De harde adjudant van de partijleider

Een jaar geleden heroverde de PvdA onder leiding van Wouter Bos 19 zetels in de Tweede Kamer. Sindsdien houdt Klaas de Vries binnen de fractie als schaduwleider een oogje in het zeil voor de sociaal-democratie.

Elke morgen is Klaas de Vries als een van de eerste PvdA'ers in de Tweede Kamer. Zodra Wouter Bos arriveert, gaan de drie kranten die de partijleider in de dienstauto heeft gelezen, naar de oud-minister. Niet zelden schuift Bos iets later zelf binnen. ,,Na elk groot debat loop ik de volgende ochtend bij Klaas langs om me de huid vol te laten schelden'', lacht Bos.

Deze week is het een jaar geleden dat de PvdA onder aanvoering van Bos 19 zetels heroverde bij de Tweede-Kamerverkiezingen. De sterk vernieuwde fractie ging alles anders doen: afscheid nemen van het kille bestuurdersimago van de PvdA, buiten het Binnenhof kijken, de straat op, zich ideologisch vernieuwen.

Bos is van die ambities het gezicht `naar buiten'. Maar binnen de fractie fungeert Klaas de Vries (60) als informele schaduwleider, die voor de sociaal-democratie een oogje in het zeil houdt. Als bestuurder en parlementariër vertegenwoordigt hij dertig jaar PvdA. Voordat hij Bos secondeerde, was hij vertrouweling van Wim Kok én fractiebestuurder onder Joop den Uyl. Hij kwam in 1973 voor het eerst in de Kamer en bleef toen vijftien jaar. Toen hij in 1998 aantrad als minister van Sociale Zaken in het kabinet-

KokII, was De Vries volgens zijn huidige fractiegenote Karin Adelmund al `ouwe' PvdA, niet geschikt voor de nieuwe eeuw.

Maar De Vries lijkt wel geheel `vernieuwd', sinds hij op 15 mei 2002 weer werd gekozen in de Kamer. Niet alleen omdat hij de vorige zomer binnenstapte met rugzak, kortgeknipte pony en baardje. Bij de verkiezingen van januari werd hij binnen de PvdA gekozen als beste campaigner, vanwege zijn tomeloze bereidheid tot folderen. Als woordvoerder asielbeleid houdt hij bewogen pleidooien in de Kamer en is te vinden tussen de activisten op straat. En De Vries is – met VVD-minister Zalm – dé voorloper van het nieuwe genre van het politieke internetdagboek. Zijn weblog www.klaasdevries.nl trekt dagelijks meer dan 4.000 bezoekers en valt op door een vileine stijl.

Hij wordt in de fractie op handen gedragen. Zijn wapens: relativering, ironie, geen haantjesgedrag. Ook Bos roemt hem: Klaas de Vries is de ,,wijze oude man'' van de PvdA-fractie. De coach. Een brombeer, die, zegt de fractieleider, ,,graag zegt dat hij het allemaal maar niks vindt, maar altijd loyaal blijft.'' Bos noemt hem een echte reformist, ,,niet van de grote bewegingen, maar van het sjorren en duwen om zaken de goede kant op te krijgen.''

Wat drijft Klaas de Vries? Oud-burgemeester van Amsterdam Schelto Patijn, fractiegenoot tussen 1973 en 1984: ,,Klaas zit er erg graag bij. Natuurlijk houdt hij van de macht, hij is een echte beroepspoliticus. Maar hij is een heel idealistische man.'' Dat denkt oud-staatsraad Jan Vis, met De Vries en Gijs van Aardenne informateur in de eerste Paarse kabinetsformatie in 1994, juist niet: ,,Klaas houdt gewoon van het Binnenhof. Van het spel.''

Oud-premier Wim Kok moest wel wennen aan Klaas de Vries, toen hij in 1986 als onervaren fractieleider wegwijs werd gemaakt in de Kamer door de routiniers De Vries en Wim Meijer. ,,Je moet een beetje door zijn cynisme heenbreken, hij is heel scherp'', zegt Kok nu. ,,Ik heb in het begin wel de vergissing gemaakt dat ik me daardoor liet leiden.'' Kok noemt De Vries van binnen ,,fijnbesnaard'' en ,,geen nuchtere man''. Maar zijn presentatie is massief, hij is niet iemand die je zomaar omver blaast.

