Alex d'Electrique weer smerig en serieus

Wat je van Alex d'Electrique kunt verwachten komt toch weer onverhoeds: de knal, de explosie. Nauwelijks zijn we van die schok bekomen of er volgt alweer een nieuwe. Iets met een lichaamsdeel en een razende kettingzaag, gewoon te smerig voor woorden.

Een dubbel hardhandige entrée – en toch is Gaga méér dan vermaak voor sensatiezoekers. Sterker nog, na zijn verrassingsaanval op een publiek dat daardoor direct bij de les is ziet regisseur Ko van den Bosch de kans schoon om een serieuze parabel te vertellen. Waarbij hij het zeventiende-eeuwse drama Leven is een droom van Calderón als basis nam.

Daarin houdt een koning zijn zoon in een toren gevangen omdat hij in de sterren heeft gelezen dat de jongen zijn rijk in het verderf zou storten als hij zijn gang mocht gaan. Als motto koos Van den Bosch het volgende Calderón-citaat: ,,Wanneer jij tegen iemand zegt: je bent een wild beest, roep je dan niet juist het instinct van dat beest wakker, dat slapend zachtaardig is, maar eenmaal wakker, snel zal bewijzen hoe wild die werkelijk is?''

Bij Alex d'Electrique is de zoon opgesloten in de kruipruimte van de ouderlijke woning, een ruimte van nog geen meter hoog, waar de boomlange acteur Martin Hofstra net in past als hij voorovergeklapt blijft zitten. De woning zelf is een chaotisch schroothoutbouwsel, net nog netjes gehouden door de indeling in vier kleinburgerlijk gemeubileerde kamertjes. Het dofgele licht van schemerlampjes vermengt zich met het felle paars, groen en oranje van de elektronische kleurvlakken erachter en de neonstralende letters `ingang' boven een obscure deur.

En boven het hoofd van de zoon houdt de vader de wacht: een baasje met het geringe postuur van acteur Raymond Spannet dat toch reusachtig lijkt door het groteske spel. Bewegingen worden net iets vertraagd en woorden net iets lijziger dan gewoonlijk uitgesproken - met plotse offensieven van nerveuze snelheid. Sjon, want zo heet de vader hier, loopt net als de andere personages van Alex d'Electrique verloren in een onbegrijpelijke en vijandige wereld. Wanhopig zoekt hij houvast bij astrologische voorspellingen, existentialistische filosofieën en rancuneuze vooroordelen: hij is een loser en een moedige vechter, een paranoïde proleet en een halsstarrige held. Net zo hard als de samenleving ontbindt zijn taal – en toch moet hij het daarmee doen.

Zijn monologen, met zowel flarden Calderón als Gombrowicz en Van den Bosch, worden woedender naarmate z'n machteloosheid toeneemt en er tekent zich een parallel af met de bijbelse God. Beide vaders gaan de angst voor hun schepping met onderdrukking te lijf, dat hoort bij hun systeem. Alleen heeft God geen vrouwelijke tegenspeler en Sjon wel, helaas. Zijn vrouw Raggel (Raymonde de Kuyper) ontwaakt uit een jarenlang coma en stuurt, ook al gehoorzamend aan een visioen, haar zoon de wijde wereld in. Met de door Calderón voorziene catastrofale gevolgen.

De drie acteurs zijn mensen en metaforen tegelijk en beide rollen spelen ze uitstekend, vertrouwd als ze zijn met het Alexiaans universum. In het slotbeeld tollen drie balletjes in glazen kommen om hun as: zo zinloos en wreed is dat universum, maar wat een schoonheid, soms.

Voorstelling: Gaga, door Alex d'Electrique. Regie: Ko van den Bosch. Gezien: 16/1 Frascati, Amsterdam. Daar t/m 31/1; tournee t/m 15/5. Inl: 020-616 4004, www.alexdelectrique.nl