De samenleving krijgt complimenten van de commissie

De commissie-Blok werkte een jaar aan het rapport Bruggen Bouwen. Maar op de dag van de presentatie is de kritiek groot. De commissie laat veel vragen onbeantwoord.

De commissie-Blok heeft onderzoek naar dertig jaar integratiebeleid vervat in een dik pak papier 2.500 pagina's in totaal, met 68 conclusies en 27 aanbevelingen. Het was een uniek onderzoek voor de Tweede Kamer. Weliswaar werden de afgelopen drie decennia onder de loep genomen maar het is geen afgesloten periode, zoals tot nu toe gebruikelijk is bij parlementaire enquêtes en onderzoeken. Maar het proces van integratie is nog volop aan de gang, evenals het denken daarover in de politiek.

De Tijdelijke Commissie Onderzoek Integratiebeleid van de Tweede Kamer, met daarin naast voorzitter Stef Blok (VVD) de Kamerleden Adelmund (PvdA), Vergeer (SP), Varela (LPF), Van Gent (GroenLinks) en Rambocus (CDA), heeft zich bij lezing van het rapport Bruggen Bouwen op het eerste gezicht plichtsgetrouw van haar taak gekweten. Het is een overzichtelijke staalkaart aan beleidsnotities, wetenschappelijke rapporten en andere onderzoeksgegevens over integratie in de afgelopen drie decennia. Af en toe gelardeerd met een uitspraak van een van de bijna 300 oud-ministers, (oud)ambtenaren, wetenschappers, politici, bestuurders, vertegenwoordigers van minderheden en allochtone en autochtone buurtbewoners die de commissie zowel in Den Haag als in het land hoorde.

Maar dat is meteen ook de beperktheid van het rapport. Duidelijk wordt dat het beleid in de jaren zeventig was gericht op het tijdelijke verblijf van de gastarbeiders, dat in de jaren tachtig bleek dat ze zouden blijven en dat er een minderhedenbeleid tot stand kwam dat vooral op vrijblijvendheid was gestoeld: integreren met behoud van de eigen identiteit. Participatie en emancipatie waren de sleutelwoorden. En dat in de jaren negentig geleidelijk aan het roer omging. Integreren moet, eerst opnieuw vrijblijvend, maar inmiddels verplicht en op straffe van sancties. En inburgeren moet al in het land van herkomst.

De commissie constateert dat dit alles ertoe heeft geleid dat ,,de integratie van veel allochtonen geheel of gedeeltelijk is geslaagd en dat dit een prestatie van formaat is, zowel van de betreffende allochtone burgers als van de ontvangende samenleving.'' De samenleving krijgt complimenten van Blok cs. Maar de opdracht van de commissie-Blok was ruimer dan het op een rij zetten van het gevoerde beleid. De oorzaken van het falen van beleid moesten in kaart worden gebracht, zo althans was de wens die SP-leider Jan Marijnissen in 2002 in de motie neerschreef, die het parlementaire onderzoek op gang bracht. En vanuit die oorzaken moesten `bouwstenen' worden aangedragen voor het toekomstige integratiebeleid.

Maar het eindrapport is vooral een weliswaar grondige analyse van het gevoerde beleid in de afgelopen dertig jaren en het nog eens aanstippen van de grote knelpunten betreffende integratie nu. Maar wat de werkelijkheid achter die papieren wereld is, maakt de commissie ook na de weken van verhoren in het land niet inzichtelijk. Hoe Nederland langzamerhand ontzuilde en veranderde en de individualisering zich in rap tempo ontwikkelde, blijft onderbelicht. Terwijl onder minderheden het groepsdenken juist aan belang won kijk naar de beleving van de islam onder steeds meer jongeren. En hoe met name de afgelopen twee jaar zich een omslag in het denken over integratie in Nederland voltrok. Hoe de islam een steeds belangrijker element werd in het denken over de mogelijkheden en onmogelijkheden van integratie van niet-westerse minderheden. Weliswaar noemt het rapport expliciet dat het ontstaan van een zogenoemde Nederlandse islam door de overheden in de landen van herkomst via hun invloed op Turkse en Marokkaanse moskeeorganisaties hier danig wordt tegengewerkt.

Maar in het eindrapport wordt niet duidelijk gemaakt in hoeverre dat proces al gaande is en of bijvoorbeeld de opkomst van een zogeheten Nederlandse variant van de islam gewenst of ongewenst is, de integratie van moslims hier zal bevorderen of juist niet. Het is slechts één voorbeeld van de vele losse eindjes in het rapport. Zo ook bijvoorbeeld de zinsnede dat ,,specifiek beleid moet worden ontwikkeld om de problemen die eventueel voortvloeien uit huwelijksmigratie aan te pakken''. Maar hoe precies en welke mogelijkheden er zijn, gezien de internationale wetgeving die gezinsvorming en gezinshereniging vergaand mogelijk maakt? De commissie geeft er geen antwoord op.

Zo worden veel antwoorden overgelaten aan de Tweede Kamer. De komende weken gaat de Tweede Kamer de commissie eerst schriftelijk bevragen. In het voorjaar volgt een uitgebreid debat over alle aspecten van integratie en het toekomstige beleid in de Tweede Kamer. Dan zal blijken of de bouwstenen die de commissie-Blok in dit rapport heeft aangedragen, voldoende zijn. Maar uit de eerste reactie van de politieke partijen valt al af te leiden dat de Kamer niet erg tevreden is. Sterker, na een parlementair onderzoek is zelden zo snel zo negatief gereageerd. Het rapport is, volgens de reacties, te weinig concreet, te vrijblijvend en naïef van toon.