De Vries' vader was na de oorlog uit de CHU als christelijk-sociaal `doorgebroken' naar de PvdA. Tot in de jaren vijftig was hij PvdA-wethouder in het Limburgse Hoensbroek. Klaas de Vries groeide op tegen de stroom in. Protestants gezin in een katholieke omgeving, en ook de enige van zijn lagere school die niet naar de ondergrondse vakschool ging om in de mijnen te werken – ,,dat is mijn milieu'', zegt hij. Hij kwam in 1973 de fractie binnen als, in eigen woorden, ,,vreemde vogel in een grijs pak''. Hij was vrijwel onbekend in de partij, maar schoof door toen anderen uit zijn kieskring, Dordrecht, toetraden tot het kabinet Den Uyl, onder wie Jan Pronk.

De Vries mag graag zegggen dat hij uit de ,,wildromantische jaren zeventig'' komt, maar hij moest niets hebben van de nieuw-linksers en hun `sectarisme'. Midden jaren zeventig maakt hij naam als PvdA-woordvoerder in het debat over de plaatsing van kruisraketten op Nederlands grondgebied. Ook daar voerde hij niet politiek-ideologische argumenten aan, maar vond een eigen, juridische verdedigingslinie uit: plaatsing van de kruisraketten zou wegens aantasting van de soevereiniteit een grondwetswijziging vereisen.

De Vries noemt zichzelf nu, met enige ironie, ,,gewoon maar een beetje een sociaal-democraat''. Op zijn werkkamer hangt een foto van Joop den Uyl – de oude voorman hoefde zich in zijn tijd in de Tweede Kamer nog niet te houden aan een rookverbod. De Vries bewondert in Den Uyl dat hij niet tot één generatie behoorde. ,,Hij vernieuwde zichzelf voortdurend.'' Volgens vriend Schelto Patijn is De Vries een ,,echte Uyliaan'', een sociaal-democraat van de gelijke kansen, die hij nu voor de nieuwkomers verdedigt.

In de fractie van Den Uyl fungeerde De Vries begin jaren tachtig – als fractiesecretaris en later als tweede vice-fractievoorzitter – door zijn methodische, zakelijke optreden als intern contrapunt tegen de chaotische, bevlogen Den Uyl. Bescheiden was hij niet. In 1984 adviseerde hij Den Uyl, ongewoon rechtstreeks, te vertrekken als fractieleider. Den Uyl had zijn beste tijd gehad en met Jos van Kemenade was een geschikte opvolger, vertelde De Vries Den Uyl, zo verhaalden fractiegenoten in 1987 in De Tijd.

De Vries viel vaker op door scherpe opvattingen. Zo wekte het ook beroering toen hij als junior-Kamerlid in 1975 in een interview de Tweede Kamer vergeleek met een ,,vissenkom waarin visjes schichtig heen en weer gaan zwemmen als je er tegenaan tikt''. Er werd geen ,,echte politiek'' bedreven, de Kamer was het dagelijkse toneel van detailgevechten. Ook nu gaat de metafoor nog op, zegt hij, al is in 2002 ,,krachtig op de kom geklopt.''

Patijn ziet niet veel verschil met de Klaas de Vries uit diens eerste Kamerperiode. ,,Hij is altijd zichzelf gebleven.'' Bij De Vries blijven meer dingen lang hetzelfde. Hij woont sinds midden jaren zeventig in dezelfde bescheiden woning in Pijnacker. Hij bezit al tientallen jaren een stacaravan in Oostenrijk, inmiddels uitgebouwd tot een vakantiewoning. En sinds hij in 1977 een harmonium kocht, staat er op zijn werkkamer bijna altijd iets om liedjes op te componeren en te spelen – De Vries beoefent zijn hobby nu op een keyboard. Ook hetzelfde gebleven is zijn gewoonte om het te laten merken als hij vindt dat andere mensen domme dingen zeggen. ,,Hij is snoeihard'', zegt oud-Kamerlid Pieter Jan Biesheuvel (CDA). ,,Natuurlijk kan hij cynisch en arrogant uit de hoek komen'', zegt Patijn. ,,Maar daar zit geen diepere structuur achter.''

