Waar is de Nederlandse tolerantie gebleven?

Toen ik in 1958 als Amerikaan naar Nederland kwam om te studeren, kreeg ik gelijksoortige reacties ten aanzien van mijn land als die van mevrouw Thoraval. Enkele voorbeelden: ik werd persoonlijk verantwoordelijk gesteld voor het feit dat Amerika Hongarije in de steek had gelaten bij de opstand tegen de Russen. Rassendiscriminatie zoals in Amerika zou hier nooit voorkomen. Men vond Amerika te materialistisch – waarom had je twee auto's en een koelkast nodig? Ik begreep toen wel dat Nederland zich nog aan het herstellen was van de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog en dat het als homogene gemeenschap bij uitstek nooit geconfronteerd was met de problemen van een multiculturele maatschappij. Dus hield ik mijn mond.

Mijn eerste indruk van Nederland was dat van een sociaal, humaan paradijs waar veel tolerantie jegens minderheden bestond alsmede een benijdenswaardig onderwijssysteem. Als Amerikaan vond ik het wonderbaarlijk dat je 's avonds veilig over straat kon lopen, zelfs in de grote steden. Ik was onder de indruk van de Nederlandse verzorgingsstaat, maar was verbaasd over de passiviteit van het individu ten opzichte van de politiek.

Mij is nooit gezegd dat ik terug moest gaan naar mijn eigen land tijdens kritische discussies van mijn kant over Nederland. Integendeel: mij wordt vaak gevraagd waarom ik in hemelsnaam in dit `kikkerland' ben blijven wonen. Mijn antwoord is: ,,Ik voel mij hier thuis.''

Helaas is in de loop der jaren mijn beeld van Nederland veranderd. Langzamerhand hoor ik dezelfde racistische opmerkingen en zie ik het gedrag waarover ik als Amerikaan ooit werd aangesproken. Ik heb het niveau van het onderwijs en de gezondheidszorg zien afbrokkelen en de criminaliteit zien toenemen. En ik vraag me af: waar is de beroemde Nederlandse tolerantie gebleven?