Aanslag Bagdad kost 24 levens

In Bagdad zijn vanochtend zware betonnen versperringen geplaatst om de toegang af te schermen tot het hoofdkwartier van het Amerikaanse-Britse bestuur in Irak. Bij een zelfmoordaanslag kwamen daar gisteren 24 mensen om het leven. De Iraakse minister van gezondheid meldde vanochtend dat er meer dan 120 gewonden zijn gevallen. De aanslag is de zwaarste in Irak sinds vorige maand de Iraakse ex-leider Saddam Hussein gevangen werd genomen.

De aanslag kwam op de vooravond van cruciaal overleg in New York. Daar vragen de Verenigde Staten en Iraakse vertegenwoordigers vandaag hulp aan de Verenigde Naties om het Amerikaanse plan te redden voor de machtsoverdracht in Irak per 30 juni. Aan het beraad nemen onder anderen de hoogste Amerikaanse bestuurder in Irak, Paul Bremer, en VN-secretaris-generaal Kofi Annan deel. Annan maakt zich zorgen over de veiligheid in Irak, en eist ,,helderheid'' over de rol van de VN.

Het Amerikaanse plan is in gevaar door verzet van Iraks belangrijkste geestelijke leider, groot-ayatollah Ali Sistani. Hij kreeg vorige week in Basra en vandaag in Bagdad steun tijdens massale demonstraties. Sistani eist op korte termijn algemene verkiezingen, terwijl het Amerikaanse plan voorziet in regionale kiesbijeenkomsten die moeten leiden tot een overgangsparlement en een interim-regering.

De meeste slachtoffers van gisteren waren Irakezen, onder wie automobilisten die vlakbij de plaats van de aanslag in de file stonden en mensen die in de rij wachtten voor scherpe veiligheidscontroles bij de toegang tot het ommuurde hoofdkwartier in het vroegere Paleis van de Republiek van Saddam Hussein.

Onder de gewonden zijn drie Amerikaanse burgers en drie Amerikaanse militairen. In de pick-up truck waarmee de dader zich opblies bevond zich zo'n 450 kilo aan explosieven.

De explosie werd tot twee kilometer in de rondte gevoeld.

Wie precies voor de aanslag verantwoordelijk is, is onbekend, zoals het geval is bij de meeste van de aanslagen die sinds de val van Saddam Husseins bewind in Irak zijn gepleegd. Maar het Amerikaanse leger gaat ervan uit dat deze voor een groot deel het werk zijn aanhangers van Saddam Hussein of sunnitisch-fundamentalistische nationalisten. Ook wordt wel een rol van buitenlandse extremisten genoemd.

Zaterdag werden 30 kilometer ten noorden van de hoofdstad drie Amerikaanse militairen en twee Iraakse medewerkers gedood bij de ontploffing van een bom langs de weg toen hun voertuig passeerde.

In totaal zijn nu 501 Amerikaanse militairen in Irak gedood sinds de oorlog in Irak in maart begon. Van hen zijn 231 gedood bij geweld sinds president Bush de actieve gevechtsfase van de oorlog 1 mei voor beëindigd verklaarde.

Vannacht werden voorts twee leden van de Iraakse civiele defensie door schoten gedood bij de controlepost die zij in Balad, 70 kilometer ten noorden van Bagdad, bemanden.