Weer steelt een Papandreou de show

De lancering van Jorgos Papandreou als nieuwe leider van de Griekse sociaal-democraten heeft de partij direct in de `winning mood' gebracht voor de vervroegde verkiezingen.

,,Zijn we te arrogant geweest? Ja. Hebben we ons beleid genoeg uitgelegd? Nee. Hebben we ons voldoende gebogen over de alledaagse problemen van de burger? Nee.'' Aldus Jorgos Papandreou in een rede voor de verzamelde kandidaten van zijn sociaal-democratische PASOK-partij voor de vervroegde parlementsverkiezingen van 7 maart.

Papandreou (52), minister van Buitenlandse Zaken, volgt volgende maand Kostas Simitis (67) op als voorzitter van de PASOK en hij hoopt Simitis na een verkiezingszege ook als premier op te volgen.

Deze ingenieus uitgedachte mutatie, waarvan Simitis zelf het auteursrecht opeist, heeft de afgelopen week een enorme stroomversnelling teweeggebracht in de Griekse politiek en de belangstelling daarvoor verveelvoudigd. De oppositiepartij Nieuwe Democratie (ND), die onder Constantinos Karamanlis (48) met doorlopend acht punten voorsprong in de peilingen rechtstreeks op een grote zege leek af te stevenen, heeft het juiste antwoord op de unieke manoeuvre – nog? – niet gevonden.

Volgens de eerste drie peilingen na de bekendmaking van de wisseling aan de PASOK-top staat ND nog maar twee tot drie punten voor, en heeft Papandreou een voorsprong van zeven punten als het gaat om de vraag wie het meest geschikt is als premier. Bij deze laatste vraag had Simitis tot nu toe gewoonlijk een klein overwicht.

De winst van de PASOK komt niet van de ND, maar voornamelijk door een geweldige syspírosis, een samenballing. Twijfelaars komen terug, en dat geldt ook voor de hogere regionen. Een hele serie kopstukken die de laatste jaren vrijwillig waren afgedropen of hun heil in de periferie hadden gezocht, melden zich nu weer aan.

Wat er de laatste week met de PASOK is gebeurd kent zijn weerga niet in de geschiedenis. Jorgos werd overal waar hij zich vertoonde toegejuicht als een reddende messias. Dat gold vooral voor het gebied rond Kaléntzis op de Peloponnesos bij de stad Patra, waar de familie vandaan komt. Overgrootvader Andreas was daar dorpspriester, grootvader Jorgos werd premier als leider van de door hem opgerichte Centrum, vader Andreas werd premier als leider van de door hem opgerichte PASOK, en nu moet Jorgos premier worden.

De oppositie spreekt smalend van een `dynastie' en wijst erop dat haar leider Karamanlis geen misbruik maakt van de naam van zijn legendarische oom, premier tussen 1955 en 1963 en opnieuw in 1974 tot 1981. Maar in de PASOK vindt men deze voortzetting juist prachtig; tijdens de bedevaart in de stromende regen, met Jorgos zelf achter het stuur, naar het standbeeld van zijn grootvader in Kaléntzis werden bijkans klassieke spreekkoren aangeheven zoals `Sta op, Andreas, om de nieuwe leider van de Verandering te zien!'

Allagi (verandering) was het sleutelwoord van de vroege PASOK en Jorgos brengt dit begrip weer terug, zoals ook uit de aan het begin genoemde zelfkritiek moet blijken. Dit gaat echter niet gepaard me distantiëring van Simitis, in wiens regeringen hij constant zitting heeft gehad en die hij ook tijdens de vergadering met de kandidaten hard liet toejuichen.

Sommigen vinden de hysterie van deze eerste week een beetje ongezond – in alle media stal de nieuwe leider de show. De Nationale Raad voor Radio en TV kwam met voorzichtige kritiek op het feit dat de uitzendingen 87 keer waren onderbroken voor een `extra bericht', ook simpelweg voor het feit dat Jorgos weer thuis was gekomen. De leider van een links partijtje dat nu ook in de gevarenzone komt klaagt over mediocratie, overheersing van de beeldvorming.

Als ongezond wordt ook ervaren dat de nieuwe leider zich steeds weer beroept op de reputatie van zijn vader, met wiens nationalistische en demagogische optreden hij nu juist sterk verschilt. Hij neemt ook iets van diens woordgebruik over en spreekt in plaats van de PASOK steeds van de `democratische groepering' alsof de ND niet democratisch is.

Menigeen ziet hierin een teken dat Jorgos, net als zijn vader en zijn grootvader, op den duur een nieuwe partij wil oprichten. Stellig heeft hij eigen ideeën – zo is hij geen tegenstander van particulier hoger onderwijs, wil hij ook kerk en staat scheiden en bepleit hij beëindiging van de strafbaarstelling van het gebruik van softdrugs. Vooralsnog echter kruipt zowat de voltallige PASOK onder zijn paraplu en in zijn sjaal die hij zich als symbool heeft aangemeten. Een heel enkele aanhanger durft de stelling aan dat Papandreou als leider van de oppositie geschikter zal zijn dan als premier.