Vroege miskramen kondigen zich aan met afweereiwit placenta

Bij zwangere vrouwen die herhaaldelijk een vroege miskraam krijgen, is vaak de concentratie van het eiwit MIC-1 in de placenta meetbaar te laag. Dat is al vóór de miskraam het geval en het is ook meetbaar. Daarmee hebben artsen van het Monash University Medical Centre in de Australische stad Victoria een signaalmolecuul gevonden voor een dreigende miskraam. (The Lancet, 10 jan)

Tijdens de zwangerschap worden er in de placenta grote hoeveelheden van een hormoonachtig eiwitje gevormd, het macrofaag remmend (inhibiting) cytokine 1 (MIC-1). Die stof onderdrukt daar vermoedelijk afweerreacties van de moeder tegen het kind. Dat is nodig omdat een kind weefseleigenschappen van de vader heeft en daarmee `vreemd' is voor het afweersysteem van de moeder. Om afstoting te voorkomen moet in de placenta het afweersysteem van de moeder op een laag pitje staan.

De Australische artsen onderzochten of er bij vroege miskramen wellicht iets mis is met MIC-1. Zij ontdekten dat de concentratie van het eiwitje al meerdere weken voor een miskraam te laag is. MIC-1 is daarmee mogelijk bruikbaar om dreigende miskramen in een vroeg stadium op te sporen. De vraag is vervolgens of zo'n dreigende miskraam nog afwendbaar is. De Australische artsen zien mogelijkheden om een miskraam af te wenden door tijdige toediening van MIC-1. Voordat het zover is, moet eerst met zekerheid worden aangetoond dat de MIC-1-daling een belangrijke rol speelt bij het ontstaan van de miskraam en dat miskraam en MIC-1-daling niet beide het gevolg zijn van eenzelfde, nog onbekende oorzaak.

Vrij veel vastgestelde zwangerschappen (10 tot 15%) eindigen met ongewild verlies van het ongeboren kind. Vaak is daar een duidelijke reden voor, bijvoorbeeld een chromosomale afwijking. De Australische artsen bepaalden MIC-1 in bloedmonsters van 100 vrouwen die kort daarna een miskraam hadden gekregen (de bloedmonsters waren in de tweede tot derde maand van de zwangerschap afgenomen in het kader van een veel groter onderzoek naar het syndroom van Down). De concentratie MIC-1 in hun bloed bleek maar eenderde van dat bij 200 vrouwen met een normaal verlopen zwangerschap. Een probleem was wel dat er bij maar zes van de deelnemende vrouwen na de bloedafname met een echo was aangetoond dat het kind ten tijde van de MIC-1-meting nog in leven was. Voordat tests op MIC-1 in de praktijk kunnen worden ingezet, moet er daarom nog een groter onderzoek komen waarbij de zwangerschap met echo's nauwlettend gevolgd wordt.