In 1988 ging De Vries zich na vijftien jaar ,,ergeren aan de herhaling'' in de Kamer. Hij werd hoofddirecteur van de Vereniging van Nederlandse gemeenten (VNG). De laatste twee jaar van zijn Kamertijd was De Vries een bekende Nederlander geworden, als voorzitter van de parlementaire enquêtecommissie bouwsubsidies. Sinds dat voorzitterschap gold De Vries als ministeriabel. In 1989 polste Kok hem voor Defensie, maar De Vries zei nee.

Bij de VNG en vanaf 1996 als voorzitter van de Sociaal-Economische Raad bleef De Vries in de bestuurlijke luwte. Af en toe schreef hij wel een column of artikel. Zo waarschuwde hij in 1993 in de Staatscourant tegen een coalitie van PvdA en VVD. Hij noemde dat de ,,omsingeling van het centrum'' en ,,op den duur is dat de dood in de pot van de democratie.'' Koddig was dat wel, zegt Jan Vis. Want nog geen jaar later is De Vries met Vis (D66) en Van Aardenne (VVD) informateur in de eerste poging om Paars I te vormen. Vis: ,,We hebben hem er mee geplaagd. Hij had gewoon een stukkie geschreven.'' Als de eerste ronde stukloopt, is ook De Vries teleurgesteld, zegt Vis.

In 1998 is De Vries wederom informateur. Maar nu maakt Kok hem weer duidelijk, in april, dat hij hem nodig heeft als minister. Op Justitie, waar de problemen na D66-minister Sorgdrager in Paars I moeten worden opgelost. De Vries is, na enig aandringen zegt hij, bereid erover te praten. Maar het departement gaat naar de VVD. De Vries en zijn vrouw vertrekken op hun traditionele fietsvakantie naar Zuid-Duitsland. Net voorbij Heidelberg gaat de telefoon. Of hij Sociale Zaken wil doen. Maar nu zegt De Vries geen nee. Moet het? Ja.

Op Sociale Zaken zingt De Vries de lof der saaiheid: ,,Het is een goed teken dat men elkaar niet naar de strot vliegt.'' Achteraf, zegt oud-premier Kok, was De Vries op Sociale Zaken ,,duidelijk minder op zijn gemak dan bij Binnenlandse Zaken''. In 2000 schuift hij door naar dat ministerie, als Bram Peper tussentijds aftreedt – maar eerst verdedigt hij nog in de Tweede Kamer het stoppen met de privatisering van de sociale zekerheid.

Op Binnenlandse Zaken werkte De Vries heel anders dan zijn voorganger Peper, zegt Gijs de Vries (VVD), in die tijd staatssecretaris op hetzelfde departement. ,,Peper was speelser, Klaas gaat recht op het doel af.'' Roger van Boxtel (D66), dan tweede minister op het departement, noemt De Vries ,,een excellente beheersbestuurder'' maar ,,niet zo iemand die iedere week met tien nieuwe ideeën komt.'' De Vries nam strak de touwtjes in handen bij het coördineren van het projecten waar veel bewindslieden bij betrokken waren, zoals de nasleep van de vuurwerkramp in Enschede. Het zwaarst voor hem was de periode na de moord op Pim Fortuyn, meent Van Boxtel. ,,Daar is een enorme wissel getrokken op zijn persoonlijke integriteit. Er ontstond een beeld alsof hij bijna medeschuldig was. Dat heeft hem heel erg geraakt. Hij zou de eerste zijn geweest om te zeggen: ik heb geblunderd, ik stap op.'' Maar De Vries vond niet dat hij had geblunderd, en hield vol.

De Vries was een ,,bindende factor'' in het kabinet, zegt Kok, ,,heel goed in het over beleidsterreinen heen kijken en het beoordelen van de algemene politieke situatie.'' De twee kregen een vertrouwensband, zo blijkt ook uit het boek De Achterkamer, van de Parool-journalisten Addie Schulte en Bas Soetenhorst. Als Kok op 14 april 2002 besluit dat hij het ontslag van het kabinet zal aanbieden vanwege het NIOD-rapport over de val van de Bosnische moslim-enclave Srebrenica, zit hij bij De Vries thuis in Pijnacker.

