testé, Anna-Maria Panzarella, Olivier Dumait, onique Zanetti, Robert Getchell, Salomé Haller, Jevgeni Alexejev, Anders Dahlin, Emilio González Toro, Delphine Gillot en Marie-Hélène Essade. Gehoord: 17/1 Concertgebouw Amsterdam. Radio 4: 20/1 20 uur.