Spum!

Je durft zoiets nauwelijks te hopen. Zo mooi en zo zeldzaam is het dat je denkt: ben ik daarbij geweest? Wie ben ik, enzovoorts. Ik bedoel: de geboorte van een woord. En dan niet zoals het meestal gaat, dat het nieuwe langzaam uit de nevels van het spraakgebruik tevoorschijn komt en ongemerkt tot zelfstandigheid groeit, waarna de lexicograaf het opneemt in de burgerlijke stand van het woordenboek. En evenmin dat het opzettelijk door een taalvernieuwer wordt gebakken zodat het jaren kan duren, op z'n best, voor het zijn natuurlijkheid heeft veroverd. Ik bedoel het spontaan tevoorschijn komen. Misschien zijn we daar nu getuige van.

Vorige week heb ik een stukje geschreven over de miljoenen stukjes uitgekauwde, uitgespuugde gum waarmee ons land bespikkeld is. Die hebben nog geen naam. Tot besluit vroeg ik of de lezers van onze slijpsteen iets te binnen wilde schieten. Bij de krant geldt de vuistregel dat één lezersbrief 100 lezers vertegenwoordigt. De andere 99 wilden wel, hadden al een idee, stonden op het punt van schrijven, maar er kwam iets tussen. Volgens deze formule hebben 4.100 lezers het uitgespuugde gum een naam gegeven. Dat zijn dus meer dan twee uitverkochte Concertgebouwen, of elfeneenhalve volle Jumbo's 747.

Eerst citeer ik mevrouw Loes van der Eijk-Dorrepaal, omdat zij haar woord van de uitvoerigste beredenering vergezeld laat gaan. Ze dacht aan een samentrekking van sleazy en yuck tot sluck. ,,Dat klinkt Engels genoeg om ook bij de jeugd aan te slaan'', voegt ze eraan toe. Maar beter leek haar een woord met Nederlandse klank, naar analogie van vergelijkbare woorden (flats, kwak, drol, kots), dus vies, kort en krachtig. Zo kwam ze op gats en gets. Het laatste `bekt' beter, maar gats klinkt volgens haar nog iets viezer en negatiever. Ik ben het met haar eens. In gats zit ook iets van een kokhalsklank, en bovendien kun je er een werkwoord van maken. `Gats in je zakdoek!'

Op ongeveer gelijke wijze redenerend komt de heer B.H.L. Aulbers tot gomp. Gom, schrijft hij, klinkt al minder sympathiek dan gum, en de p doet de rest. Dat is waar. Aan vrijwel alles wat op -omp eindigt, zit iets negatiefs. Als je zegt: ,,Er zit een homp gomp aan je klomp'', en dompig klonk het antwoord: ,,Loop naar de pomp'', dan kun je al ongeveer begrijpen in welke context dat gesprek gehouden wordt.

Mij sprak het woord van de heer Ed van Hinte aan. Gumpok, stelt hij voor. Het spreekt tot de verbeelding; zo'n gomp lijkt op een pok. Het heeft iets agressiefs, want het doet denken aan de rampokkers. En het leent zich voor aanvaardbare samenstellingen. Hij noemt onder andere gumpokkenspuger en gumpokkenzuiger. De gemeente heeft een nieuw model gumpokkenzuiger in gebruik genomen. Klinkt geloofwaardig.

Tot mijn spijt kan ik niet alle briefschrijvers uitvoerig en met vermelding van hun naam citeren. Ik noem nu alleen een aantal woorden die meer dan eens werden voorgesteld. Combinaties met kwat, kwak en klit. Spugum, kwum en grondgum. En dan – ik ging bijna aan een samenzwering geloven maar dan zou het een nationale moeten zijn, want dit voorstel komt uit alle hoeken van het land – hadden elf lezers bedacht dat spum het beste is.

Zoals dat meer het geval is met vondsten waarin genie en eenvoud samengaan, vraag je je af hoe het komt dat dit niet eerder is uitgevonden. Daarover later een stukje. Spum is de combinatie van het modern-ongewenste zoals de reclame die spam heet, het vieze van het spugen, en de verwijzing naar de substantie, gum. Bovendien gemakkelijk in samenstellingen te gebruiken (denk aan spumzuiger). Het is lekker kort, goed van klank, met de ù als enige klinker geschikt om te worden opgenomen in ons repertoire van scheldwoorden en vervloekingen, en ten slotte, als het woord eenmaal wortel heeft geschoten, ook in overdrachtelijk verband meteen te begrijpen. Een van degenen die spum hebben voorgesteld, geeft als voorbeeld: ,,Wat een vreselijk stuk spum is die vent toch. Als hij zich aan je heeft geplakt, kom je niet meer van hem af!'' Of: ,,Als je het mij vraagt is die man gewoon een stuk spum.''

Als, àls, wat ik aan het begin van dit stukje hoopte, we hiermee getuige zijn van een woordgeboorte, dan is dat aan u lezers te danken. Bovendien democratisch tot stand gekomen. We zien het in de volgende druk van de Grote Van Dale.

Ik eindig met een historische noot. Citeer een liedje waaruit blijkt dat de spum `vroeger' anders werd behandeld. George Formby zong, zichzelf begeleidend op de banjo: Did your chewing gum loose its flavour on the bedpost overnight?

Die tijd is voorbij.