,,Ik heb helemaal niet de neiging om te zeggen: ik moet nog beroemder worden dan ik al ben'', zegt De Vries als het Algemeen Dagblad hem in 1999 vraagt of hij zichzelf nog eens partijleider ziet worden. Maar als er na de nederlaag bij de Kamerverkiezingen in 2002 rechtstreekse verkiezingen onder de leden komen voor een nieuwe partijleider, doet hij toch een poging. Alleen Bos is op dat moment kandidaat, De Vries wil dat de leden iets te kiezen hebben. Hij trekt zich niet terug als zich toch andere kandidaten melden: Jeltje van Nieuwenhoven en bestuurskundige Jouke de Vries. Volgens Kok besefte De Vries ,,zelf ook wel'' dat zijn kandidatuur diende ,,om de discussie te verlevendigen''. Volgens Schelto Patijn weet De Vries heel goed ,,dat hij net één graad te kort komt om partijleider te zijn. Hij is te intellectueel.''

Maar Wouter Bos nam de kandidatuur van De Vries heel serieus, zegt hij. ,,Ik heb me vanaf het begin gerealiseerd dat hij geen moment zou twijfelen als ik fouten zou maken. Hij had me opgevroten.'' De kandidatuur van De Vries werd in die zin ,,een beproeving van mij, een test'', meent Bos. ,,Hij dacht: als jij het niet waarmaakt, dan doe ik het wel. Het was bij hem zeker niet de Olypmische gedachte, meedoen om het meedoen.'' Soms liet De Vries zijn tanden zien. Als Bos beloofde als partijleider tegen de investering in de JSF ten strijde te trekken, dan herinnerde De Vries de zaal er aan dat hij in het kabinet vóór de JSF was geweest. Als Bos begon over de verschillen tussen jong en oud, protesteerde De Vries. De Vries haalde tenslotte 4 procent.

Ook nu schroomt De Vries niet om Bos af en toe openlijk te `corrigeren', bijvoorbeeld als deze op het PvdA-congres in december in zijn ogen een ,,nogal negatieve toon over Europa'' aanslaat. Vooral dat Bos zich rekent tot de generatie van mensen die vrede en welvaart ,,nauwelijks meer ervaren als een resultaat van de Europese gedachte'' – de tekst is van Bos – stoort De Vries. Hij schrijft op zijn weblog: ,,Nou, dan zouden politieke leiders die mensen misschien een beetje moeten helpen om de geschiedenis beter te begrijpen. Maar als ze het zelf al onvoldoende beseffen is dat natuurlijk moeilijk.'' Bos heeft De Vries er de volgende dag op aangesproken, ,,zoals met iedereen die in het openbaar persoonlijke kritiek op mij uitoefent. We hebben elkaar beloofd trouw en loyaal te zijn.'' De Vries zegt dat Bos' onvrede hem van kritiek niet weerhoudt. ,,Het Europese project is lebenswichtig, existentieel.''

Ook andere fractieleden ontsnappen niet aan De Vries, als ze in zijn ogen te ver gaan. Zo greep hij in toen integratie-woordvoerder Jeroen Dijsselbloem namens de PvdA een motie ondertekende van VVD'er Hirsi Ali om speciale voorwaarden te stellen aan de oprichting van nieuwe islamitische scholen. Dat was in strijd met artikel 23 van de grondwet over de vrijheid van onderwijs, waaraan de PvdA niet wil tornen, oordeelde De Vries. Dijsselbloem trok de handtekening terug. Voor het PvdA-kerstdiner schreef De Vries een liedje dat Dijsselbloem zou zingen: `Ik wou ook eens een keertje scoren'. Dijsselbloem zong een gewijzigde tekst.

Is het lastig voor de partijleider om iemand in de fractie te hebben met het gezag van De Vries? ,,Ja, dat kan lastig zijn'', zegt Bos, ,,maar niet voor niets zeg ik dat hij heel loyaal is''. Onlangs maakte Bos van het bijeenblijven van de PvdA als brede volkspartij het now or never van zijn leiderschap. Hij ziet diepe verdeeldheid tussen traditionele sociaal-democraten en sociaal-liberalen. Klaas de Vries glimlacht. Nee, een dreigende opsplitsing, dat ziet hij niet zo. ,,De sociaal-democratie, dat leeft in de harten van mensen. Sociaal-liberalisme, dat zegt de mensen niets.'' Maar hij vindt het ,,wel mooi dat iemand zo intens het gevoel heeft: het moet nú, en ík moet zorgen dat het lukt.''