Andy Bey kan het allemaal

,,Aren't you tired yet of this sad stuff?'' Andy Bey liet zaterdagavond horen over een zoetzuur gevoel voor zelfrelativering te beschikken. Wellicht is dat wat gebeurt als je op je dertiende je debuutplaat maakt, bejubeld wordt als wonderkind, door grootheden als Max Roach en Horace Silver wordt gevraagd voor concerten, maar vervolgens nog vier decennia moet wachten voordat het grote publiek je opmerkt. Ballads, Blues and Bey uit 1996 haalde de zanger/pianist uit de anonimiteit, een verlate erkenning die heeft doorgezet met Shades of Bey en het recente Tuesdays in Chinatown. Maar inmiddels had hij door uit de kast te komen zijn outsider-status in het homofobe jazzwereldje een hele andere draai gegeven. En met het HIV-virus al tien jaar onder de leden heeft Bey ook wel reden om echt blue te zijn.

Niet dat het solorepertoire dat hij in Amsterdam presenteerde van voor naar achter doortrokken was van snikkend vibrato en weemoed. Bey haalde soms warmbloedig uit met een extreem soul-vol geluid dat uit zijn tenen leek te komen. En hij schaamde zich er ook niet voor om blijmoedig te jubelen op een manier die doet denken aan gospel vol hoop en godvruchtig optimisme. Want Bey kan het allemaal. Zijn fier bereik van vier octaven gaat van een romige, ronde basbariton tot een mysterieuze, net niet afgeknepen falsetto.

Met zijn elastieken timing wist hij Take the A Train om te vormen tot een achter de beat aanslepende swing met half ingeslikte tekst. Een zeldzaam staaltje scat mondde uit in een nonsense-opsomming van huisdieren. En als de ballads vol `lips to kiss' en `flaming love' iets te zoet dreigden te worden, saboteerde hij de lieflijkheid door een lage noot lang en brommerig aan te houden of een onverwacht sprongetje te maken naar een hoger register. Het hield het publiek – nog nooit zoveel vrouwen gezien in het BIMhuis – muisstil en op het puntje van de stoel.

Beys pianospel is al even weerbarstig als zijn vocale acrobatiek. De `zanger aan piano'-formule draagt het gevaar van goedkope barpianistiek in zich. Maar de Amerikaan liet romantisch uitwaaierende melodielijntjes graag volgen door een paar Monkiaanse dissonanten die hij met een venijnig toucher uit het ivoor sloeg. Het merendeel van de tijd bestond zijn begeleiding uit kale akkoorden, die hij plagerig vertraagde tot slentertempo en soms bijna helemaal liet verdwijnen. Alleen in zijn uptempo solo's was te merken dat zijn 63 jaar en zijn gezondheidstoestand hem beperkingen opleggen. Dan hielden zijn handen zijn hoofd niet bij en struikelde hij achter zijn eigen ideeën aan. Misschien is het voor Bey toch beter om zich te beperken tot de `sad stuff'.

Concert: Andy Bey. Gehoord: 17/1 BIMhuis, Amsterdam.