`Geloof zit in je hart, niet op je hoofd'

Tienduizend moslims demonstreerden opnieuw in Parijs tegen het verbod op hoofddoekjes. ,,Wat zou u ervan zeggen als ik bezwaar maakte tegen uw broek?!''

,,De joden hebben alles, de moslims hebben niets!'' Triomfantelijk kijkt Mohamed Latrèche vanaf de hoogte van een vrachtwagentje naar de stoet beneden hem. `De joden' zijn een terugkerend thema in de verhalen die hij met opzwepende toon door de microfoon schreeuwt. ,,Meneer Chirac, u hebt gezegd dat de joden al tweeduizend jaar in Frankrijk zijn, maar dacht u soms dat wij tweeduizend jaar gaan wachten voor we onze mond opendoen?'' Enthousiast geeft Latrèche zijn microfoon aan een jonge vrouw. Ze zegt: ,,Ik ben moslim. Ik wil u eraan herinneren dat de hoofddoek niet voorgeschreven wordt door de koran. Dames, u bent mooi, doe die hoofddoek af!'' Boegeroep stijgt op, de vrouw moet ontzet worden door politie.

Latrèche, leider van de fundamentalistische Parti des Musulmans de France, is de organisator van de demonstratie tegen het wetsvoorstel het dragen van `opzichtige' religieuze tekens, waaronder islamitische hoofddoeken, te verbieden op openbare scholen. Een spontaan georganiseerde demonstratie in Parijs, na de aankondiging van het voornemen van een wettelijk verbod, vorige maand, door de Franse president Jacques Chirac, telde drieduizend betogers. De demonstratie van Latrèche lokte afgelopen zaterdag tienduizend betogers naar de Franse hoofdstad; in de rest van het land demonstreerden eenzelfde aantal – in totaal `0,8 procent van de moslimbevolking van ongeveer vijf miljoen zielen', zoals tegenstanders van de demonstratie niet nalieten op te merken.

,,Wat zou u ervan zeggen als ik bezwaar maakte tegen uw broek?!'' schreeuwt Nadia boven het gescandeer van de massa uit. Ze is bij lange na niet de enige betoogster die de vraag stelt. Felle discussies met autochtone Fransen op de stoep, terzijde van de zich veelal moeizaam voortbewegende stoet, beginnen of eindigen ermee. ,,Schandelijk!'' oordeelt een hoogblonde dame, terwijl ze wijst naar een bord met de tekst `En wanneer worden we gedeporteerd?' ,,De joden zijn hun grootste vijand, maar hun leed is goed genoeg om geannexeerd te worden.''

Haar vriendin naast haar stoot haar aan en wijst op een andere slogan: `In het land van de mensenrechten worden vrouwen onderdrukt'. ,,Hoe dúrven jullie?'' vraagt ze aan een jongen met een Palestijnensjaal om zijn nek die ze een enigszins omslachtige vergelijking voorlegt. ,,In Iran worden vrouwen gedwongen een hoofddoek te dragen – ook wij, als we daar zouden wonen. Dacht je dat we daar in Teheran in minirok en op rode pumps tegen zouden kunnen demonstreren, zoals jullie hier wel met hoofddoek kunnen betogen? Alles wat verlangd wordt, is de hoofddoek op scholen af te doen! Meer niet!''

Een oudere vrouw, die met twee boodschappentassen tegen de stroom inloopt, valt haar in het voobijgaan bij. Ze komt uit Marokko, zegt ze, en woont al dertig jaar in Frankrijk. Een hoofddoek heeft ze nooit gedragen, ook in Marokko niet. Tegen een zwaar opgemaakt, gehoofddoekt meisje zegt ze: ,,Geloof zit in je hart, niet op je hoofd.'' ,,Dat doet er niet toe,'' snauwt het meisje haar toe. ,,Onze vrijheid wordt beperkt, daar gaat het om!''

Veel confrontaties vinden plaats op een bocht in het traject van Place de la République naar Place de la Nation, een route die overigens tot op het allerlaatste moment onzeker was. Op de rechte stukken is de stoet ordelijker. Mannen, massaler aanwezig dan vrouwen, vormen door elkaar bij de hand vast te houden een menselijke keten om de vrouwen heen. Meisjes die buiten de omheining zijn geraakt, worden er door loslopende leden van de ordedienst in terug gedirigeerd. ,,Doorlopen, zusters, doorlopen!'', roepen de mannen voortdurend. Ook zeggen ze slogans voor: ,,De hoofddoek, hun keuze!'' Waarop de vrouwen roepen: ,,De hoofddoek, onze keuze!''

Nadia haalt smalend haar schouders op over een opmerking over het beeld van door mannen gegijzelde vrouwen. ,,Het is om de demonstratie ordelijk te laten verlopen. Maar het is nooit goed. Als de demonstratie uit de hand loopt, is het niet goed, en als die niet uit de hand loopt ook niet.'' Dat ze praat met een journalist is niet vanzelfsprekend, veel vrouwen worden weggesist bij microfoons. Een man met een baard kijkt spiedend om zich heen en loopt op een groepje af. ,,Meekomen!'' zegt hij tegen een vrouw die met overslaande stem haar hoofddoek verdedigt. Alle spieren in zijn gezicht trillen.

Even over vijf, het begint al te schemeren. Op een bank op de Avenue Philippe Auguste, laatste etappe van de demonstratie vóór het eindpunt Place de la Nation, zitten twee vrouwen en een meisje te bidden. Handen met de palmen naar bovengekeerd op de knieën, de gehoofddoekte hoofden om de zoveel seconden naar voren neigend. Het meisje kijkt uit haar ooghoeken de kunst af en buigt iedere keer te laat. Nog geen twintig meter verderop, in een zijstraat, heeft een groep mannen drie kleedjes uitgespreid op de stoep. Het lijkt alsof ze erom vechten, zo hoog is het tempo waarop ze elkaar afwisselen om er op te knielen, met hun achterste in de lucht. Hoewel op straat uitgevoerd beschouwen ze hun gebed als iets intiems: een fotograaf wordt met een bruusk gebaar te kennen gegeven in te rukken. Later, na afloop van de zonder incidenten verlopen demonstratie, knielen op de Place de la Nation lange rijen mannen in het halfduister neer.